Silvio Zangarini voor een van zijn foto's van oneindige trappen.

De Italiaan Silvio Zangarini woont precies een jaar in Groningen, fotografeert de provincie en verbaast zich over de kleine dorpjes: 'Wat dóen mensen daar?'

Silvio Zangarini voor een van zijn foto's van oneindige trappen.

De Italiaan Silvio Zangarini woont precies een jaar in Groningen en bracht op verzoek van Platform Gras de negen dorpjes van de voormalige gemeente Ten Boer in beeld. ,,Wat dóen mensen daar? In Italië is, waar je ook bent, altijd een bar.’’

Op een oude damesfiets zonder versnellingen karde Silvio Zangarini (39) eind september de stad uit. Gewapend met zijn fotocamera ging hij het nieuwste stukje Groningen verkennen.

Hij had geen idee wat hem te wachten stond. Hij proefde alleen de namen van de negen dorpen die sinds 2019 bij de gemeente Groningen horen. Garmerwolde, Winneweer, Wittewierum, Lellens, Ten Post, Ten Boer, Woltersum, Sint Annen en Thesinge.

loading

Verbazing over de vlakte en de leegte

Drie dagen was Zangarini onderweg en hij keek er zijn ogen uit. Hij verbaasde zich over de vlakte en de leegte. Over het formaat van sommige dorpen. Over de stilte. Het gebrek aan reuring en cafés. Over de schoonheid ook.

De negen dorpjes zullen minstens zo verbaasd zijn geweest over zijn verschijning. Een man met zo’n bos haar en een camera komt niet dagelijks aanwaaien.

loading

Zangarini woont met zijn Italiaanse vrouw Valentina en hun twee kinderen in de Korrewegwijk. Een jaar geleden streken ze daar neer, omdat ze in Groningen een groter internationaal netwerk verwachtten en een levendiger cultuur dan in Leeuwarden, waar ze kort woonden omdat Valentina daar een baan heeft als bodemdeskundige. Voor haar studie aan de Universiteit van Wageningen kwamen ze in 2012 naar Nederland.

Zangarini had in Italië zijn studie filosofie afgerond. Een prachtstudie, vindt hij, maar hij vroeg zich af hoe hij handen en voeten kon geven aan al die filosofische gedachten en ideeën. Hoe hij uit de academische de gewone wereld in kon stappen.

De fotografie bood uitkomst. loading

‘Fotografie is een familieding’

Als kind leerde hij van zijn vader − die z’n brood verdiende met een tuincentrum − hoe fotograferen in elkaar stak. Thuis in de donkere kamer zag hij hoe zijn vader zijn foto’s ontwikkelde. ,,Fotografie is een familieding. Mijn vader maakte klassieke foto’s, vooral met mensen erop. Ik experimenteer meer.’’

Zangarini wil dat zijn foto’s onderwerp van discussie zijn. Zo fotografeerde hij lege pleinen in tal van Italiaanse steden en dorpen. ,,Ooit waren die pleinen ontmoetingsplekken. Nu ontmoeten we elkaar op digitale pleinen, op Facebook en Twitter. Alleen toeristen vergapen zich nog aan de echte pleinen.’’

Hij vreest dat de pleinen verworden tot een soort luchthavens of winkelcentra, die overal ter wereld op elkaar gaan lijken, inwisselbaar zijn. ,,Je herkent bijna niet waar je bent.’’ loading

Iedere kijker heeft zijn eigen realiteit

Hij exposeerde zijn pleinen in Turijn, Denemarken en Amsterdam. Door de reacties erop constateerde hij dat iedere kijker zijn eigen realiteit heeft. Daaraan trachtte hij te tornen, door de realiteit zo te fotograferen dat de kijker eraan ging twijfelen. Hij fotografeerde lege wenteltrappen, op zo’n manier dat er geen begin en einde aan zat. En hij fotografeerde steden in een 3D-variant. ,,Vanuit verschillende hoeken zie je dan een andere stad’’, zegt hij.

Zijn werk is in trek. Ondertussen fotografeert hij voor de RUG de universiteitspanden in Groningen.

Hij legde in de stad contact met architectuurcentrum Platform Gras, al was het maar om gelijkgestemden te treffen. Daar kreeg hij de vraag voorgeschoteld om de negen dorpjes, die inmiddels bijna twee jaar bij de stad horen, vast te leggen. loading

Oude auto’s, verwaarloosde erven

Hij kende alleen de stad en wist onderweg niet wat hij zag. Hij zag oude auto’s, verwaarloosde erven, hij zag pittoreske huisjes, klassieke boerderijen. Oneindig land. Hij zag weinig mensen, maar de mensen die hij ontmoette waren vriendelijk en maakten een praatje.

Dat er zulke kleine dorpjes bestaan, met slechts enkele huizen, dat kende hij niet van Italië. ,,Misschien in de bergen’’, denkt hij hardop. loading

En hij vond het hier en daar een tíkje saai. ,,In Italië, waar je ook bent, is altijd een bar. In de namiddag drinken de ouderen daar een glas wijn. In de avond komen jonge mensen er samen. Wat dóen mensen hier? Ik denk thuis zijn met familie en in de tuin bezig zijn.’’

Hij baalt van de lockdown, het belemmert hem in zijn culturele en sociale ontdekkingstocht in de stad. Hij houdt het nu bij de parken.

‘In Nederland is alles hetzelfde’

En ja, hij vindt Groningen mooi, maar hij mist Italië. ,,Door het steeds veranderende landschap in Italië, zijn de dorpjes en de mensen ook steeds anders. Je hebt er nog wildernis. In het weekend ga je er altijd op uit, naar musea, naar de bergen, naar de zee. Hier in Nederland is alles hetzelfde, alles vlak, alles georganiseerd, maar desondanks hou ik van de architectuur en de dorpen. En het dagelijks leven is hier gemakkelijker en prettiger, en hier kan alles op de fiets.’’

menu