In het coronajaar zag horecaondernemer Erik Nap de kas leeg vloeien. Ruim een ton heeft de pandemie hem gekost, maar nu kijkt hij weer lachend in de kassa.

Stijf een week heeft hij achter de rug als exploitant van het fonkelnieuwe paviljoen Flonk aan het Oldambtmeer. Het zwarte horecapand staat met de rug naar het dorp Finsterwolde, maar heeft aan de voorzijde een fraai uitzicht over het Oldambtmeer. ,,En dat blijft ook zo, want de investeerder van het pand heeft er ook het water bij gekocht”, vertelt Nap lachend. ,,Het uitzicht blijft dus altijd behouden.”

We hebben hier aan het Oldambtmeer goud in handen

Op het terras aan de waterkant zit deze middag een aantal gasten. De zon schijnt weliswaar niet uitbundig, maar een terrasje pakken nodigt uit. ,,En zo gaat het al de hele week. Fietsers, wandelaars, mensen met een bootje, maar ook omwonenden komen hier langs.” Nap bladert door het gastenboek. ,,Vanavond vol, morgenavond vol, dan ook al weer vol. Ja, je kunt het wel een vliegende start noemen.”

Hij had het al meerdere keren gezegd. ,,We hebben hier goud in handen. Er liggen veel kansen.” Zo optimistisch hij nu in de toekomst kijkt, zo somber was het in het corona jaar. Als eigenaar van Gasterij Smits in Midwolda moest hij vanwege de pandemie gedwongen op slot. ,,Dat heeft me bijna een half miljoen euro omzet gekost.” Maar Nap is niet van het doemdenken. De toekomst gaat hij lachend tegemoet. Vandaag gaat hij naar de notaris om de Gasterij te verkopen. ,,Zo had ik het vier jaar geleden toen ik het kocht niet bedacht, maar soms lopen dingen zo.”

Erik Nap broedt al weer op een nieuw horecaplan

Vol gas wil hij de eerste weken geven. Werkdagen van veertien uur liggen vooralsnog in het verschiet. ,,Het moet vanaf het begin goed lopen. Het loopt nu al prima, maar dit moeten we volhouden. Ik heb de eerste blaren al onder de voeten. Iedereen in de horeca moet weer wennen en meters maken.”

Meters maken wil hij ook over enkele jaren, want hij broedt al weer op een nieuw horecaplan. Aan de noordrand van Blauwestad, bij strand Midwolda, wil hij een nog veel groter paviljoen bouwen. Een grote zaal voor bruiloften en vergaderruimtes. Een grillafdeling komt er niet meer. Voor bowlingbanen is ook geen plek meer, zoals bij de Gasterij.

,,Het idee dateert al van jaren geleden, maar we gaan het nu nieuw leven inblazen. In de Gasterij kwamen jaarlijks tussen de 30.000 en 35.000 gasten. Daar mikken wij weer op. Dat zijn andere dimensies dan bij Flonk, maar we gaan hier eerst een succes van maken. Het loopt nu al boven verwachting. Ik wil eerst een succes maken van het restaurant en terras. Volgend seizoen willen we aanlegplekken voor boten realiseren. Ook denken we aan kanoverhuur. De steiger ligt er al.”

En over de naamgeving valt ook nog wel iets te vertellen. Flonk, een volgens Nap typisch Gronings woord, dat levenslustig betekent: geniet van het leven. ,,Kort maar krachtig en het blijft hangen.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen