Beschaamd deed ik zonder mondkapje boodschappen in de Jumbo. Zag ik teleurstelling in de ogen van die bejaarde vrouw?

Een afgesloten gang voor het vakkenvullen in een Jumbo-supermarkt. Foto: ANP/Rob Engelaar

Verslaggever Ernst Slagter was vrijdagavond op weg naar de supermarkt en realiseerde zich vlak voor de ingang dat hij zijn mondkapje vergeten was. Hij stapte toch de Jumbo binnen.

Het is zover. Mondkapje vergeten. De dag die je wist dat zou komen, zeg maar. Shit. Wat nu? Terug naar huis? Ik sta al voor de supermarkt. Het regent pijpenstelen. En zo druk lijkt het binnen niet te zijn. Ik besluit het erop te wagen.

Sinds er een dringend advies geldt mondkapjes te dragen in de supermarkt, draag ik ze trouw. Omdat ik niemand wil besmetten, maar ook vanwege mondkapjesschaamte. Ik steek een middelvinger op naar alle andere supermarktklanten als ik geen kapje draag. Zo voelt het.

Doekje voor het bloeden

Met het schaamrood op de kaken loop ik naar binnen. Het meisje van de Jumbo wacht me desondanks met een glimlach op bij een rij gedesinfecteerde winkelkarretjes.

Ik heb in de zomer nog een kritisch stuk geschreven over de lakse wijze waarop veel grootgrutters destijds met het virus omgingen. En kijk nu eens: ik been tijdens de tweede golf zelf zonder mondkapje richting mijn karretje. Ik desinfecteer m’n handen nog wel, maar da’s niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Het meisje van de karretjes vraagt of ik me ervan bewust ben dat ik geen alcoholische dranken meer in mag slaan. Het is tenslotte al acht uur geweest. Ik knik en vraag me af of ze klanten mét mondbedekking dezelfde vraag stelt. Vast niet.

Normaal gesproken draagt zo’n tien procent van de klanten in deze supermarkt geen mondkapje, schat ik. Vandaag ben ik uiteraard de enige.

Bij het schap met filterkoffie staat een bejaarde vrouw. Onze blikken kruisen elkaar. Zie ik teleurstelling? Ik sla mijn ogen neer en besluit eerst verderop cornflakes te halen.

Fronst ze haar wenkbrauwen nu?

Vlak voor de zelfscankassa liggen grootverpakkingen mondkapjes. Vergis ik me of keek de kassière even naar mij, waarop haar blik direct daarna richting de mondkapjes ging? En wacht even: fronst ze haar wenkbrauwen nu?

Als ik heb betaald en richting de uitgang loop, kom ik weer langs het meisje van de winkelwagens. Ze wijst een haastige man zonder mondkapje erop dat het het verplicht is een karretje te gebruiken voor zijn boodschappen.

Terwijl ik passeer, klinkt een diepe zucht en rolt hij opzichtig met zijn ogen. ‘Is die onzin nog steeds niet afgelopen?’, vraagt -ie dan geïrriteerd. Het meisje schudt bedremmeld van nee. Hij loopt mokkend verder. Ik weet mezelf geen houding te geven en glimlach naar het meisje. Ze slaat haar ogen neer.

menu