Mussert schudt de nieuwe Groninger burgemeester Petrus Tammens de hand. Foto uit proefschrift van Christ Gevers.

Boer Tammens, de NSB-burgemeester van Groningen: 'Uiteindelijk was hij een boef'

Mussert schudt de nieuwe Groninger burgemeester Petrus Tammens de hand. Foto uit proefschrift van Christ Gevers.

Twee jaar zat hij op het pluche aan de Grote Markt, maar NSB-burgemeester Petrus Tammens, de enige boer die ooit de scepter in Groningen zwaaide, is vrijwel vergeten. „Uiteindelijk was hij een boef.”

Niemand voelde er eind 1942 voor om burgemeester van Groningen te worden. Nadat de Duitse bezetters burgervader Cort van der Linden hadden weggestuurd, zocht de NSB maandenlang naar een opvolger. Mogelijke kandidaten die werden gepolst, bedankten voor de eer. De enige belangstellende die zelf solliciteerde, een melkboer uit Veendam, werd snel afgeserveerd.

Uiteindelijk viel de keuze op de 44-jarige graanboer Petrus Fokko Tammens uit Ruigezand, een gehucht in het noorden van het Westerkwartier. Hij werd op 26 januari 1943 benoemd en begon aan zijn nieuwe baan op 2 februari. Uitgerekend de dag dat er na maanden een einde kwam aan de bloedige slag bij Stalingrad, waarvan het Duitse leger in de Sovjet-Unie zich nooit meer zou herstellen. Het was een belangrijk keerpunt in de oorlog.

Wat dreef de als slim omschreven Groninger om zijn toekomst te verbinden aan de gehate bezetter van ons land? Wie was deze vrijwel onbekende burgemeester van de grootste stad van Noord-Nederland? De Groninger publicist Christiaan Gevers (54) zocht het uit. Hij promoveert op 7 mei aan de Rijksuniversiteit Groningen op Boer Tammens Houzee. Groningen en zijn NSB-burgemeester .

Een dikke boer

Tammens was een zogeheten dikke boer. Dat wil zeggen een herenboer, die minstens 40 hectare land bezat. Het waren vaak akkerbouwers uit de kleistreken, die ook een rol speelden in het lokale bestuur. Het was, in de woorden van Gevers, de landelijke aristocratie, de bovenklasse van de provincie.

De latere burgemeester van Groningen werd geboren op 8 april 1898. Hij had een broer, Peterus Jan, die twee jaar jonger was. Hun vader Fokko was een niet onbemiddelde boer uit Grijssloot, een buurtschap ten noorden van Leens, die het belangrijk vond dat zijn zonen een goede opleiding kregen. De jongens verhuisden daarvoor naar Groningen, waar ze beiden de Mulo (Meer Uitgebreid Lager Onderwijs) volgden.

Tammens, die goed kon leren, ging vervolgens naar de Rijks Middelbare Landbouwschool in de stad. In die tijd was dat na de Landbouwhogeschool in Wageningen de hoogst haalbare agrarische opleiding. Hij was bij zijn eindexamen in 1917 de beste leerling van het jaar en kreeg daarvoor een prijs, die bestond uit een gouden medaille en een oorkonde.

Een jaar later moest de jonge Groninger onder de wapenen. Nederland was neutraal in de Eerste Wereldoorlog, maar de grenzen dienden natuurlijk wel bewaakt te worden. Hij was in Den Haag gelegerd en maakte deel uit van een compagnie grenadiers. De soldaten moesten daar regeringsgebouwen, paleizen en spoorbaanvakken beveiligen.

loading

Tot korporaal bevorderd

Op 12 november 1918 verklaarde de leider van de Nederlandse Sociaal Democratische Arbeiderspartij Pieter Jelles Troelstra in de Tweede Kamer dat de regering niet langer kon rekenen op de steun van politie en leger. Hij dreigde met een socialistische revolutie en raadde aan de macht over te dragen aan zijn partij. Vervolgens gingen er wilde geruchten door de Hofstad. Koningin Wilhelmina zou de stad ontvluchten.

Het liep uiteindelijk anders. De bevolking schaarde zich achter de vorstin en de zittende regering. Op het Malieveld was op 18 november een grote menigte bijeen. Toen de koets van de koningin verscheen, spanden Tammens en zijn mede-militairen de paarden uit en trokken zelf de koets van Wilhelmina over het drassige veld, dwars door de juichende menigte. In het Haags Archief is een foto bewaard gebleven van de trotse militairen met het rijtuig, voor de koninklijke stallen. Helemaal rechts op de plaat ontdekte onderzoeker Gevers Tammens.

Twee weken later werd de Groninger, net als alle andere betrokken grenadiers, tot korporaal bevorderd. Op 1 oktober 1919 kreeg hij groot verlof en verliet het leger.

Het ging hem voor de wind

Tammens ging terug naar Groningen. Hij trouwde in 1921 met Alida Wiersma, dochter van een boer in Ruigezand. Het stel nam de boerderij over en kreeg een paar jaar later een zoon (Fokko) en de dochter (Jettie). Het ging Tammens voor de wind. Als 23-jarige had hij al arbeiders in dienst die voor hem zijn 48 hectaren land bewerkten. Op de akkers werden aardappelen, suikerbieten, erwten, Waalse bonen, karwij, klaver, vlas en vooral graan verbouwd. Ook vonden er op de hoeve proeven plaats met het veredelen van graan. Voorts had hij een aantal paarden en een bescheiden veestapel van een stuk of acht koeien.

Hij was een van de eerste in de streek die een automobiel kocht, een zwarte Fiat. Daarmee reed hij via Electra en Leens in een mum van tijd naar zijn ouders in Grijssloot. Tammens was inmiddels lid geworden van De Veereniging tot Bevordering van Landbouw en Nijverheid in Leens. Samen met de bekende Groninger boer Herman Derk Louwes uit de Westpolder ontfermde hij zich over de bibliotheek. Het was de eerste van een flink aantal bestuurlijke functies die Tammens zou bekleden, zowel in de landbouw als in de politiek.

loading

Onrust onder arbeiders

De jaren twintig en dertig waren een moeilijke periode voor veel boeren. Na de oorlog kelderden de graanprijzen doordat de VS en Canada enorme hoeveelheden goedkoop graan naar Europa exporteerden.

Bovendien was er in delen van Groningen onrust onder arbeiders, die hogere lonen eisten. In Finsterwolde vielen er bij een protest een dode en drie gewonden. Tussen boeren en arbeiders bestond vaak een onoverbrugbaar statusverschil. Arbeiders kregen hun loon bij de deur van de koeienstal, want ze mochten niet in de boerderij komen.

Wie naar het oosten keek, werd ook niet vrolijk. In de Sovjet-Unie werden boeren door Stalin massaal over de kling gejaagd. Gevolg was de ineenstorting van de landbouw, met miljoenen hongerdoden tot gevolg. ‘In Rusland hadden de communisten hun eigen landbouw zo verprutst, dat de mensen van pure ellende alleen nog mekaar op konden vreten’, viel in een krant te lezen.

Dergelijke berichten versterkten bij Tammens zijn afkeer van het communisme. Achter veel protest op het platteland bespeurde hij communistische agitatie. De toegenomen spanningen tussen boeren en hun arbeiders leidden er toe dat de mechanisering van de landbouw in Groningen werd versneld. Door hun kosten terug te dringen en efficiënter te werken hoopten boeren het langer uit te zingen, in afwachting op betere tijden.

Lid van de NSB

In Duitsland leek een gunstige periode voor de boeren aangebroken toen Hitler in 1933 de macht greep. Zijn partij liet niet na te benadrukken hoe belangrijk de boeren waren voor de ontwikkeling van het land.

In 1936 bracht Tammens met een kleine delegatie een bezoek aan een graanmagnaat in Hamburg. Hij was diep onder de indruk van de wijze waarop bij onze oosterburen de landbouw was georganiseerd. Over de schaduwkanten van het nazisme, die steeds zichtbaarder werden, liet hij zich niet uit.

Hoewel hij inmiddels sympathiseerde met de NSB, werd de Groninger herenboer pas in juli 1941 lid van die beweging, een maand nadat Hitler Rusland binnenviel en het pact met de Sovjet-Unie verbrak. Hij kreeg stamnummer 158162. Zijn zoon en dochter werden lid van de Jeugdstorm, de jeugdafdeling van de NSB.

Een verzoek van de leider kon hij niet weigeren

In juli 1942 werd Tammens als lid van de bestuursraad het hulpje van de toenmalige Groninger commissaris Christiaan Staargaard. Dat zijn ster rijzende was bleek ook aan het eind het jaar, toen hij werd gepolst om burgemeester van Groningen te worden. Tammens weigerde aanvankelijk, totdat NSB-leider Mussert hem in januari 1943 tijdens een bezoek aan Groningen terzijde nam. Een verzoek van de leider kon hij niet weigeren, vond de gehoorzame Tammens. Later dat jaar werd hij ook begunstigend lid van de SS, zonder dat hij een uniform hoefde te dragen.

Als burgemeester maakte Tammens weinig indruk. Hij was vaak afwezig en zijn macht was beperkt – uiteindelijk maakten de Duitse bezetters de dienst uit. Toch deed hij dingen die hem na de oorlog zwaar werden aangerekend. Zo stelde hij lijsten samen met daarop namen van Groningers die als gijzelaar voor de Duitsers konden dienen. Hij had contact met SD’ers zoals de gevreesde Robert Lehnhof uit het Scholtenshuis en de beruchte Nederlandse Waffen-SS’er Johannes Feldmeijer.

Hij was verantwoordelijk voor de vernieling van het Israëls-monument in de stad en eiste dat alle Joodse straatnamen verdwenen. Ook wilde hij dat de universiteit alleen nog pro-Duitse hoogleraren aanstelde. Ambtenaren die te weinig doneerden bij NSB-collecties werden daarvoor gestraft.

Geen medeleven met de Joodse Groningers

Hij toonde, zegt publicist Gevers, geen enkel medeleven met de Joodse Groningers. ,,Hij heeft geen poot uitgestoken om ze te helpen. Van de 2881 Joden die in 1940 stonden geregistreerd in de stad, werd 77 procent vermoord. Dat is het hoogste percentage van de acht grootste Nederlandse steden. Uit onderzoek blijkt ook dat Joden in steden met een rechtlijnige NSB-burgemeester slechter af waren.’’

Toen de Canadezen in april 1945 oprukten, bleef Tammens op zijn post en wachtte lijdzaam af. ,,Hij bleef zitten, maar kon ook niet anders. In Silezië was een burgemeester voor de Russen gevlucht, gepakt door de SS en wegens lafheid en verraad opgehangen aan een lantaarnpaal. Tammens dacht in april 1945 ook dat alles verloren was, hij was apathisch’’, constateert Gevers.

Meteen na de bevrijding van de stad was de burgemeester één van de eerste collaborateurs die werd gearresteerd. Hij zat vervolgens in een groot aantal verschillende kampen vast. In juli 1947 ondertekende Tammens samen met 24 andere oud-NSB’ers een soort schuldverklaring, zonder overigens excuses aan te bieden. Op 5 juli 1949 stond hij terecht in Groningen. Hij kreeg 7 jaar gevangenisstraf en een boete van 10.000 gulden. Op 15 april 1951 kwam Tammens vrij. Hij ging in Groningen wonen en leefde tamelijk teruggetrokken. Tammens stierf 25 mei 1986, vrijwel vergeten.

,,Hij is niet zwaar gestraft, zeker als je weet wat de gevolgen waren van de lijsten die hij opstelde. Uiteindelijk was Tammens een boef. Hij heeft een paar keer een verkeerde keuze gemaakt en daar kwam hij niet op terug. Als een echte boer. Die zaait en zit er vervolgens aan vast’’, meent Gevers.

,,Ik had ook iets van berouw verwacht, maar zie dat niet. Hij draaide en loog ook voor de rechter, bijvoorbeeld over de contacten met Lehnhof. Hij ontkende, maar de afspraak stond gewoon in zijn agenda. De verklaring die hij in 1947 ondertekende was vooral bedoeld om de rechtsgang te beïnvloeden. Die was niet oprecht.’’

Zijn broer Peterus Jan koos anders. Die verborg onderduikers in de oorlog. Gevers: ,,Tammens had ook de andere kant op kunnen gaan. Er is na de oorlog heel lang geen contact geweest tussen de broers. Ik hoorde dat het pas weer goed kwam toen Peterus Jan vijftig jaar was getrouwd.’’

Gevers vond het lastig om een goed beeld van Tammens te krijgen. Hij deed vanaf 2012 jarenlang grondig archiefonderzoek, maar kreeg van de familie van de gewezen NSB’er geen toegang tot persoonlijke documenten en foto’s. Vooral de briefjes die Tammens schreef toen hij gevangen zat had de onderzoeker graag willen zien. ,,Dat is allemaal verborgen gebleven.’’

,,De familie was niet heel blij met mijn onderzoek. Ik ben samen met hoogleraar Hans Renders, een van mijn promotoren, bij zijn dochter en kleindochter in Lemmer op bezoek geweest. Maar ze wilden uiteindelijk niet meewerken. We hebben er geen belang bij, zei zijn kleindochter. Ze bagatelliseerden zijn lidmaatschap van de NSB trouwens ook.’’

menu