Achter het behang #36: Dat was alles alweer

Illustratie: Infographics DvhN

Na zes weken op elkaars lip is het meivakantie en nog steeds blijven we thuis: de laatste loodjes tot de scholen opengaan. Verslaggever Maaike Borst schrijft dagelijks over haar gezin in coronatijd.

Is dit alles? De muziek van Doe Maar schalt over straat. Het geluid is afkomstig uit een altijd luidruchtige voortuin tegenover de supermarkt. Maar vandaag is er geen feestje - geen bier, geen barbecue, geen oranje pruiken, geen mensen. In de voortuin staan alleen maar scooters. Een daarvan, een oranje exemplaar, staat op een verhoging zodat hij pontificaal boven de heg uitsteekt.

Dat is alles, wat oranje betreft. Verder dobber ik deze stralende Koningsdag met kleine broer in een rubberbootje in de sloot achter het huis en vertel hem dat de koning vandaag jarig is. ,,Wat leuk’’, zegt hij en prikt met zijn lange stok in de drab.

We zijn niet gewekt door het muziekkorps dat elke Koningsdagochtend door de straten marcheert, hebben geen oranjebitter gedronken, geen speelgoed gescoord dat helemaal niemand nodig had, geen kleuters aan hun haren van het springkussen getrokken omdat het nu echt tijd was om iets te gaan eten, geen bier gedronken uit plastic bekers bij een te harde coverband.

Vandaag zijn er alleen maar de vlaggen. Ze hangen in de opengebroken straten rond het festiviteitenplantsoentje waar in plaats van fleurige persoonlijke prullaria nu zand, hekken, stapels stenen en rioleringsbuizen liggen uitgestald. Eén vlag wappert boven het hoofd van onze buurman die al zolang als hij zich kan herinneren met zijn hele familie bij dat muziekkorps hoort en vandaag stilletjes in zijn voortuintje scharrelt.

Wij hebben geen vlag, als enige in ons rijtje. Wij zijn ook niet echt koningsgezind. Op dit soort dagen komt de systeembeheerder mopperend van de wc omdat de leden van het koninklijk huis ongevraagd en voorgedrukt op onze kalender staan. ,,Afschaffen’’, bromt hij dan, waartegen grote broer inbrengt dat het hier ‘een traditie van tweeduizend jaar’ betreft.

Grote broer merkt ook niks van Koningsdag. Hij voetbalt voor het eerst weer een potje met een paar van zijn teamgenoten en heeft daar genoeg aan. Ik mis de festiviteiten stiekem toch wel, zo blijkt als ik boodschappen ga doen en wonderlijk vrolijk word van een oranje scooter en een toepasselijk liedje van Doe Maar.

Op de terugweg van de supermarkt zie ik hoe een man, om vijf uur ‘s middags al, zijn vlag van de gevel haalt. Dat was alles alweer.

menu