Dit zijn de bewoners van de Coronastraat in Groningen. 'Het is hier hartstikke gezellig'

Ilse, Silke en Joëlle met hun vader Richard de Weert. Foto: Geert Job Sevink

Toen de Coronastraat een halve eeuw geleden werd gebouwd aan de rand van de Paddepoel in Groningen, had niemand de associatie met een wereldwijde pandemie. Liefde, hoop en de toekomst vieren er de boventoon. In dit vierluik een schets van het straatje.

Gerben Hovenkamp

Sinds jaar en dag wordt er getuinierd in Schooltuin Paddepoel, weet Gerben Hovenkamp. Hij leert kinderen over natuur, voeding en een gezonde levensstijl, de tuin maakt hij juist tiptop in orde voor als de scholen straks weer openen. De buurt is altijd nauw betrokken geweest bij de tuin, weet hij. „En ook nu. We hebben net nieuwe geitjes. Mensen uit de straat geven die in het weekend altijd te eten en zorgen voor ze.”

De tuin wordt gevoed met compost van de planten uit de tuin en blad uit de buurt. „Juist nu is het belangrijk dat kinderen leren waar hun voedsel vandaan komt en hoe het verbouwd wordt. Hier worden misschien geen vleermuizen gegeten, maar we zien wat voor risico’s er kunnen ontstaan.” Hovenkamp plukt een blaadje uit de tuin. „Proef maar, dit is Hemelsleutel, hartstikke gezond, maar veel mensen weten niet dat het eetbaar is.” Het is sappig, weinig smaakvol, maar gaat er goed in. Hovenkamp lacht: „In de Coronastraat wordt aan de toekomst gewerkt.”

Gerard Bosma, Marion Meijers, Vigo en Vera

Bij nummer twaalf prijkt een verkoopbord in de tuin. Kleine Vigo doet open en roept mama die boven aan het werk is. Hoe de verkoop gaat? Marion Meijers lacht: „Het is onder voorbehoud verkocht.” Het ging behoorlijk snel, vertelt Meijers. „Misschien had het ook wel te maken met de media-aandacht voor de straat. De views gingen toen erg snel omhoog.” Gelukkig voor de familie konden de bezichtigingen doorgaan: die waren nét voor de lockdown gepland.

Het rijtjeshuis wordt verruild voor een nieuwbouwwoning aan het Reitdiep. Aannemers zijn er nu druk aan het werk. „Maar het is wel met pijn in het hart. Dit is een hele fijne en gezellige straat.” De koopovereenkomst moet digitaal en dat voelt een beetje gek, beaamt Meijers. „Ik denk dat we nog wel even contact zoeken met de kopers. Het is een jong stel. Dat is ook wel heel leuk. Dan krijgen de vriendjes weer nieuwe vriendjes.”

Richard de Weert, Ilse, Silke en Joëlle

Richard de Weert woont inmiddels 12 jaar in de straat. Of hij even de tijd heeft? Dat heeft hij, en hij kent de drill . „Mijn kinderen waren ook in het Jeugdjournaal deze week”, vertelt hij vrolijk. „Normaal is het hier erg rustig, maar nu komen er mensen die een foto willen maken van het straatnaambordje. En deze week is er ook een straatbordje gestolen.”

Maar het heeft ook voordelen lacht hij. „Tegenwoordig weet iedereen hoe je het schrijft. Bezorgers vragen waar ze moeten bezorgen. ‘De Coronastraat’. Dan is het even stil”, lacht De Weert. „Dan vragen ze of het een grap is.”

Eigenlijk is het wijkje een dorp in een stad, vertelt hij. „Het mooie is dat het heel gemêleerd is, van pensionarissen tot studenten.” Hij wijst naar het huis naast hem. Hier wonen Chinese studenten, we hadden gedacht dat die allemaal met mondkapjes zouden lopen, maar dat was juist niet zo.” Iedereen kent elkaar in de straat. De kinderen weten elkaar goed te vinden. De middelste speelde laatst vanaf het balkon een videospel met de buurjongen die op het dak van een schuurtje aan de overkant zat. „Riepen ze over de tuin waar de vijand zat, haha. Het is een fijne buurt.”

Thea Stiekema

Thea Stiekema was één van de eerste bewoners van Coronastraat. „Acht december 1967”, memoreert ze. Haar twee jongens groeiden er op, menig kind zag ze er volwassen worden. „Toen werd er nog getold en gerolschaatst. Ik heb ze nog steeds”, verwijst ze er trots naar. „En dit was een van de eerste straten waar rijscholen rijles gaven, het was breed en rustig genoeg om te leren keren en om te oefenen met inparkeren.” In de jaren heeft de straat zich getypeerd als ‘saamhorig, vol belangstelling en meeleven’, vertelt Stiekema. „Het is hier hartstikke gezellig. En ik kan zeker aan vier mensen vragen om hulp bij de boodschappen.”

Het virus kluistert haar al weken aan huis, alleen haar zoon komt over de vloer. „Maar ik vermaak mij wel.” Stiekema puzzelt graag, borduurt en sms’t met haar kleinkind. De tuin ligt er piekfijn bij. Ze heeft nog een hoopvolle boodschap. „Corona is ook de ring van licht om de verduistering van de zon. Een lichtpuntje is dat de verduistering eindigt en het licht na de duisternis weer komt.”

menu