Cisca Wijmenga Rectr Magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen: ,, Ik vind dat de universiteit al een stuk diverser is geworden. Ik zeg niet dat het perfect is, maar er zijn zeker stappen gemaakt."

Cisca Wijmenga is als rector magnificus het visitekaartje van de RUG: 'Iedereen kijkt naar jou en verwacht iets van je'

Cisca Wijmenga Rectr Magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen: ,, Ik vind dat de universiteit al een stuk diverser is geworden. Ik zeg niet dat het perfect is, maar er zijn zeker stappen gemaakt." Foto: Duncan Wijting

Cisca Wijmenga, rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen, zet in het nieuwe collegejaar in op het slechten van de schotten tussen de faculteiten op onderwijsgebied. Alleen door samenwerking kunnen complexe vraagstukken, zoals nu de aanpak van corona, worden overwonnen.

Washington DC, 11 september 2001. Cisca Wijmenga loopt verbijsterd de straat op. Een vliegtuig boort zich om 9.37 uur in het Pentagon, het ministerie van defensie van de Verenigde Staten in Washington.

Een half uur eerder vliegt een Boeing in de zuidelijke toren van de Twin Towers in New York. De noordelijke toren staat al in brand. Ze ziet brandweer-, ambulance-, en politiewagens met grote snelheid richting het centrum rijden terwijl een stroom auto’s luid claxonnerend de Amerikaanse stad verlaat.

'Een terroristische aanslag? Niemand geloofde het'

Wijmenga werkt dan in het prestigieuze National Institutes of Health (NIH). ,,Ik kwam op 2 september aan en een week later was het 9-11. Het begon met het bericht dat een vliegtuig een van de torens van de Twin Towers had geraakt. Het internet was in die tijd nog niet heel volwassen en alles lag plat. Er was heel weinig informatie. Maar je had toen nog een Nederlandse zoekmachine, Ilse, en daarmee kreeg ik informatie dat aan een terroristische aanslag werd gedacht. Ik vertelde het mijn collega’s, maar niemand geloofde het. ‘Kan niet’, zeiden ze.’’

Het tweede vliegtuig explodeert in de zuidelijke toren. ,,De spanning steeg. We kregen het bericht dat er een vliegtuig op weg was naar Washington. Het NIH is het paradepaardje van de Amerikaanse gezondheidszorg en zou een doelwit kunnen zijn.’’ Dat toestel laat zich op het Pentagon vallen. ,,Iedereen werd gemaand om naar huis te gaan. De metro lag eruit en mijn huis lag in het centrum. Ik liep in mijn eentje de stad in. Het was zo bizar.’’

Gevechtsvliegtuigen dreunen door het strakblauwe luchtruim. ,,Het leek wel oorlog, het was net een slechte film.’’ Haar ouders zien de beelden op televisie en proberen haar te bereiken. ,,Maar alles lag plat, pas aan het einde van de dag kreeg ik ze aan de telefoon.’’

Wijmenga maakt deel uit van een speciaal uitwisselingsprogramma (‘fulbright scholar’) dat het getalenteerde wetenschappers mogelijk maakt aan een Amerikaanse universiteit of instituut te werken.

,,Daar zaten ook mensen bij die volgens president Bush uit de zogeheten ‘evil countries’ kwamen. Het werd opeens wij en zij. Vooral de moslims merkten dat. Maar zo voelden we het onderling helemaal niet. De volgende dag zong in het NIH iedereen het Amerikaanse volkslied. Dezelfde dag verzamelden alle fulbright scholars en fellows afkomstig uit bijna alle landen in de wereld zich op een ambassade. We voelden ons juist enorm met elkaar verbonden en verklaarden dat we samen de wereld wilden verbeteren.’’

Eerste vrouwelijke rector van de Rijksuniversteit

Negentien jaar later leunt ze over het balkon van haar appartement aan de Grote Markt. Lijn 3 naar Lewenborg beklimt soepel de helling van de Hondsrug over de Oosterstraat naar de Grote Markt. De stad spreidt zich als een levend en rumoerig schilderij voor haar uit. Boomtoppen schieten als onkruid tussen de daken en torens omhoog. De toren van het Academiegebouw lonkt.

De eerste vrouwelijke rector magnificus van de vier eeuwen oude universiteit maakt een uitgeruste indruk. Het afgelopen jaar kostte veel energie. De nieuwe baan, een verhuizing en de coronacrisis. ,,Het hakte er behoorlijk in. Voor het eerst in mijn leven heb ik vier weken achtereen vrij genomen. De stekker moest er ook echt even uit.”

,,De eerste week wandelde ik met vrienden in het Harz-gebied in Duitsland. Ik wandel heel graag. Het is voor mij dé manier om je hoofd in een andere stand te krijgen. Je bent alleen maar met de berg bezig. Maar de Gasterse Duinen in Drenthe werken net zo goed. Groningen en de waan van de dag zijn dan ver weg. Mijn mail las ik niet, deed ik anders altijd. Ik werd de eerste week nog steeds om half zeven wakker. De adrenaline moest eruit.’’ Het lukte. ,,Ik sliep uit tot acht uur.’’

Na een glansrijke loopbaan in de wetenschap, ze is hoogleraar humane genetica en won de Spinozapremie in 2015, werd ze vorig jaar rector magnificus van de universiteit waar ze ooit studeerde. ,,Een heel andere functie. Het spannendste vond ik de toespraak in de Martinikerk tijdens mijn eerste opening van het academisch jaar in 2019.’’

,,Ik ben gewend voor grote zalen te spreken, maar dit was toch anders. Opeens ben je een visitekaartje. Iedereen kijkt naar jou en verwacht iets van je. Dat is eigenlijk nog steeds zo. Een lezing over mijn vak doe ik zo uit de losse pols. Maar nu zit ik ook alle oraties (aanvaarding van een leerstoel door een hoogleraar) voor en moet ik iets over andere vakgebieden zeggen. Dat vind ik nog knap ingewikkeld.’’

Inmiddels meer bestuurder dan wetenschapper

Ze voelt zich inmiddels meer bestuurder dan wetenschapper. ,,Ik heb een knop omgezet, dat doe ik vrij makkelijk.’’ Tot de uitbraak van corona werkte ze nog een dag in de week als hoogleraar bij het UMCG. ,,Maar ik merkte dat mijn dagelijks functioneren helemaal door het coronavirus werd beïnvloed. Ik vergaderde veel met mijn collega rectoren van andere universiteiten en collega bestuurders en onze elf decanen. We namen beslissingen die elke dag weer anders konden zijn.’’

Sinds de uitbraak werkt ze thuis. ,,Ik werkte zeven weken lang vanuit een vakantiehuisje.’’ In mei verhuisde ze naar haar nieuwe appartement op de Grote Markt. Ze kocht het in 2016 na het overlijden van haar partner, hoogleraar medische biologie Marten Hofker.

We hebben ruimte nodig om te experimenteren

,,We woonden aan de Radesingel in een rijksmonument. Maar het was voor mij alleen veel te groot. Ik wilde een beetje reuring. Ik wil dat vrienden wanneer ze in de stad zijn en zich afvragen: goh, zou ze thuis zijn? even kunnen aanbellen.’’

Ze glimlacht. ,,Hier wonen is echt een lot uit de loterij. Ik heb geen televisie, geen Netflix. Maar af en toe wil ik me wel graag bij een film ontspannen.’’ Ze knikt opzij waar het Groninger Forum omhoog rijst. ,,Dan is dat toch een cadeautje.’’

Ze wilde reuring, ze krijgt reuring. Het geluid van de stad bestormt het appartement van alle kanten: een boor, het geronk van scooters, joelende studenten, het geruis van een menigte die kletst, loopt, leeft. Op het dak van een studentenhuis naast het appartement ligt water in een roze kinderbadje te dampen in de zon. Verderop liggen gebroken bierflessen. ,,Maar als ik de deur dichtdoe hoor je eigenlijk niks. En ik houd erg van licht. Nou, dat is wel gelukt.’’

Cilinderbureau van jonkheer Baerdt van Sminia

In een hoek staat een fraai, houten cilinderbureau. ,,Dat was van jonkheer Baerdt van Sminia, een vriend van mijn vader. Hij woonde in Tytsjerk, op Vijversburg. We kwamen daar vaak op zondagmiddag. Ik leerde schaatsen op het ijs in de vijvers.’’ Ze groeide op in Burgum als dochter van een makelaar. ,,Het bureau werd speciaal voor de jonkheer gemaakt toen hij ging studeren in Leiden. Hij wist dat mijn vader het mooi vond en schonk het hem later.’’

loading  

Maar ze werkt niet achter het bureau, noch aan de keukentafel. Ze koos voor de geborgenheid van een werkplek in haar slaapkamer. Een grote foto van haar partner staat op het bureau. Marten draagt een panamahoed en een forse, zwarte bril. Zijn ogen staren oplettend in de lens.

In een vitrine in de woonkamer ligt een deel van zijn fossielenverzameling: een donkerbruine kies van een mammoet, een glanzende tribuliet en een fossiel van een salamander die Wijmenga tijdens een vakantie in China op een markt voor hem kocht. Vanwege een verstuikte voet kon hij niet mee. Duizenden jaren versteende tijd.

Hier werkt de rector – rectrix vindt ze te streng klinken – aan wat ze haar grootste uitdaging noemt: het goed laten samenwerken van de elf faculteiten op onderwijsgebied. ,,Er vinden veel vernieuwingen plaats, maar iedereen vindt het wiel vaak opnieuw uit, omdat de faculteiten zo autonoom zijn. Intussen komen onze studenten in een maatschappij terecht die steeds complexer wordt.’’

,,Er zijn grote vraagstukken, zoals de transitie van fossiele naar duurzame energie, hoe blijven we gezond, klimaatadaptatie, aardbevingsproblematiek, de krimpregio’s, de opmars van digitalisering. Het is daarom heel belangrijk dat we mensen afleveren die ook met andere vakgebieden praten zodat ze samen een probleem benaderen.’’

,,Met corona wordt dat nog meer urgent. Je zag dat het Outbreak Management Team in het begin heel erg op het medische deel inzette. Maar men vergat de economie en het gedragsaspect. Je hebt alle disciplines nodig om dit goed aan te pakken.’’

De universiteit roept daarom vier schools in het leven waarbinnen de faculteiten gezamenlijk aan vraagstukken werken op het gebied van gezondheid, duurzaamheid, digitalisering en energie. Deze zijn ook onderdeel van het nieuwe strategisch plan waar nog aan wordt gewerkt. ,,Neem nou het verduurzamen van huizen. Het loopt niet goed, omdat alleen naar het economische aspect wordt gekeken. Maar je verdient het misschien niet meteen terug, je doet ook iets voor het klimaat. Dit moet je van alle kanten aanvliegen.’’

'We hebben ruimte nodig om te experimenteren'

Ze hoopt dat de schools in de toekomst ook samenwerken met andere opleidingen, zoals hbo en mbo. ,,Maar we zitten vast aan starre regels. Ik ken studenten die best een aantal maanden op een hogeschool willen studeren, maar door de huidige wetgeving is dat niet mogelijk. We hebben ruimte nodig om te experimenteren. Kijk naar het Solar Racing-team.’’

Studenten van de Hanzehogeschool, de RUG, Noorderpoort en Friesland College werden vorig jaar in Australië vierde tijdens de World Solar Challenge voor wagens op zonne-energie. ,,Ik sprak studenten die zeiden dat ze echt veel meer waardering voor studenten met een andere opleiding hadden gekregen. Ze dachten niet meer in wij en zij.’’

Over ‘zij’ gesproken: minister Ingrid van Engelshoven van onderwijs kwam deze week met een actieplan om universiteiten diverser te maken. Er lopen nog te veel witte mannen rond, vindt de minister. Zo moet het percentage vrouwelijke hoogleraren omhoog. Ze sprak ook over onveiligheid en intimidatie van vrouwelijke wetenschappers.

Wijmenga: ,,Ik vind dat de universiteit al een stuk diverser is geworden. Ik zeg niet dat het perfect is, maar er zijn zeker stappen gemaakt. Toen ik ging studeren, was dit nog echt een witte, Hollandse universiteit. Dat zag je ook in de stad. Er was een Chinees restaurant en een pizzeria en dan hield het wel op. Moet je nu eens zien.’’

In 2003 werd ze hoogleraar. ,,Ongeveer 8 procent van het totale aantal hoogleraren was destijds vrouw. Nu is dat 23. Er is dus wel een inhaalslag gemaakt.’’

Ze voelde zich nooit onveilig of geïntimideerd. ,,Integendeel, als vrouw viel je wel op tussen al die mannen. Maar ik kan natuurlijk alleen voor mezelf praten. Ja, soms hoorde je wel een foute grap. Nou, dan maakte ik een foute grap terug. ‘Ik ben niet de excuustruus of de koffiejuffrouw’, zei ik dan.’’

,,Maar bij een internationale universiteit kan dat nog best ingewikkeld zijn, vooral als je uit een andere cultuur komt en je wat geremder bent en je sneller geïntimideerd voelt, omdat wij gewend zijn van alles zomaar te zeggen. Maar ik heb ook meegemaakt dat op mijn afdeling een man kwam die een andere cultuur had en die geen respect voor vrouwen toonde Wel voor mij als baas, maar niet voor anderen. Daar heb ik hem op aangesproken en daarna was het ook klaar. Maar je moet je dan ook realiseren dat hij vanuit zijn cultuur dacht en handelde. We moeten ook accepteren dat verandering tijd kost.’’

,,Neem nu de zwarte-pietdiscussie. De meeste witte Nederlanders zijn opgeschoven en hebben hun mening bijgesteld. Het hoorde bij onze traditie en dan voelt het toch alsof iemand iets van je afpakt. Dat moet je wel durven benoemen. Daar hebben we echt nog wel een weg te gaan.’’

Miljoenen voor verbetering online onderwijs

Ze kijkt op haar horloge. Nog even en dan begint een vergadering. Online natuurlijk, want de universiteit zet vanwege corona haar hybride beleid – deels les in collegezalen en onderwijsruimtes, grotendeels online – voorlopig voort. Universiteiten en hogescholen vreesden dat het aantal inschrijvingen zou dalen.

,,Maar het lijkt zelfs een beetje te groeien. Er zijn straks in elk geval niet minder dan de huidige 32.700 studenten. Mogelijke oorzaken zijn dat er meer scholieren zijn geslaagd en men niet voor een tussenjaar kiest. Vooral het aantal masterstudenten neemt toe. Dat valt wel op. Veel studenten kozen er voorheen voor hun master elders te doen, maar misschien kiezen ze nu voor een tweede master of juist voor Groningen omdat hier relatief minder coronabesmettingen zijn.’’

De universiteit investeert dit najaar 5 miljoen euro in verbetering van het online onderwijs. ,,Dan kun je denken aan betere ruimtes om hoorcolleges op te nemen, camera’s of chatsessies tijdens online colleges. Een docent kan niet en lesgeven en de chat bijhouden. Maar met een assistent die de chat bijhoudt wordt dat wel mogelijk.’’

Ze excuseert zich, de vergadering begint. Haar beeldscherm springt tot leven. Ze verstaat de andere deelnemers prima.

De deur is dicht en de reuring is buiten.

menu