Bijverdienen naast bijstand helpt langdurig werkloze weer (een beetje) vooruit

Meer ruimte om bij te verdienen en goede begeleiding stimuleert bijstandsgerechten om werk te zoeken en hun leven op de rails te zetten, concludeert de gemeente Groningen na twee jaar experimenteren met zo'n aanpak. Foto: Archief ANP

Begeleiding door werkcoaches en vooral de mogelijkheid om bij te verdienen naast de bijstandsuitkering stimuleert langdurig werklozen in Groningen om hun leven beter op de rails te krijgen.

Dat is de voornaamste conclusie uit het experiment Bijstand op Maat in Groningen. Daarbij liet de gemeente de teugels vieren voor 890 bijstandsgerechtigden om te kijken of ze zich beter aan hun situatie kunnen ontworstelen zonder de gebruikelijke strenge regels en richtlijnen.

Vaker (tijdelijk) parttimebaantje en iets meer inkomen

Dat stimuleert inderdaad langdurig werklozen om na jaren thuis zitten weer wat van hun leven te maken, blijkt uit de resultaten die Groningen gisteren presenteerde als eerste van de zes experimentgemeenten. Zij het mondjesmaat. De werklozen die sinds november 2017 aan de proef deelnamen, vonden iets vaker dan gebruikelijk een (tijdelijke) parttimebaan en wisten ook hun inkomen licht op te vijzelen.

De verschillen blijven beperkt tot enkele procenten. De meeste vooruitgang is te zien bij de groep deelnemers die ervoor koos om bij te verdienen met behoud van uitkering. Aanmerkelijk minder winst boekte de groep die koos voor intensieve begeleiding ‘op maat’, al zijn zij wel te spreken over de inzet van voormalige bijstandsgerechtigden als ‘werkcoach’. Ronduit negatief zijn daarentegen de deelnemers die zonder sollicitatieplicht en andere strakke bijstandsregels het leven op de rails probeerden te krijgen.

Vooral bijverdienen blijkt stimulans om werk te zoeken

In de ‘bijverdiengroep’ konden bijstandsgerechtingen tot 290 euro per maand bovenop de bijstand verdienen uit werk. Normaal moeten ze de helft van neveninkomsten inleveren, nu slechts een kwart. Het aantal deelnemers dat daardoor 8 uur werk in de week vond, ligt bijna 10 procent hoger dan gebruikelijk in de bijstand. Voor baantjes van meer dan 12 uur ligt dat ruim 6 procent boven gebruikelijk niveau. Bij de ‘maatwerk’-groep blijft dat verschil steken op dik 2 procent.

De winst zou groter zijn als het project langer had geduurd, zegt onderzoeker Arjen Edzes van de Rijksuniversiteit Groningen die de proef leidde in opdracht van de gemeente Groningen. Deelnemers zaten bij de start al jaren werkloos thuis. ,,Voordat die doelgroep op pad naar werk kan, moeten er eerst andere problemen uit de weg worden geruimd, op persoonlijk, mentaal en lichamelijk gebied. Dat kost tijd.’’

‘Winst zit niet alleen in werk maar ook in welbevinden’

De uitkomsten tonen wel aan dat stimuleren in ieder geval niet minder slecht werkt dan de huidige praktijk van straffen en stokken achter de deur, concludeert Edzes samen met wethouder Carine Bloemhoff. Zij pleit daarom voor een blijvend landelijk vervolg op het experiment. Voor de proef trok de gemeente zelf 1,3 miljoen euro, maar het Rijk moet de financiering overnemen. ,,Dat is de boodschap aan Den Haag: Geef ons ruimte voor deze aanpak en geef ons de middelen.’’

Het kabinet moet de proef volgens Bloemhoff niet alleen afrekend op de uitstroom naar werk, maar ook andere ‘maatschappelijke baten’ meewegen. Zo oordelen alle deelnemers nu positiever over hun leven en gezondheidssituatie, is hun vertrouwen in de samenleving gegroeid en ook hun zelfredzaamheid. ,,Als je alleen naar de arbeidsparticipatie kijkt, misken je deze doelgroep.’’

De andere proefgemeenten Utrech, Tilburg, Wageningen, Deventer en Nijmegen komen de komende weken met hun bevindingen. Die liggen komende maand op tafel in een slotevaluatie van het experiment met het ministerie van sociale zaken. Dat overleg is onderdeel van de voorgenomen herziening van de Participatiewet.

menu