Groningse 'Bed Bad Brood' biedt 1 op 10 asielzoekers basis voor thuisreis of verblijfstatus

De 'Bed Bad Brood'-opvang aan de Helsinkistraat is inmiddels een jaar onderdeel van een landelijk proefproject: de gemeente Groningen beraadt zich op de bouw van een nieuw asielcentrum op de plek van het versleten gebouw. Foto: Archief Kees van de Veen

Ruim 10 procent van de asielzoekers die het Rijk op straat zet, vindt vanuit de ‘Bed Bad Brood’-opvang in Groningen de weg terug naar het thuisland of krijgt alsnog een verblijfsstatus.

Dat meldt de gemeente Groningen na het eerste jaar van het proefproject met een Landelijke Vreemdelingen Voorziening. Sinds april vorig jaar is Groningen een van de vijf steden in Nederland die daaraan meedoen. Inmiddels bekijkt het ministerie van Justitie en Veiligheid of de ‘pilot’ kan worden uitgebreid, onder meer naar Emmen.

De LVV-proef is een landelijk vervolg op de ‘Bed Bad Brood’-opvang die Groningen sinds 2015 biedt voor asielzoekers die zijn uitgeprocedeerd of om andere redenen geen aanspraak maken op een plek in de reguliere asielcentra. Om die doelgroep van de straat te houden, biedt de gemeente opvang op een asielboot en in het vroegere Formule 1-hotel.

Bestemming is bij kwart van uitstromers onbekend

Sinds de start in april zijn in Groningen in totaal 330 asielzoekers ingestroomd. Daarvan zijn er 133 na verloop van tijd ook weer vertrokken. Dat zit precies op 40 procent, zoals de doelstelling van de LVV-proef is. De gemeente beschouwt de aanpak daarom als succesvol, rapporteren burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad.

Van de uitstromers in Groningen kan 40 procent alsnog terecht in de reguliere opvang van het COA omdat hun asielprocedure bij nader inzien toch wordt hervat. Van een kwart van de vertrekkers weet de gemeente niet waar ze naar toe gaan. Nog eens zo’n 8 procent belandt na crimineel of (psychotisch) wangedrag in de cel of gesloten asielopvang of verspeelt zelfs zijn opvangplek in de LVV.

Asielboot en -hotel bieden vaak basis voor terugkeer

Daar staat tegenover dat bijna 20 procent van de vertrekkers terugkeert naar het thuisland met hulp van vluchtelingenorganisatie Inlia die de opvang voor de gemeente runt. Zo’n 8 procent van de gasten in de Groningse LVV-opvang rondt vanuit het F1-hotel of de boot alsnog zijn asielprocedure met succes af en krijgt een verblijfsstatus.

Naar aanleiding van de resultaten over het eerste jaar van de pilot wil Justitie de aanpak nu uitrollen over alle gemeenten in het land. Zij kunnen aansluiten bij uiteindelijk acht LVV-centra. Ook Emmen is in beeld als ‘sateliet’-locatie: die gemeente biedt al zelfstandig vergelijkbare opvangplekken, eveneens gerund door Inlia in meerdere woonhuizen.

Zoals eerder gemeld, hebben gemeente en Inlia de opvang vanwege de coronoacrisis vorige week uitgebreid met een tweede asielboot. Het hotel en de bestaande slaapboot zijn te krap om anderhalve meter afstand te kunnen garanderen. Afgelopen weekend zijn de tweehonderd bewoners daarom herverdeeld over drie locaties. Het Rijk betaalt de kosten: 370.000 euro.

Mogelijk nieuwe asielopvang op plek F1-hotel

De gemeente beraadt zich op een volledig nieuwe opvang op de plek van het Formule 1-hotel aan de Helsinkistraat. Dat gebouw ‘kraakt in zijn voegen’ en de huur van de asielboot is relatief duur, schrijft het college aan de raad. Vervangende nieuwbouw zou daarom een efficiëntere oplossing kunnen bieden.

menu