Bouwbedrijven nog niet klaar voor snelle versterking

De uitvoering van de versterkingswerkzaamheden aan gebouwen gaat voorlopig zoveel mogelijk door. Foto: ANP

De bouwbedrijven die de versterking in het bevingsgebied willen versnellen, hebben enkele maanden nodig om hun bedrijfsbureau op te starten.

De zes bouwbedrijven (B6) die met het Rijk, de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en de regionale overheden ruim 1100 woningen versneld moeten aanpakken, hebben zich pas gevestigd in voormalige basisschool De Wirdummerklimmer in Wirdum.

Volgens Jan Emmo Hut van bouwbedrijf Kooi, een van de deelnemende bedrijven, is het door de coronacrisis nu niet mogelijk bij mensen thuis af te spreken. De eerste adressen van de NCG zijn binnen, maar de voorbereiding van het bedrijfsbureau vergt nog enige tijd.

,,We kijken in welke fase de bewoner zich met zijn versterkingsdossier bevindt. Er zijn mensen die wel een inspectie hebben gehad, maar waar geen engineering heeft plaats gevonden. Er zijn ook woningeigenaren waar de inspecteur nog moet langskomen.’’

‘Het moet behapbaar zijn’

Hut wil en kan niet zeggen hoeveel huizen er dit jaar kunnen worden versterkt. ,,Daar wagen we ons niet aan. Het moet behapbaar zijn. Op het bedrijfsbureau zitten ongeveer acht mensen. Dat worden er steeds meer. Over enkele maanden zijn we in het gebied zichtbaar. We moeten de verwachtingen die we bij mensen kunnen wekken, goed managen.’’

Hut vindt dat het moment waarop het bedrijfsbureau zich bij een bewoner meldt en het huis wordt versterkt een afzienbare periode moet zijn. ,,Wat ons betreft zit daar niet meer dan een jaar tussen. In de tussentijd willen we alles met de bewoner hebben besproken.’’

De B6, NCG, de regio en het rijk noemen de aanpak een bouwimpuls, waarbij het beoordelen van de huizen en gebouwen sneller verloopt dan voorheen. Als de aanpak werkt, sluiten Geveke Bouw, Friso Bouwgroep, BV Bouwbedrijf Kooi Appingedam, Van Wijnen Noord, Rottinghuis en BAM Bouw en Techniek bv Regio Noord een bouwakkoord met het rijk. ,,Over dat akkoord wordt nog gesproken’’, zegt Hut.

menu