Tuinparadijs aan de rand van Groningen: Berend en Riekje nemen afscheid van veranderde Piccardthof

Berend van Apeldoorn en Riekje Stokla verlaten na bijna een halve eeuw volkstuinencomplex Piccardthof. Foto: Corné Sparidaens

Na bijna een halve eeuw verlaten Berend van Apeldoorn en Riekje Stokla volkstuinencomplex Piccardthof aan de rand van Groningen. Met gemengde gevoelens verkochten ze hun zomerhuis.

Hij is zo’n man die alles kan. Een geiser aansluiten, zonnepanelen aanleggen, dakgoten repareren. Dikke kans dat mensen met een tuinhuisje op Piccardthof, aan de rand van Groningen, hem kennen. Berend van Apeldoorn. Hij is 81 inmiddels.

Die leeftijd maakt hem onzeker als hij de ladder op klimt. Al die klusjes gaan hem steeds minder goed af. De tuin wordt hem te groot. En, zegt zijn vrouw Riekje Stokla (77): ,,Vroeger had hij hier veel bekenden. Dat is voorbij.’’ Hij knikt. ,,Mijn laatste kennis is ook weggevallen.’’

‘Stilzitten kunnen we niet’

Vandaar dat zij hun huisje hebben verkocht. Nog een paar dagen − dan slapen ze er voor het laatst, werpen een laatste blik in hun zorgvuldig bijgehouden tuin. Ze zullen moeten slikken, denken ze, maar het is niet anders.

,,We hebben een trekhaak op de auto gezet en twee elektrische fietsen gekocht. Gaan we lekker fietsen’’, zegt Riekje positief.

,,Heel mooie fietsen’’, vindt Berend.

,,Stilzitten kunnen we niet’’, zegt zij.

,,Rust roest’’, zegt hij.

Maar ja, fietsen is weliswaar buiten zijn, maar het is heel wat anders dan het buitenleven dat zij op Piccardthof gewend zijn. Jaar in jaar uit zijn ze er van eind april tot half september te vinden. Hun bovenwoning in de stad zien ze dan alleen voor de post en de planten.

,,We zijn hier alleen binnen als het regent’’, zegt hij. ,,Voor de rest leef je buiten.’’

De wereld aan herinneringen

En ze hebben er de wereld aan herinneringen liggen. Haar ouders kochten het huisje in 1967, aangestoken door kennissen die er ook een huisje hadden.

Vlak daarvoor had Riekje kennisgemaakt met Berend, die op vakantie was in Groningen. Hij woonde met zijn ouders en broers en zussen in Zuid-Afrika waar zij vanuit Friesland naartoe geëmigreerd waren toen hij 14 was.

Riekje en Berend schreven elkaar en Riekje waagde de sprong naar Zuid-Afrika. In 1977 keerden ze, met hun twee kinderen, definitief terug naar Nederland. Ze namen het huisje op Piccardthof over van haar ouders.

Ze herinneren zich hoe stréng het bestuur destijds was, hoe de voorzitter elke avond een rondje fietste door alle laantjes. ,,Als hij de tuinen nu zou zien, zou hij zich in z’n graf omdraaien’’, zegt zij. ,,Wel drie keer’’, zegt hij.

Liever op Piccardthof dan naar Frankrijk

Hun kinderen groeiden er op. Berend en Riekje gingen ook wel met hen op vakantie naar Frankrijk en Italië, maar ze brachten de zomers liever door op Piccardthof waar ze met de andere kinderen eindeloos speelden. ,,We organiseerden ook van alles voor hen, van vissen tot en met busreisjes. We knapten het jeugdhonk op, er waren speurtochten, karaokeavonden, van alles.’’

Zelf waren ze veel in en bij de kantine te vinden, om er zaterdagsavonds te dansen op livemuziek. ,,Er was elke avond wat te doen’’, zegt zij. En anders verzonnen ze wel een activiteit. Zo zijn ze geregeld met kennissen van de tuin op vakantie geweest.

Zo is het niet meer, op Piccardthof. Het jeugdhonk wordt nauwelijks gebruikt, de mensen zijn op zichzelf, vinden Berend en Riekje. ,,Je kunt hier ’s avonds een kanon afschieten’’, zegt hij.

Ze vinden het spijtig om afscheid te nemen van de plek waaraan ze verknocht waren. De man aan wie ze hun huisje verkocht hebben, houdt van tuinieren − dat scheelt. En hij heeft hen verzekerd dat ze altijd langs mogen komen.

menu