Marthe Walvoort.

Chemicus Marthe Walvoort: 'Elke suiker is anders'

Marthe Walvoort.

RUG-chemicus Marthe Walvoort (33) is als enige noorderling genomineerd voor het New Scientist Wetenschapstalent 2016. ,,Wetenschappelijke resultaten laten zich niet afdwingen.’’

Suiker

Marthe Walvoort is gespecialiseerd in suiker. Niet in de zoetstof die mensen in een kopje thee gooien, maar in de chemische verbinding. ,,Elke suiker is anders’’, zegt ze in haar bovenwoning in Groningen. ,,Dat maakt het voor mij zo interessant om te bestuderen. Suikers zijn net mensen.’’

Sinds een jaar is Walvoort universitair docent chemie op de Rijksuniversiteit Groningen. Aan het eind van haar studie scheikunde in Leiden deed ze een jaar onderzoek in Oxford. Daarna promoveerde ze in Leiden cum laude af in de scheikunde en was ze van 2012 tot 2015 als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Ze haast zich te zeggen dat universitair docent haar functie niet helemaal correct weergeeft. ,,Het klinkt alsof ik alleen maar les geef, terwijl ik voor 70 procent van mijn tijd onderzoek verricht.’’

Oxford

Walvoort heeft haar fascinatie voor suikers opgedaan in Oxford. Ze vertelt dat ze na haar studie graag een jaartje wilde werken in Engeland. ,,Ik heb een grote voorliefde voor de Britse cultuur. Die heb ik van huis uit meegekregen. Pride and prejudice van Jane Austen, daar smul ik van.’’

In Oxford raakte ze begeesterd door haar professor Ben Davis, ‘een supergoeie suikerchemicus’. ,,Sommige mensen denken dat suikers vooral in eten zitten, maar dat is niet waar. Suikers zitten overal. Ook in het menselijk lichaam zijn ze in alle cellen te vinden. Bij veel celprocessen zijn ze betrokken. Zonder suikers kan een cel niet leven. Ze zitten ook op rode bloedcellen en bepalen welke bloedgroep je hebt.’’

Een suikermolecuul bestaat uit een ring van koolstofatomen en zuurstofatomen. ,,Er zijn ontiegelijk veel combinaties van suikerringen mogelijk, die zowel lange ketens als vertakte structuren kunnen vormen.’’

Bekende kleine suikermoleculen zijn sucrose (tafelsuiker) en fructose. Grote suikermoleculen zijn bijvoorbeeld zetmeel en cellulose. Walvoort waagt zich niet aan uitspraken over suikers in voeding. ,,Er zitten zoveel méér aspecten aan suikers dan de vraag of ze als zoetstof gezond zijn of niet.’’

Bacteriële suikers

In Groningen doet ze sinds kort onderzoek naar twee typen: suikers die ziek kunnen maken en suikers in moedermelk die de gezondheid juist bevorderen. Voor haar onderzoek naar bacteriële suikers ontving ze onlangs nog subsidie van NWO. Haar research richt zich vooral op de vraag hoe bacteriën suikers produceren. ,,Als we weten hoe bacteriën dat doen, kunnen we proberen het proces te remmen. Daarmee kunnen we de kans op infecties verkleinen.’’

Ze hoopt dat haar onderzoek uitmondt in medicinale toepassingen. ,,Maar er gaan wel tien à vijftien jaar overheen voordat een molecuul een medicijn is. Daar gaat een heel traject van proeven en testen aan vooraf.’’

Bacteriën zijn in toenemende mate resistent tegen bestaande antibiotica. ,,De grootste oorzaak is het gemak waarmee mensen antibiotica gebruiken. In combinatie met de groei van de wereldbevolking en de globalisering neemt de kans op resistentie verder toe. Er is nog niet zoveel onderzoeksgeld voor beschikbaar, omdat de gevolgen nog niet zichtbaar zijn.’’

Moedermelk

Haar onderzoek naar suikers in moedermelk heeft een persoonlijke achtergrond. Tijdens haar periode aan het MIT kreeg ze haar eerste kind. ,,Ik had veel moedermelk in de vriezer liggen. Die wilde ik graag doneren aan een melkbank. Europeanen mochten dat niet doen vanwege de ziekte van Creutzfeldt-Jakob. Toen ontdekte ik dat er ook veel mensen onderzoek doen naar moedermelk.’’

Van de suikers die in moedermelk zitten is nog maar weinig bekend. Wel staat vast dat moedermelk de beste voeding is voor pasgeboren baby’s. ,,Het is een gevoelig onderwerp. Melkpoeder is een goed alternatief, maar moedermelk heeft iets extra’s. Ik wil onderzoeken welke rol de suikers hierin spelen.’’

Bepaalde suikers, die ook in melkpoeder zitten, stimuleren de groei van goede bacteriën in de darmen. Daarnaast hebben juist moedermelksuikers ook een positieve werking op het immuunsysteem en de hersenontwikkeling. ,,In mijn onderzoek probeer ik deze suikers in het lab na te maken om te bestuderen welk effect ze sorteren. Uiteindelijk moet dat resulteren in nieuwe ingrediënten die je kunt toevoegen aan melkpoeder, zodat dat nog meer op moedermelk gaat lijken.’’

Verschil tussen de Rijksuniversiteit Groningen en andere internationale topuniversiteiten als Oxford en het MIT wordt volgens haar vooral uitgedrukt in beschikbare middelen. ,,Aan het MIT worden veel vooraanstaande wetenschappers ingevlogen om een lezing te geven en is er veel kostbare apparatuur beschikbaar. Er is ook een keerzijde: de hoge verwachtingen van zo’n instituut vertalen zich in hoge verwachtingen van de wetenschappers. Het levert veel stress op. Je wordt tegenwoordig afgerekend op wetenschappelijke resultaten. Maar die kun je niet op korte termijn afdwingen. Er is tijd voor nodig.’’

menu