RUG-hoogleraar Tom Postmes onderzocht de schademeldingen.

De berg met schadeclaims blijft groeien. Hoe kan dat?

RUG-hoogleraar Tom Postmes onderzocht de schademeldingen. Foto: Archief DvhN

Na elke aardbeving neemt het aantal ingediende schadeclaims toe. Maar zelfs als de aarde rustig is, blijft de berg groeien, in tegenstelling tot vroeger. Hoe kan dat? Is alle schade zo langzamerhand niet geclaimd?

Er zijn tot nu toe ruim 150.000 schades ingediend in het aardbevingsgebied. Je zou zeggen dat alle bewoners met scheuren, kieren en verzakkingen die inmiddels dus hebben geclaimd, even afgezien van nieuwe schade door recente bevingen. Maar het aantal meldingen blijft onverminderd hoog. Afgelopen week waren het er 1045. Eind juli liep de teller zelfs op tot 1463. En dat terwijl het er twee jaar geleden soms maar enkele tientallen per week waren.

Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) − dat ondanks een gestage uitbreiding van het aantal medewerkers tot meer dan driehonderd alle zeilen moet bijzetten om de claims af te handelen − kan niet voorkomen dat het ‘stuwmeer’ weer volloopt. Groningers moeten daardoor mogelijk weer langer wachten tot hun schade is afgehandeld. Dat leidt tot gemor in Groningen en Den Haag.

Onderzoek

De Groninger hoogleraar Tom Postmes onderzocht in opdracht van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen, de voorloper van het IMG, en de Nationaal Coördinator Groningen het proces van de schademeldingen.

Hij stelt vast dat de forse toename van het aantal ingediende claims inzette na de beving bij Westerwijtwerd in mei 2019. Een paar weken lang was er een piek, met wekelijks meer dan 1000 nieuwe schadeclaims. Begin juni 2019 zelfs in één week 2248 stuks.

De verwachting was dat het aantal daarna weer flink zou dalen. Dat gebeurt niet: de stroom aan meldingen houdt aan. Van half juli tot half november zijn het er per week zo’n 500. Veel meer dan de jaren daarvoor, constateert de Groninger wetenschapper. Zelfs in periodes dat er helemaal geen aardbevingen zijn, groeit de stapel met schademeldingen gestaag door, tot wanhoop van de afhandelaars.

Tevreden

Dat is nu nog steeds zo. Na de enorme piek door de drie bevingen in juli dit jaar, blijft het aantal meldingen hoog. Bij het IMG wordt tevreden geconstateerd dat Groningers meer vertrouwen hebben in de schadeafwikkeling en malheur daardoor vaker en sneller melden. Is dat het hele verhaal?

Het is een ingewikkelde puzzel, zegt de Groninger hoogleraar. Hij onderscheidt drie factoren. In de eerste plaats valt het op dat er schade wordt gemeld vanuit gebieden waar dat eerst veel minder gebeurde.

Als voorbeeld noemt Postmes Veendam. ,,In januari 2019 was er een aardbeving bij die plaats. Die was kennelijk ondieper dan doorgaans en is door heel veel mensen goed gevoeld. Je ziet dan in Veendam en omstreken, waar ze ook zitten met de zoutwinning, een piek. En vanaf dat moment blijven er veel meldingen uit dit gebied komen. Ik vermoed dat dit ook gebeurt in andere buitengebieden die we niet hebben onderzocht.’’

Inhaalslag van de stad

Een tweede factor die uit het onderzoek naar voren komt, is Groningen. De stad is duidelijk bezig met een inhaalslag, aldus Postmes. ,,In Groningen waren eerst veel minder meldingen. En vergeet niet dat de dichtheid van het aantal woningen groot is. Toch had het aantal schademeldingen uit de stad nog veel hoger kunnen zijn als de inwoners evenveel hadden gemeld als vergelijkbare gebieden.’’

Een derde punt is dat het aantal ‘georganiseerde meldingen’ is toegenomen. Daarmee doelen de onderzoekers op commerciële partijen: huisjesmelkers, verhuurders en dergelijke. Die hadden aanvankelijk weinig vertrouwen in de goede afloop, maar besloten afgelopen jaar toch aan de bel te trekken, vermoedt de wetenschapper.

,,In het verleden deden zij minder meldingen. Dat is duidelijk veranderd. Vanaf januari vorig jaar lijken ze met een inhaalslag bezig. Nu zijn er uit die hoek evenveel schademeldingen als bij particulieren.’’

Verbaasd

Postmes zegt overigens verbaasd te zijn over de aanhoudende stroom schadeclaims. ,,Afgezien van de seismische activiteit kan ik niet goed plaatsen waarom het maar doorgaat. Het intrigeert me wel. Kennelijk is er veel na-ijlende schade. Maar hoelang gaat dat door? Ik heb echt geen idee.’’

,,De schadeafhandeling was jarenlang een moeizaam traject. Bij veel mensen gaf dat een gevoel van stress. Die stress hebben veel nieuwe schademelders niet. Die mensen liggen minder wakker van de schade en dat is positief. Bij de nieuwe melders zie je vaker tevredenheid’’, constateert Postmes.

menu