De praktijklessen op mbo-scholen, zoals hier op het Drenthe College, vinden zoveel mogelijk op school plaats.

Balanceren tussen fysiek en digitaal onderwijs door corona: Zitten eerstejaars straks thuis of krijgen ze ook nog 'ouderwets' les?

De praktijklessen op mbo-scholen, zoals hier op het Drenthe College, vinden zoveel mogelijk op school plaats. Foto: Archief/Gerrit Boer

Duizenden eerstejaars beginnen eind deze maand aan hun studie op de universiteit, hogeschool of mbo. Zitten ze vanwege corona vooral thuis achter de laptop of krijgen ze ook nog ‘ouderwets’ les in een klaslokaal of collegezaal?

„Wanneer je alleen thuis achter de laptop zit, is de kans dat je uitvalt het grootst. Voor eerstejaars is fysiek onderwijs extra belangrijk en die krijgen dan ook prioriteit, net als de buitenlandse studenten.”

Bestuursvoorzitter Henk Pijlman van de Hanzehogeschool legt uit waarom zijn school het ‘buddysysteem’ introduceert. Doel van dat systeem is om uitval en eenzaamheid onder eerstejaars en buitenlandse studenten te voorkomen. „Daarnaast krijgen alle aankomende eerstejaarsstudenten wekelijks minimaal tussen de 6 en de 16 uur per week college op Zernike Campus”, zegt Pijlman.

„Normaliter ligt dat tussen de 16 en 18 uur. Dus ja, dat is veel minder, maar we kunnen ook maar een derde van de capaciteit van onze gebouwen benutten. We proberen ervoor te zorgen dat er zoveel mogelijk binding tussen de studenten ontstaat.”

Behalve een buddy – een ouderejaars – krijgen eerstejaars een studiecoach. „Ze worden in groepen van zeven personen ingedeeld die door een ouderejaars worden begeleid. Deze groep komt een aantal keren per week digitaal bij elkaar. Verder komen er rondleidingen over de campus en is er een welcoming day voor buitenlandse studenten. Zo hopen we dat er een min of meer een normaal jaar komt.”

loading

Fysiek onderwijs

Ook de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) zet in op enig fysiek onderwijs voor eerstejaars. „We streven naar minimaal één fysieke bijeenkomst per week voor eerstejaars en hopen dat dit een positief effect heeft op hun groepsgevoel”, zegt rector Cisca Wijmenga.

„Het is belangrijk dat eerstejaars de kans krijgen om kennis te maken met elkaar en met hun docenten. Het is waarschijnlijk niet voor alle studenten mogelijk om bij de start van het academisch jaar in Groningen of Leeuwarden aanwezig te zijn en soms kunnen ze vanwege quarantaine of gezondheidsklachten niet naar college komen.”

De prioriteit voor eerstejaars heeft volgens haar geen gevolgen voor ouderejaars. „De omstandigheden laten het toe een deel van het onderwijs op een verantwoorde manier weer in fysieke vorm te organiseren. Dit betekent dat we na de zomer overgaan naar een hybride onderwijsvorm. De mate waarin verschilt per opleiding. In ieder geval gedurende het eerste semester.”

Als de situatie rondom het coronavirus verandert kan het onderwijs meeveranderen. „Bij een lockdown gaan we weer naar volledig online bijvoorbeeld. We investeren de komende tijd in extra ondersteuning bij al het digitaal onderwijs. Het liefst creëer je fysieke ontmoetingen, vooral voor eerstejaars, maar het moet wel kunnen. Grote hoorcolleges zijn echt nog uitgesloten. We willen hier geen coronabrandhaard.”

Maar online onderwijs is niet voor elke studie of vak mogelijk. „Denk aan practica en veldwerk zoals bij archeologie of contact met patiënten zoals bij farmacie. Het wordt hoe dan ook een heel ander eerste semester dan alle andere eerste semesters.”

De RUG maakt meer ruimte voor fysiek onderwijs . Wijmenga: „Dit voorjaar is de uitbreiding van de grootste college- en tentamenfaciliteit van de RUG in Groningen gereed gekomen: de Aletta Jacobshal. Hiermee is veel extra ruimte gecreëerd. Onze vastgoedafdeling is momenteel aan het inventariseren of er nog extra ruimtes nodig zijn. De verwachting is dat het meevalt, omdat grote hoorcolleges voorlopig digitaal plaatsvinden.”

Een derde

Voorzitter Jan Willem Leeuwma van de Groninger Studentenbond is verheugd dat zowel de Hanzehogeschool als de Rijksuniversiteit Groningen eerstejaars voorrang geven bij fysiek onderwijs. „Toch zijn we wel benieuwd hoe dit in de praktijk uitpakt. Sommige opleidingen, zoals psychologie, bestaan uit grote groepen met honderden studenten. Het wordt moeilijk om een rooster te maken waarbij iedereen fysiek onderwijs krijgt. Zoveel ruimte en docenten zijn er niet. In de collegezalen kan een derde van de studenten terecht.”

De RUG kiest voor een combinatie van fysiek en digitaal onderwijs. Leeuwma: „Maar we kregen het afgelopen jaar toch wel berichten dat het digitale onderwijs te wensen overlaat. Studenten missen het directe contact met de docent. Het is niet mogelijk meteen vragen te stellen. Ook missen ze de onderlinge interactie, het sociale aspect.”

Hoogleraar Toegepaste Statistiek Casper Albers van de RUG ervaart dit ook als een groot gemis. „Alle lessen moesten opeens online. Ik gaf college vanuit mijn werkkamer en dan zie je de blik in de ogen van de studenten niet. Het voelt dan alsof ik een monoloog houd. Het is voor studenten mogelijk – digitaal – een vinger op te steken. Maar dat is niet ideaal. Dit kost veel meer tijd en energie.”

Hij vindt het hybride systeem ‘een elegante oplossing’. „Het komende jaar kan ik in de collegezaal staan. Studenten kunnen een plek reserveren. Er zitten dan geen 150 man in, maar 50 tot 80. Maar ik kan aan ze zien of ik te snel of te langzaam ga. Voor de overige studenten wordt het college live gestreamd . Voor werkgroepen geldt hetzelfde. Je kunt je inschrijven voor een online of offline werkgroep. Er is geen verplicht fysiek onderwijs.”

Hij is geen voorstander van volledig online onderwijs mocht er weer een nieuwe lockdown komen. „Dan zou ik zeggen: geef het vak dan maar niet.”

Aan de bak

Louw Arnoud van der Duim, hoofd van het technisch centrum ESI bij de RUG, kon na de lockdown aan de bak. „Wij ondersteunen het onderwijs aan de universiteit. We deden al wel wat aan online, maar nu kwam alles in een stroomversnelling. 2500 docenten moesten ontdekken hoe je online-onderwijs moet geven. We zorgden onder meer voor webinars en er is nu een website die helemaal gaat over online onderwijs.”

ESI is koortsachtig bezig alles voor het nieuwe jaar in orde te maken in lijn met de geldende restricties. „Er moet van alles worden geregeld. Bij fysiek onderwijs krijgen bij veel faculteiten de eerstejaars voorrang. Maar we kunnen maar 30 tot 50 procent van de ruimte in onze gebouwen benutten. De meeste faculteiten geven dan ook de garantie dat de lessen ook online te volgen zijn. Een deel van de buitenlandse studenten zit nog in het buitenland en kan vanwege corona niet hiernaartoe komen. Ook de faculteiten die practica doen, zoals tandheelkunde, krijgen voorrang als het om fysiek onderwijs gaat. Deze studenten hebben maanden niet op echte patiënten kunnen oefenen. Dat moet allemaal worden ingehaald. Daarnaast probeert de universiteit ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld toetsen, werkgroepen, tutorgroepen en projectgroepen zoveel mogelijk op de universiteit plaatsvinden.”

Twee dagdelen

Ook mbo-studenten en hun docenten moeten anderhalve meter afstand houden. Online studeren staat het komend jaar centraal. „We streven ernaar dat elke student minimaal twee dagdelen in de week naar school kan”, zegt Ineke Yska directeur bedrijfsvoering van het Alfa-college. „We laten hele klassen naar school komen en daar wordt de groep bijvoorbeeld over twee of drie lokalen verdeeld.” Dat er een klas komt heeft als voordeel dat klasgenoten elkaar kunnen zien en spreken.

Echt bijpraten zal buiten school moeten gebeuren. Het Alfa-college werkt met het ‘erin-eruitprincipe’. Studenten komen alleen op school voor de lessen die aaneengesloten in blokuren worden gegeven. „Als de les is afgelopen vragen we studenten het gebouw zo snel mogelijk te verlaten.”

„De eerste maanden ligt onze prioriteit bij jongeren in kwetsbare posities, eerstejaars en de examens”, zegt bestuurder Mare Riemersma van het Drenthe College. De fysieke lessen op school zijn bijna allemaal praktijklessen – ‘de praktijk is ons bestaansrecht’ – alle theorie gaat online. Bovendien moet praktijk wel op school omdat daar de machines, keukens, sportapparatuur, interieurs van kapsalons, bedden en noem maar op aanwezig zijn.

„Wij laten eerstejaars zoveel als mogelijk naar school komen”, zegt bestuurder Wim van de Pol van Noorderpoort. „We willen dat ze hun locaties, praktijkruimten, docenten en klasgenoten zo snel mogelijk leren kennen.” Het betekent dat tweede- en derdejaars meer online les krijgen. Ook krijgen studieloopbaanbegeleiders of mentors een nog belangrijkere taak. Zij moeten in de gaten houden hoe het met jongeren gaat, of ze bij de les blijven en niet afhaken.

Mbo-studenten krijgen over het algemeen les in blokken van zo’n 3 uur. Het eerst blok begint om negen uur ‘s morgens en het laatste blok gaat door tot acht uur ‘s avonds of, op het Drenthe College, tot half tien ’s avonds. Zo laat les krijgen en geven is nieuw voor studenten en docenten, en heeft nogal wat gevolgen voor hun privéleven. Niet iedereen kan meer naar zijn geliefde sporttraining of andere vaste bezigheid.

Alle mbo-scholen in de stad Groningen hebben met hbo en universiteit afgesproken op verschillende tijden – ongeveer een half uur na elkaar – te beginnen om de drukte in het openbaar vervoer te spreiden. Jongeren die in en om Groningen wonen, worden opgeroepen met fiets of scooter naar school te komen.

Kwaliteitsslag

De mbo’s hadden in maart en april – toen scholen gesloten waren – het online lesgeven in rap tempo voor elkaar. Duizenden docenten werden geschoold en kregen de techniek snel onder de knie. Yska: „Maar als je dertig jaar fysiek hebt lesgegeven valt dat niet altijd mee.”

De scholen onderzochten wat studenten voor de zomervakantie van de online lessen vonden. Mare Riemersma van het Drenthe College: „Les via een scherm vinden ze vermoeiend. De hele dag Teams is niet te doen. En bovenal: ze willen elkaar en hun docenten zien.” Ook docenten willen graag persoonlijk contact en sommigen vinden het ingewikkeld via een scherm een boeiende les van anderhalf uur te geven.

Na de ervaringen van de eerste maanden willen ze een kwaliteitsslag maken. Op het Drenthe College wisselen docenten goede online-lessen met elkaar uit. Wim van de Pol (Noorderpoort): „Bij ons krijgen alle docenten eind augustus een week lang trainingen over hoe ze goed online les kunnen geven, want het is totaal anders dan fysiek. Ze moeten hun programma omgooien, nadenken welke en hoe ze stof aanbieden. Een goede les vergt een activerende didactiek. Het is een hele uitdaging want wij hebben mbo’ers. Dat zijn echte doeners. Hoe hou je die erbij achter de laptop?”

Het jaar wordt superspannend, zegt hij. „Hoe langer het duurt, hoe minder makkelijk het gaat, vrees ik. Maar we gaan er onze stinkende best voor doen.”

******

'Ik ben minder tijd kwijt aan school'

„De combinatie van drie dagen online les en twee dagen naar school vond ik heerlijk. Nadeel is dat je je klasgenoten weinig ziet maar online lessen vind ik effectiever. Niemand praat erdoorheen en als iemand de les verstoort wordt-ie uit Teams gegooid.

Online zitten docenten je minder achter de broek. Je moet het zelf doen. Thuis doe ik meer en ik ben minder tijd kwijt aan school. Ik heb ook minder reistijd. Wel kun je online makkelijk frauderen maar docenten worden er alerter op. Ik doe een technische opleiding dus voor praktijk moet je wel naar school, de theorie kan prima vanuit huis.

Doordat je een paar keer naar school gaat, houd je contact met klasgenoten. Als je op school komt, voelen docenten wel beter aan hoe het met je gaat en of er wat loos is. Dat mis je online.”

Max Benz (19), vierdejaars technicus engineering, Alfa-college

'Ik word zat van mijn laptop'

„Ik had ’s middags of ’s ochtends online les en daarbuiten kon ik mijn eigen tijd indelen. Je krijgt veel opdrachten als verslagen en filmpjes maken. Voordeel is dat je daarbuiten zelf kunt kiezen met welk vak je bezig wilt. Nadeel is dat ik veel achter mijn laptop zit en daar word ik zat van.

Ik leer beter in een schoolomgeving en neem meer op van een docent dan van een laptop. Op school kun je overleggen met klasgenoten en gelijk vragen stellen aan de docent. Als je problemen hebt met je planning, studie of als je niet lekker in je vel zit, voelen ze dat aan en zeggen: kom even langs.

Online hebben ze daar veel minder zicht op. Komend schooljaar loop ik drie dagen stage op een basisschool en ik hoop dat ik de andere twee dagen naar school kan. Ik wil graag mijn klasgenoten weer zien.”

Natasja van der Velde (21), derdejaars onderwijsassistent, Alfa-college

'Dit is anders dan ik me had voorgesteld'

„Mijn eerste studiejaar begint anders dan ik me had voorgesteld. In het eerste semester mag ik voor college twee dagen een aantal uren op de universiteit komen. Dat ga ik doen, omdat ik dan mijn studiegenoten kan leren kennen. We kunnen een buddy krijgen, een ouderejaars, die je begeleidt.

Dat lijkt me wel prettig. Het fysieke gedeelte valt grotendeels weg, ik zal weinig op de universiteit zijn en daardoor minder leraren en studenten ontmoeten. Op de middelbare school kregen we online les, dus dat ben ik al gewend. Tijdens mijn middelbareschoolperiode leverde ik werkstukken en verslagen ook al digitaal in.

Ik verheug me op de studie. Het is fijn dat je vakken krijgt die je erg interessant vindt en dat je studiegenoten net zoveel belangstelling hebben voor de studie als jij.”

Romée Danoe (18) uit Sappemeer begint 1 september aan studie pedagogische wetenschappen (RUG)

menu