De Marlijn op Schiermonnikoog wordt door Jacques Hermus geprezen om 'een goddelijke vissoep'.

Jacques Hermus zoekt regionale lekkernijen: Bijna al het lekkers van Schiermonnikoog

De Marlijn op Schiermonnikoog wordt door Jacques Hermus geprezen om 'een goddelijke vissoep'. Foto: Ilja Zonneveld

Voor de zomerreeks Thuis in het Noorden trekt Jacques Hermus in juli en augustus kriskras door Noord-Nederland op zoek naar regionale lekkernijen. Aflevering 7: culinair fata morgana op Schier.

We weten dat het woord ‘schier’ in Schiermonnikoog ‘grijs’ betekent. Maar het zou ook die andere betekenis kunnen hebben: ‘bijna’. Dat al het culinair eigene op Schier ‘bijna’ van het eiland is, bijvoorbeeld.

Het zijn fijne tijden voor Schiermonnikoog. Het eiland wordt overlopen door toeristen. Bij de boot naar het eiland staan fietsers in file bij de oprijlaan, het zomerweer waait als een föhn over het eiland, er is geen plekje meer te krijgen in hotel of op camping. We vinden nog net een kamer voor 140 euro in een dorpshotel waar de hitte je wakker houdt, net als het scheefzakkend matras en het uitgelaten geschreeuw van jongeren die ’s nachts in plukjes de Tox-bar verlaten.

Maar goed, we komen naar Schiermonnikoog met een belangrijk doel: het proeven van de culinaire geneugten van het eiland. Nou weten we ook wel dat op Waddeneilanden als Texel en Terschelling behoorlijk aan de weg getimmerd wordt met eigen lekkernijen, en dat Schiermonnikoog in omvang beduidend minder uitdagingen biedt. Maar onze zoektocht naar Schiere lekkernijen wordt al snel een heuse queeste, bemoeilijkt door allerlei hindernissen.

loading

Zo kunnen we bij delicatessenwinkel-annex-slijterij-annex-pizzabakkerij Vrouwe Jakoba een aantal potjes met jammetjes, mosterd en andere streekproducten kopen onder de naam ‘schatten van Schier’. Maar die schatten hebben alleen liefdevol een Schier plakkertje gekregen. „Wordt allemaal op het vasteland gemaakt”, zegt de uitbater enigszins gelaten. Ook de heerlijke duindoornjam met honing is volgens hem niet van Schier. Vermoedelijk komt de duindoorn van de grote kwekerijen op het Duitse vasteland, en de bijgemengde honing van de Bijzaak wordt weliswaar omschreven als ‘eilander honing’, maar misschien komt die wel van Terschelling.

Bijen genoeg trouwens op Schiermonnikoog: er is een teeltstation gevestigd voor het kweken van zachtaardige, raszuivere koninginnen van de carnicabij ( Apis mellifera carnica ) die door imkers uit het hele land en ver daarbuiten worden gebruikt voor het creëren van nieuwe bijenvolken. De bijtjes liggen dus in elk geval aan de basis van heel veel lekkers. Elders.

Belgisch bier met een Schiermonnikoger twist

Bij de drankjes in de winkel is het al niet veel anders. De traditionele (kruiden)bitters die elk eiland heeft worden op het vasteland gemaakt, net als de bieren Pole Bjair en het recente Hippo. De laatste – anno 2018 – is een coproductie van twee in België geboren broers. Hun moeder is echter geboren en getogen op Schiermonnikoog, en een van beide broers woont al een poosje op het eiland. Bij onze zuiderburen brouwen ze een friszuur biertje dat zijn naam niet aan nijlpaarden heeft te danken, maar aan de Latijnse naam voor duindoornbes: Hippo phae ramnoides .

loading

Overigens stikt het op Schiermonnikoog van de duindoorn, en ook andere eetbare planten, vruchten en bessen groeien er in overvloed. Kijk alleen maar naar de rozenbottels die nu volop te plukken zijn van de eindeloze rij struiken langs de Badweg. Alleen: dat mag niet. Wildplukken is in het algemeen in Nederland al aan strikte regels gebonden, maar op Schiermonnikoog is het helemaal uit den boze.

Het is namelijk een Nationaal Park. Dat heeft als voordeel dat de rijkdom aan planten en vruchten onaangetast blijft, maar dat die ook voor de culinair geïnteresseerde een fata morgana blijven. Dat geldt ook voor de lamsoor en zeekraal die we door de van hitte zinderende lucht op de schorren en kwelders van de Waddenzijde zien, of de oesters en mosselen die op de nabijgelegen banken liggen. Laat het dan het voedsel zijn voor andere gegadigden dan de mens.

loading

Aan de Noordzeekant van het eiland zien we de garnalenboten net achter de branding hun netten door het water trekken. Daar mogen we wel ‘wild’ plukken: met een grote strandhengel, een fiks werplood en een haak met zagers proberen we lekkernijen van de onderwaterse zandbodem te vangen.

Een zeebaars hopelijk, of anders een mooie platvis. Schol misschien, Schiermonnikoog was in de 18de eeuw beroemd vanwege deze platvis. Vooral gedroogde schol. In het dorp had elk huis aan de Langestreek een eigen ‘hangstede’ of ‘hiemstede’, een schuur waarin de schol werd gedroogd. De gedroogde schol vond zijn weg naar markten in Hamburg, Brugge en Frankrijk.

Schierse schullemeiden verkochten de vis in Groningen

In Groningen werd de schol rechtstreeks verkocht door de vrouwen van het eiland. Ze werden Schierse schullemeiden genoemd. De visserij hield na 1800 nagenoeg op te bestaan door concurrentie met andere vissershavens, het dichtslibben van de eigen haven en de teruggang van de scholpopulatie. Ook vandaag laat de schol zich niet zien, net zomin als de zeebaars. Gelukkig hoeven we maar een klein eindje te lopen naar een andere vis: de Marlijn. Die heeft zich vermomd als paviljoen, is een van de lekkerste restaurants van het eiland en serveert al jaren een goddelijke vissoep.

Na de verkwikkende lunch stappen we op onze elektrische fiets. Tijdens het genoeglijke tochtje over het eiland ontmoeten we andere culinaire mogelijkheden. We zien grazende schapen en koeien van kwelders in het oosten tot weilanden in het midden van het eiland. Ah, vlees en melk, denken we meteen. Nou, ja, in ieder geval melk. Tot een aantal jaren geleden had een van de zeven Schierse veehouders, van boerderij Florida, nog een eigen kaasmakerij. Maar die sloot de deuren en de boerderij levert zijn melk nu, net als de buren, aan de grote zuivelcoöperatie op de wal.

loading

Maar er gloort hoop zo hebben we vernomen. Met behulp van wat provinciale subsidies staat er een eigen kaasfabriekje op stapel. De zeven melkveehouders hebben de handen ineengeslagen, mede door de dreigende stikstofproblematiek. Als ze, zoals wordt verwacht, de veestapel met een derde moeten inkrimpen – van de huidige 650 stuks melkkoeien naar 440 – dan kunnen ze een hogere prijs voor de melk krijgen door er kaas van te maken. Hopen ze, want weinig is zeker in deze tijden. Voorlopig herkauwen de Friese Holsteiners nog loompjes hun weidegras, onwetend van de nieuwe richting van hun melkstroom. Volgende jaar weten zij en wij meer.

Verwilderde appelbomen langs het fietspad

Vooruit, dan nog maar een ijsje bij de heerlijke ijssalon van Ambrosijn aan de Langestreek. U weet wel, verwijzend naar de wilde appeltjes die op het eiland groeien en ontsproten zouden zijn aan de klokhuizen die toeristen in de berm hebben gegooid. De op het eiland geboortige pomoloog Tijs Visser veredelde een van die appels naar een soort die hij Ambro noemde, naar zijn grootvader Ambrosius. Mooi verhaal, dat van die klokhuizen, maar dat willen we natuurlijk wel even proefondervindelijk zien.

Als we zo ongeveer elk paadje van het eiland hebben befietst, zien we op weg naar het Badstrand aan de linkerkant een hoge boom staan met geelrode appeltjes. Toch nog een verwilderde appelboom. Een tweede komen we tegen langs een westelijk fietspad. Het zijn eigenlijk gewoon zaailingen van bestaande appelrassen als Elstar (een ras dat overigens door Tijs Visser is ‘uitgevonden’) of vrijwel verdwenen soorten als Benoni of James Grieve.

Een van die boompjes moet de oerboom zijn geweest voor de Ambro, maar de moederboom waarvan Visser de enten sneed is verdwenen. Hij stond ten noorden van de camping langs een pad waar een paar jaar geleden een brede strook begroeiing is gerooid. Op het eiland wordt de Ambro ook niet gekweekt, maar in Zeeland. Zijn we appelkundig toch weer een beetje in de aap gelogeerd. En in een slapeloos hotel.

loading

menu