Jan Sander Haas (rechts) met moeder Froukje en zijn partner Robert Jansema op de Reiterhof Bramsche in het Duitse Lingen. Op de voorgrond de IJslandse paarden Spjalla frá Fitjum en (rechts) Kjarnorka frá Námsgáfur.

Dankzij hengst Roderick zette zoon Jan Sander de erfenis van Gerrit Haas' Besmanninckhoeve voort

Jan Sander Haas (rechts) met moeder Froukje en zijn partner Robert Jansema op de Reiterhof Bramsche in het Duitse Lingen. Op de voorgrond de IJslandse paarden Spjalla frá Fitjum en (rechts) Kjarnorka frá Námsgáfur. Foto: Janneke Vos

Op ponykamp bij het IJslandse-paardenparadijs Besmanninckhoeve van Gerrit Haas was een begrip, de ultieme droom van duizenden paardenmeisjes. Zoon Jan Sander zet het werk van zijn vader voort in Duitsland. Maar vanzelfsprekend was die stap niet.

Duizenden ponyfans beleefden er in de zomer hun ultieme vakantiedroom: Ponykamp De Besmanninckhoeve, het IJslandse-paardenparadijs van Gerrit Haas, zijn vrouw Froukje en hun zoons Niels en Jan Sander. In bijna twintig jaar tijd kwamen er elke zomer bijna driehonderd kinderen op ruiterkamp. Eerst tien jaar in Ommen, daarna acht jaar in het Friese Langedijke, de laatste jaren in afgeslankte vorm in Sellingen. Al bestaat het bedrijf al tien jaar niet meer, De Besmanninckhoeve is nog steeds een begrip, een zoete herinnering voor veel inmiddels volwassen ponymeisjes uit Nederland en daarbuiten. loading

Puur geluk spat van de foto's af

Vlak over de grens bij Coevorden, in het Duitse Lingen, wordt het gedachtegoed van Gerrit Haas voortgezet op de Reiterhof Bramsche. ‘Waar mens en paard elkaar treffen’, zoals ook de slogan van De Besmanninckhoeve luidde. Hier wonen en werken Haas’ zoon Jan Sander (42) en zijn partner Robert Jansema. Ze trainen, fokken en verkopen IJslandse paarden, hebben er zelf 26 en bieden aan twintig pensionpaarden onderdak. Van die twintig grote paarden zijn er inmiddels vijf ingeruild voor een IJslander: dat sterke Noord-Europese paard dat eigenlijk een pony is en één of zelfs twee extra gangen heeft naast de reguliere stap, draf en galop.

In het woonhuis, de gang en in de gastenkamers van Reiterhof Bramsche herinneren tal van foto’s aan de glorieuze Besmannincktijden van weleer. Groepen IJslandse pony’s met overgelukkige kinderen, op weg door het Lemelerbos, tijdens de pauzes in De Kuil, in regen, zonneschijn, het maakt niet uit. Puur geluk, het spat ervan af. Foto’s van bonte avonden met slingers en muziek, barbecues, limbodansen met een veel te volle buik, zwemmen en eigenlijk overal wel met paarden, al dan niet op de achtergrond. Wie vlooit op het internet vindt filmpjes en forums vol verhalen van – overwegend – meisjes van toen, die gepassioneerd herinneringen ophalen aan hun droompaarden met sprookjesachtige IJslandse namen als Stjarna, Kvika, Pila, Hrafn, Framtid, Efstur, Hraftinna, Odinn, Flugsfin en Prúd.

Het is stil zonder vader Gerrit

Het is 7 juli 2020 en het is Jan Sanders eerste verjaardag zonder zijn vader. Gerrit Haas overleed dit voorjaar. Hij verbleef op dat moment al in een verpleeghuis vanwege een beroerte. Toch is hij er vandaag bij. In de vorm van een prachtige gouden dasspeld die ooit van hem was. Froukje, vandaag bij haar zoon op bezoek, heeft het bijzondere cadeau meegebracht. De bijbehorende kaart vermeldt: ‘Gefeliciteerd, papa en mama’.

Hun leven is stil geworden zonder Gerrit. Eigenlijk al sinds 2016. In dat jaar zat de oprichter en belichaming van de Besmanninckhoeve op een zondagmiddag achter de computer toen zijn gezicht scheefzakte. Froukje belde de ambulance. Van een ziekenhuisopname kwam het niet. De huisarts hield het op een hoge bloeddruk. Tevergeefs werd in de weken erna om hulp gevraagd, ook toen Gerrit nog maar een paar passen kon lopen. Pas toen mocht hij naar het ziekenhuis. Veel te laat. Hij kreeg een tweede beroerte. De laatste drie jaar zat hij in een rolstoel. Gerrit overleed dit voorjaar aan een coronabesmetting in het verpleeghuis, op 69-jarige leeftijd. loading

,,Mijn vader was een nogal uitgesproken mens’’, vertelt Jan Sander. ,,Ik moest als kind overal van hem op. Hij was dol op padvinderij, dus daar moest ik ook naar toe. Ik vond het doodeng. Mijn moeder zei tegen mijn vader: hou er toch mee op, hij heeft daar geen zin in. Maar mijn vader wilde er niks van weten. De padvinderij was het helemaal. Tennis heb ik ook nog gedaan. En judo. Moest ik ook naartoe. Dat vond ik dus helemaal niks, dat geworstel met zo’n lichaam, die armen en benen. Worstelen met een paard is veel leuker.’’

Paardrijden kwam in zicht toen Jan Sander 8 jaar oud was. ,,Dat vond ik dan eindelijk leuk.’’ Hij kreeg les bij de Kamperzeedijkruiters op een groot paard: Toto. Zijn vader reed toen zelf al, als enig lid van de familie. Hij had een IJslands paard gekocht: Svala. ,,We moesten onze keuken ervoor verbouwen, zodat het schuurtje leeg kon en er plek voor Svala kwam. We hadden er de ruimte helemaal niet voor. Svala stond tussen de kippen en de geiten, duiven en bijen had hij ook nog. We woonden midden in IJsselmuiden aan het Hobbemapleintje. Een rondje Hobbemaplein was onze enige uitrijmogelijkheid.’’

Hobby werd werk: het begin van De Besmanninckhoeve

Het leven met een vader als Gerrit was nooit saai. De geboren Epenaar verdiende de kost voor het gezin Haas als schoenverkoper, bakker, cafetariahouder, juwelier. En pas daarna tijdens zijn levenswerk: De Besmanninckhoeve. De overstap naar het Kinderponyparadijs is misschien wel de meest bijzondere. Jan Sander: ,,Toen mijn ouders de juwelierszaak hadden werd er elke keer dat we even op vakantie gingen ingebroken. Elf keer in totaal. Toen was hij er helemaal klaar mee.’’ Froukje: ,,Ik stond daarna eigenlijk alleen in de zaak. Voor hem was de lol eraf. Hij zat alle dagen te kletsen bij de Viskar van Henk en Betsie. Dan stuurde ik jou weer op pad om hem daar weg halen.’’ Jan Sander lacht: ,,Ja, dat weet ik nog. Hij had er geen zin meer in. En toen zei hij op een dag: ik ga van mijn hobby mijn werk maken. Dat was het begin van De Besmanninckhoeve.’’

Froukje en Jan Sander horen praten over die jaren is een feest, al ben je nooit op de Besmanninckhoeve geweest. Onder de bezielende leiding van Gerrit werd heel de familie gemobiliseerd om van het Ponyvakantiepark een succes te maken. ,,Hij had een mooie plek gevonden bij Ommen. Er was een huis, er waren stallen, er was grond. Elke zaterdag gingen we opruimen, klussen. Ik met mijn vriendinnetje Gea op de achterbank, pa met Hilbert voorin. Dat was onze klussenman.’’ Een neefje werd perschef voor de ponykampen, de eerste paarden werden gekocht. Tot op IJsland aan toe.

Als Gerrit wat in zijn hoofd had, dan kwam het er. Froukje: ,,We hadden duidelijk afgesproken dat er één merrie gekocht zou worden, voor de fokkerij. Anders werd het veel te duur. Komt hij toch met twee paarden terug. Ik was boos. Dat was niet afgesproken. Krijg ik niet veel later op mijn verjaardag een cadeaubon met dat tweede paard erop. Zo, dat had hij weer mooi opgelost. Dat kon ik toch niet weigeren? Tijdens de verjaardagsvisite kwam het ter sprake. Er zat meer paardenvolk in de kamer en iemand zei tegen mij: daar kun je mooi geld mee verdienen, veulentjes fokken. Dat leek me wel wat. Dus ik naar Gerrit met dat plan. Daar komt niks van in, was zijn reactie. Het is jouw paard, maar mijn fokmerrie.’’ Ze lachen beiden. ,,Zo was mijn vader echt’’, zegt Jan Sander. ,,Dat bedrijf was zijn grote passie, maar wel zíjn bedrijf. Daar bestond geen misverstand over.’’ loading

Stiekem verliefd op de stoere paardenman

Tien jaar lang is Ommen het stralende middelpunt van IJslanderminnend en ponykampvierend Nederland. Negen weken per jaar dertig kinderen per week, uit Nederland, maar ook uit België en Duitsland. Vrolijk kwetterend rondzwervend op die wildgekuifde pony’s in alle kleuren onder leiding van vaste begeleiders onder wie Marion, Ellis, Nadine, Jannes (‘Eem Broezen’) en Annemiek. En Jan Sander zelf, natuurlijk. De stoere paardenman en begeleider van de buitenritten op wie iedereen – stiekem – verliefd was. ,,Dan ging ik ’s middags naar de slaapzaal om iedereen voor het eten te roepen. Hoorde je achter de deur al een hoop gegiechel. Stonden die meisjes met hun T-shirt omhoog: kijk eens, ik heb al tieten! Ja, dat soort dingen gebeurde wel, haha.’’

Zelfs Froukje begeleidt ritten op haar populaire paard Bogga, als al het andere werk het toelaat. ,,Ik kon rijden, maar had er verder amper verstand van. Ik gebruikte de Divoza-ruitersportcatalogus om alle spullen die je nodig had uit mijn hoofd te leren.’’ Ook zoon Niels, die weinig met paarden op heeft, is van dienst als ICT’er en beheerder van de website. Hij maakt er later zijn vak van en woont tegenwoordig met zijn gezin in Australië. Voor de duidelijkheid: zonder (IJslands) paard.

De Besmanninckhoeve groeit gestaag en er komt steeds meer werk in de rest van het jaar. Gerrit fokt (ja, toch wel) jaarlijks 25 veulens, er zijn ruim honderd paarden die dagelijks verzorging nodig hebben. Er worden veilingen georganiseerd met koffie en luxe broodjes, snertritten, dauwtrapritten, ritten met een picknick halverwege de route. Jan Sander: ,,Mijn ouders waren pioniers, ze hebben heel veel activiteiten bedacht die ik nu nog steeds bij andere maneges op het programma zie staan. Ze waren altijd bezig met te bedenken hoe het zo leuk mogelijk kon. Het was keihard werken. We gingen nooit met vakantie. Alleen wel elke zondag naar de Italiaan. Dan stond pa daar in zijn korte broek met de rubberlaarzen nog aan. Ik weet dat ze de eerste 25 gulden die ze echt verdiend hadden, hebben ingelijst en aan de muur gehangen.’

Tegenvaller: Ommen weigert vergunning

Tien jaar floreert het bedrijf als de gemeente Ommen een vergunning voor uitbreiding weigert. Het is een fikse tegenvaller. Het gezin verkast in het jaar 2000 naar het Friese Langedijke, waar De Besmanninckhoeve nog negen jaar wordt voortgezet. Voor een deel zonder Jan Sander. ,,Ik reed ook wedstrijden op onze paarden. Voor mijn vader was alleen de eerste plaats goed genoeg. Plaats twee of drie was niet interessant. Hij was erg ambitieus en dat was goed. Maar voor mij was het soms wel moeilijk.’’ De doorslag gaf de selectiekeuring voor het WK IJslandse paarden in 2007, waar hij aantrad met het paard Odinn. ,,Het ging fantastisch en ik werd geselecteerd. Ik mocht naar het WK! Een half uur later kwam de organisatie me vertellen dat er een fout was gemaakt en dat ik niet mee ging. Toen knapte er iets in mij. Ik was zo teleurgesteld. Toen heb ik alles met paarden overboord gekieperd. Ik was er helemaal klaar mee.’’

Jan Sander werkt eerst als bedrijfsleider bij Blokker in Groningen en daarna in Oude Pekela. Negen jaar lang raakt hij geen paard meer aan. Al die tijd wordt hij terzijde gestaan door zijn partner Robert Jansema, afkomstig uit Delfzijl. Jansema is eveneens paardenman, maar daarnaast werkzaam in horeca en theater in achtereenvolgens Theater De Molenberg in Delfzijl en Partycentrum Gossen in Stadskanaal. In 2016 belt vader Gerrit. Jan Sander: ,,Hij was alle paarden aan het wegdoen, aan het afbouwen. Hij had nog één hengst: Roderick. Die vond hij zo mooi. Wat doen we daarmee, vroeg hij me. ,,Hij brengt meer op als je hem goed traint’, zei ik. ‘Wil jij dat dan doen?’ vroeg hij me. En zo ben ik weer op een paard gestapt. Het was een overweldigend gevoel, een fantastische ervaring.’’ loading

Wat je denkt, breng je over

Achteraf bezien had het misschien anders kunnen lopen. Was Jan Sander er niet uitgestapt, had hij De Besmanninckhoeve kunnen voortzetten. ,,Ik heb wel eens gedacht: ik haal de paarden terug. Er stonden nog een paar bij Jan en Annechien Kruijer in Sellingen. Maar dat heb ik verdrongen. Het is gegaan zoals het is gegaan.’’ Wel hebben hij en Robert nog steeds merrie Atorka, nu 14 jaar. ,,In feite zit alles wat Gerrit al die jaren gefokt heeft in dat paard.’’ Robert: ,,Jij zou ook niet de mens geweest zijn voor ponykampen.’’ Jan Sander: ,,Nee. Ik ben meer van het trainen. Jij bent van de fokkerij en de omgang met mensen.’’ Veelzeggend detail: Jan Sander heeft geen mobiele telefoon, alles gaat via Robert. Froukje: ,,En jij hield toen ook al niet van die buitenritten.’’ Jan Sander: ,,Klopt. Dan zat ik drie uur op een paard in dat bos om me heen te kijken en dacht: tja, het zal wel. Laat mij maar trainen, inrijden, ruiters helpen hun problemen op te lossen.’’

Gerrit vond het evengoed heel fijn dat zijn zoon terugkeerde naar zijn wortels. ,,Toen ik het hem vertelde zei hij: ‘paarden kosten alleen maar geld, maar het is wel waar we beiden goed in zijn’. Dat hij er nu niet meer is om hem te vragen hoe ik iets aan moet pakken vind ik nog steeds een vreemde gewaarwording.’’ De belangrijkste les van zijn vader? ,,Gedachte is kracht. Wat je denkt, breng je over. Ik reed ooit op een paard dat in de bocht steeds op de rem vloog. Ik was kort voor de kop: de zweep erover. Mijn vader zei toen: ‘stop, niet meer doen, je denkt vanaf nu alleen nog maar dat ze in die bocht gewoon door gaat lopen’. Mij te focussen op die gedachte hielp, het werkte. Het is altijd mijn motto gebleven.’’

menu