De grote klap: terug naar Huizinge 2012

Een informatiebijeenkomst over de risico’s van aardgaswinning. Foto: ANP/Catrinus van der Veen

Sinds de aardbeving van Huizinge, in de zomer van 2012, vreest Groningen de volgende zware schok. Dat die heviger kan zijn dan iedereen dacht, kwam als een onaangename verrassing. Waarom eigenlijk? Zag dan niemand het aankomen? De geschiedenis van De Grote Klap.

Alle verhalen over de Groningse aardbevingen beginnen in Huizinge, het wierdedorp tussen Loppersum en Middelstum, net ten noorden van de Eemshavenweg. Vijf stille straten rond de romanogotische Janskerk uit de dertiende eeuw. Aan de rand van het dorp staat nog een stokoude boerenhoeve. In de schilderachtige huisjes van Huizinge wonen bijna honderdvijftig mensen.

In Huizinge voelen ze de bodem beven

Voor zover ze thuis zijn, die donderdag in augustus 2012, voelen ze de bodem beven. Vreemd is dat niet. Hun dorp ligt midden boven het Groningenveld, zoals geologen het noemen. In dat veld, beter bekend als de bel van Slochteren, wint de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) al een halve eeuw aardgas. Trillingen van de bodem horen daar een beetje bij, als wind bij het platteland.

Maar deze aardschok is heviger en duurt langer dan ze gewend zijn. Geschrokken haasten sommigen zich naar buiten, de straat op. In een straal van tientallen kilometers rond het epicentrum Huizinge barst het pleisterwerk, scheuren vloeren en raken oude en kwetsbare muren ontzet.

Dit verandert alles, moet Hans de Waal zich een dag later realiseren. De geboren Amsterdammer is natuurkundige en heeft verstand van gaswinning. "Hij weet er meer van dan de meeste van ons", zegt een vakgenoot. Na een leven lang voor Shell te hebben gewerkt, vooral in verre buitenlanden, is De Waal nu in dienst van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), in een blinkend kantoorpand aan de rand van Den Haag. Hij controleert er zijn oud-collega’s, ook die van de NAM, dat voor de helft eigendom is van zijn vroegere werkgever Shell.

loading  

Zwaarste schok tot nu toe in Groningen

Als het KNMI meldt dat ’Huizinge’ de zwaarste schok tot nu toe in Groningen was, ziet De Waal – hoe dubbel dat ook is – zijn kans. Tot dan toe maakte niemand zich al te druk om de trillingen, de NAM niet, maar ook de meeste burgers en politici niet. Zelfs bij SodM begonnen de bevingen pas de laatste jaren wat meer aandacht te krijgen. Nergens was het een prioriteit. Nergens top of mind. "Iedereen onderschatte het", zal de Groningse hoogleraar Rien Herber, oud-adjunct-directeur van de NAM, later zeggen. "Ook de bevolking. Ook journalisten.

Dat verandert als die aardbevingen nóg zwaarder worden, beseft De Waal, die in de maanden na Huizinge tot een simpele conclusie komt. Hoe sneller we gas winnen, hoe heviger Groningen beeft.

Het maakt van Hans de Waal een soort klokkenluider. Op zijn boodschap zit niemand te wachten.

Luchtknallen

Meent van der Sluis heeft het altijd al gezegd. Gaswinning is link. Hij begint gelijk te krijgen als op tweede kerstdag 1986 de ruiten in Assen rinkelen. Voor het eerst beeft de grond in het Noorden en het Drentse PvdA-Statenlid, al jaren gefascineerd door ’luchtknallen’, stelt dat ook deze beving – kracht 3 op de Schaal van Richter – veroorzaakt wordt door de NAM.

Van der Sluis is een drammer op de linkervleugel van de PvdA. Een nonconformist. Een politieke lastpak, vooral voor de NAM. Na meer dan een kwarteeuw gaswinning bij Slochteren heeft nog niemand kunnen aantonen dat die gaswinning aardschokken veroorzaakt. De bodem daalt. Een beetje. Maar beven? Van der Sluis, zegt NAM-woordvoerder Frank Duut, weet niet waarover hij het heeft.

Toch komt er gedonder van. Van der Sluis schrijft een boek over zijn luchtknallen, over explosies in zoutkoepels, over ’moleculaire culaire zwaktezones’ en de ’trillinggevoeligheid van steenzout’. In de Tweede Kamer worden vragen gesteld. En in het voorjaar van 1990 vraagt de provincie Groningen aan mijnbouwspecialisten van de TU Delft om een oordeel over het boek van Van der Sluis.

Dat oordeel is vernietigend.

Geen benul

Volgens de wetenschappers heeft Van der Sluis inderdaad geen benul. Het Statenlid trekt ’zeer vergaande conclusies’ op ’onwetenschappelijke wijze’. Zijn waarnemingen kunnen niet worden gecontroleerd. Zijn hypotheses zijn onduidelijk. Van der Sluis, zegt de TU Delft, is vooringenomen. Een serieus oordeel is eigenlijk niet eens mogelijk.

"Van der Sluis wordt vernederd, weggezet als charlatan, en volslagen belachelijk gemaakt", zal Bert Middel zich herinneren, destijds raadslid in Assen en veel later als dijkgraaf van Noorderzijlvest een van de scherpste critici van de NAM.

Een zwarte bladzijde", kwalificeert hoogleraar Herber de houding van de NAM in die tijd. Want ook al zit Meent van der Sluis er met zijn zoutknallen pijnlijk naast, hij beweert óók dat de aardbevingen op drie kilometer diepte worden veroorzaakt door drukverschillen in het gasveld. En dat heeft-ie goed gezien.

Soepbord

In het jaar waarin de ruiten in Assen rinkelen, promoveert Hans de Waal op de diepere geheimen van het Groninger gasveld. Hij is net 33 geworden en werkt al bijna tien jaar voor Shell als hij op 6 mei 1986 zijn proefschrift verdedigt. De Waal toont aan dat de ondergrond van Groningen anders op de gaswinning reageert dan je zou denken.

De gasbel van Slochteren is geen bel. Het is geen holle ruimte, maar een keiharde zandsteenlaag die in grillige patronen op drie kilometer diepte ligt. In dat gesteente zitten poriën. En in die poriën zit gas. Als je dat weghaalt, daalt de druk in de zandsteenlaag, zoals de druk in een fietsband afneemt als je het ventiel open zet. De tweehonderd meter dikke laag wordt dan samengeperst door het zoutpakket dat er bovenop ligt. Dat heet ’compactie’. Je merkt het aan de oppervlakte: de bodem daalt, in het midden meer dan aan de rand van het veld, zodat er een soort soepbord ontstaat.

Een leek zou denken dat de bodem even hard daalt als het gas wordt gewonnen. Dat dacht de NAM zelf ook. In de jaren zeventig schatte het bedrijf dat de Groningse bodem op het diepste punt, in de buurt van Loppersum, een meter zou dalen. Na een jaar of wat controleerde men dat met metingen. Het viel mee. Als de bodemdaling zo zou doorgaan, bleef de schade beperkt tot dertig centimeter. En waarom zou het niet zo gaan?

Omdat het anders gaat, zei Hans de Waal. Compactie begint langzaam en neemt dan ’normale’ proporties aan – idem dito dus voor bodemdaling. Een jaar eerder had de promovendus zijn ’rate type compaction model’ al in de praktijk gebruikt. In opdracht van de NAM had hij berekend hoe ver de Groningse bodem zou dalen. Niet dertig centimeter. Dat was het trage begin. Tegen de tijd dat de Slochterenbel helemaal leeg zou zijn, zou de bodem 60 tot 65 centimeter zijn gedaald.

Hooguit nog 36 centimeter

De NAM was het in 1985 met die conclusie hartgrondig eens. Toch verruilt het bedrijf vijf jaar later het model van De Waal weer voor de simpele, rechtlijnige prognose. De bodem zal hooguit 36 centimeter dalen, meldt het bedrijf de provincie.

Hoe zit het nou? Eerst een meter. Toen 30 centimeter. Vervolgens 65 centimeter. En nu – het is 1990 - wil de NAM doen geloven dat het toch weer meevalt: 36 centimeter.

Dat verschil is nogal van belang. Als je niets doet aan gemalen, stijgt het water in het soepbord. En als je de kades in de haven van Delfzijl niet verhoogt, loopt die onder. Om het nog maar niet te hebben over de zeedijk. Niemand wil Delfzijl twee keer op de schop nemen. Dus vraagt de provincie om een second opinion .

Maar waar haal je experts vandaan die niets met de NAM of Shell te maken hebben? Het ’aardgaswereldje’ is klein. Of je nou les geeft aan de universiteit van Delft of Utrecht, onderzoek doet bij TNO of de Rijks Geologische Dienst (later onderdeel van TNO), seismoloog bent bij het KNMI of als ambtenaar ‘energie doet’ – de kans is groot dat je bij dezelfde studentenvereniging bier dronk, stage liep bij Shell of NAM, en je carrière dankt aan de Groningse gasbel.

Voor een second opinion komt de provincie terecht in Boston, bij het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Samen met Staatstoezicht op de Mijnen vraagt de provincie twee professoren onderzoek te doen. Het duo, de Turks-Amerikaanse geofysicus Navi Toksöz en diens al gepensioneerde collega J.B. Walsh, komt twee keer naar Nederland, laat zich op sleeptouw nemen naar een boorput en naar het laboratorium van Shell in Rijswijk. De professoren stellen vast dat de NAM zeer deskundig is en de lage prognose over bodemdaling heel betrouwbaar. Daarmee vegen ze Hans de Waal, zijn model en de 65 centimeter van tafel.

Toksöz en Walsh baseren zich louter op data van de NAM. Hun rapport is uiterst vleiend. De professoren toucheren een kwart miljoen gulden, meldt Nieuwsblad van het Noorden.

Zonder dat iemand erom vraagt, spreken de hoogleraren uit Boston zich ook uit over het risico van aardbevingen, omdat daar sinds Meent van der Sluis zoveel gedoe over is. De kans op trillingen is uiterst gering, sussen Toksöz en Walsh. In het ergste geval zal het voelen alsof er een zware vrachtwagen passeert.

Dovemansoren

Een jaar later, in de nacht van 4 op 5 december 1991, beeft de bodem bij Middelstum. De schok wordt amper gevoeld, maar is net zwaar genoeg om opgepikt te worden door sensoren van het KNMI in De Bilt. Hoewel Toksöz en Walsh het onzinnig vinden, dringt de provincie Groningen wel aan op een bewakingssysteem met gevoeliger apparatuur – maar dat staat er nog niet.

Twee jaar later blijkt uit onderzoek dat gaswinning tot bevingen kan leiden, al zullen die in Groningen "niet verontrustend zijn". Nog twee jaar later heeft het KNMI het netwerk van ’boorgatseismometers’ in gebruik genomen. En jawel: soms beeft de bodem. Soms melden bewoners ook schade, maar tot 1997 aan dovemansoren: de NAM ontkent steevast dat die schade door de bevingen is veroorzaakt.

Sinds ’Huizinge’ weten we beter, maar "toen maakten ook de meeste kritische wetenschappers zich geen zorgen over bevingen", zegt natuurkundige Frits van den Berg, destijds lid van het Onafhankelijke Geologenplatform. De geologen uiten eind jaren negentig scherpe kritiek op de NAM, omdat die klagers niet serieus neemt, maar die claims – enkele tientallen per jaar – gingen over bodemdaling, niet over bevingen.

De NAM gaat onhandig om met de claims. Het bedrijf huurt inspecteurs in. Die zijn ’onafhankelijk’, maar ook in dienst van de NAM. Ze denken dat ze hun werk goed doen, herinnert Herber zich later, als ze de schade zo laag mogelijk taxeren. Dat zet kwaad bloed: ’Zie je wel, ze werken voor de NAM.’ Terugkijkend zegt Herber, adjunct-directeur van 2003 tot 2009: "Wij hadden er gewoon niet genoeg voeling mee."

In het decennium dat volgt beeft Groningen steeds ’’ vaker net iets harder. Ook daalt de bodem telkens net iets sneller dan de NAM voorspelt. En verder haalt de NAM vanaf 2003 allengs meer gas uit de bel van Slochteren. Toch ziet nog niemand het verband.

"Er was bij de NAM geen sense of urgency", analyseert Herber achteraf. "De focus was op bodemdaling. Die kostte geld. Voor honderden miljoenen zijn bruggen en gemalen gebouwd. Daar ging alle energie in. Er waren wel scheuren in huizen, maar wij dachten dat die voornamelijk van de bodemdaling kwamen."

Niemand maakte zich druk over aardbevingen. Herber: "Achteraf hadden wij dat wel moeten doen."

’Wie heeft aardbevingen in portefeuille’, is de eerste vraag die Albert Rodenboog stelt als hij in juni 2003 begint als burgemeester in Loppersum. Het is zijn eerste vergadering als voorzitter van het college. "Iedereen, alle wethouders lagen slap van de lach", herinnert Rodenboog zich. "Jij mag het hebben, dat stelt niks voor zeiden ze."

Twee maanden later trilt het drie keer vlak achter elkaar, zachtjes nog. En dan, in de middag van 8 augustus 2006, beeft de grond bij Westeremden. Het is een 3,5 op de Schaal van Richter.

loading  

Onaangenaam nieuws

Het belooft een tropisch warm weekend te worden, die vrijdag 17 augustus 2012. Het is de dag na ’Huizinge’. In het kantoor van Staatstoezicht op de Mijnen aan de rand van Den Haag wordt de eerste stap gezet op weg naar een rapport waaruit zal blijken dat Groningen een te groot risico loopt. Hoe meer gas de NAM wint, hoe vaker en zwaarder de grond beeft.

Als minister Henk Kamp een half jaar later in de Tweede Kamer en in Loppersum uitlegt wat er aan de hand is, zijn de opstellers van dat rapport, Hans de Waal en Annemarie Muntendam, nooit ver weg. Wat drijft hen? Waarom is Staatstoezicht, voorheen een ambtelijke organisatie die vooral papierwerk controleerde, nu ineens zo zichtbaar? En zo militant?

’Huizinge’ komt Hans de Waal eigenlijk niet ongelegen, hoe vreemd dat ook moge klinken. Na een reorganisatie bij Shell is De Waal in 2009 bij SodM komen werken. In datzelfde jaar vroeg de inspectiedienst – als reactie op de onrust in Groningen, die toenam na de aardschok van 2006 in Westeremden – aan TNO een verkennend onderzoek naar de grond onder Loppersum.

Hoe vaak en hoe hevig Groningen beeft, weten we dankzij de seismologen van het KNMI. Maar waarom die bodem beeft, waarom dat onder Loppersum gebeurt en niet onder Zeerijp, onder Westeremden en niet onder Uithuizen, en waarom dat nu gebeurt – dat weten we niet.

De NAM heeft geen haast

Bij TNO maakt Annemarie Muntendam, een van de weinige vrouwen in het wereldje van geofysici, seismologen en mijnbouwers, studie van de grond onder Loppersum. Ze schrijft in haar advies dat op die plek twee breuken in de diepe zandsteenlaag een rol lijken te spelen. Bovendien valt haar op dat het gasveld daar ongelijkmatig wordt leeggehaald door de NAM. Doe iets aan de manier waarop je gas wint, en je doet iets aan de trillingen, vermoedt Muntendam.

De NAM reageert lauw, vinden ze bij Staatstoezicht. Het bedrijf in Assen wil eerst een grote ’reservoirstudie’ afmaken, een beter beeld krijgen van de ondergrond. Dat duurt nog drie jaar. De NAM maakt geen haast, concluderen de inspecteurs.

’Huizinge’ kan helpen de NAM in beweging te krijgen. Voor het eind van het jaar moet de NAM een nieuw winningsplan indienen om door te mogen gaan met gas winnen. Volgens de Mijnbouwwet moet in het plan een paragraaf staan over het risico van aardbevingen. En die moet worden goedgekeurd door Staatstoezicht.

Als Huizinge een voorbode is van wat Groningen nog te wachten staat, hebben we een probleem, realiseert Hans de Waal zich, die samenwerkt met Annemarie Muntendam – ze is in de lente overgekomen van TNO. De Waal en Muntendam weten dat bij de aardschokken in Groningen steeds meer energie vrijkomt. Onderzoekers van TNO geloven al dat de bevingen zwaarder kunnen worden dan iedereen denkt. Maar wat doen ze eraan?

Realiseert De Waal zich dan al dat de bevingen zwaarder zijn geworden sinds de NAM vanaf 2003 de productie in Groningen opvoerde? Dat het één iets met het ander te maken heeft?

loading  

De irritatie neemt toe

In elk geval komt dat alarmerende besef in de herfst van 2012 in gesprekken met de NAM telkens op tafel. Het wordt te gortig, meldt De Waal de ingenieurs van de NAM. Laat maar zien dat ik ongelijk heb, dat er geen relatie is met jullie productietempo – of doe er iets aan.

In Assen zijn ze ongelukkig met De Waal. Die loopt niet slechts de documenten van de NAM na, maar heeft nota bene – een unicum bij SodM – zijn eigen rekenmodel ontwikkeld. Daarin maakt hij gebruik van het rate type compaction model, waarop hij in 1986 is gepromoveerd. Uit dat model – hoe speculatief het ook nog is – blijkt dat het tempo van gas winnen leidt tot meer en zwaardere bevingen.

De jaarwisseling komt dichterbij, en dus ook de deadline voor het winningsplan. De irritatie neemt toe. Vanuit Assen, vinden ze in Den Haag, worden de verontrustende uitkomsten van het model van De Waal en Muntendam niet weerlegd. De NAM reageert met ’flauwe’ opmerkingen en is – stelt een interne mail van SodM – niet te beroerd de boel subtiel te misleiden.

Als het advies aan minister Kamp in concept klaar ligt, wil SodM NAM nog een ’ultieme gelegenheid’ geven met maatregelen te komen. Minder gas winnen, zoals de toezichthouder graag ziet, is geen optie. Een interne mail van SodM suggereert dat de aandeelhouders van de NAM (Shell en ExxonMobil) dat blokkeren.

Half december bereikt de discussie de bestuurlijke top.

Onaangenaam nieuws

Minister Kamp spreekt met Peter Voser, de Zwitserse topman van multinational Shell. Wat de twee bespreken, wordt niet bekend – maar het moet een ingewikkeld gesprek zijn. Kamp heeft immers twee of drie rollen bij de gaswinning. Hij geeft de vergunning, controleert via SodM, maar is ook indirect aandeelhouder; de Staat deelt de zeggenschap over het Groningse gas fiftyfifty met Shell en ExxonMobil. Die twee multinationals verdienen er honderden miljoenen aan, maar de Nederlandse Staat nog veel meer, circa 12 miljard per jaar.

Drie weken later geeft Kamp een persconferentie. Hij heeft onaangenaam nieuws, voor iedereen. Het risico van aardbevingen in Groningen is ontoelaatbaar groot, stelt SodM. U moet de gaswinning zo snel en zo veel mogelijk terugbrengen, adviseert de toezichthouder de minister.

Dat kost de Staat miljarden, weet Kamp.

De belangen zijn te groot om nu al een besluit te nemen, legt hij twee dagen later uit in Loppersum. Kamp neemt een jaar de tijd.

In dat jaar komt de sluimerende vrees boven. Het wordt zichtbaar dat in Noordoost-Groningen de aarde beeft. Tientallen boerenschuren, monumentale gevels en oude huisjes krijgen een korset van stutten en steigers. Actiegroepen laten van zich horen. Veel bewoners voelen zich een gevangene in hun eigen huis, vol scheuren en onverkoopbaar. Ze uiten hun zorg, boosheid en angst op de vele bijeenkomsten over aardschokken in dorpshuizen en zalen.

Deze maand hakt Kamp de knoop door. Hij heeft het dilemma, de veiligheid van 150.000 Groningers versus de broodnodige aardgasmiljarden, op veertien manieren tegen het licht laten houden. De rapporten zijn net op tijd ingeleverd, vlak voor 1 december. Het sluitstuk ontving de minister pas op 17 december: het verslag van de stuurgroep onder voorzitterschap van Tanja Klip, oud-gedeputeerde in Drenthe en nu dijkgraaf op de Veluwe.

loading  

Wat kan Kamp doen?

De minister, vinden betrokkenen, kan de Groningse onrust niet nog langer negeren. Kamp wil dat ook niet, liet hij doorschemeren, telkens als hij op werkbezoek was op het Hogeland. Commissaris Max van den Berg vroeg om een miljard euro – ironisch genoeg om en nabij het bedrag dat de Staat vorig jaar extra verdiende aan het aardgas, met dank aan de barre winter.

Maar dat miljard neemt de dreiging niet weg. Misschien, zo is gesuggereerd, moeten de Groningers leren leven met het risico. Als de NAM de scheuren netjes repareert, en de minister het imago van Groningen, dan valt het verder wel mee. Wie in de buurt van Schiphol woont, loopt volgens deskundigen immers meer risico – en dat accepteren we ook. Misschien went het.

De gaskraan dicht draaien om de risico’s te verkleinen, zoals SodM dringend zal blijven adviseren, nu ondersteund door andere wetenschappers, moet voor Kamp meer nachtmerrie zijn dan optie. Nederland zit vast aan internationale contracten. Die kun je niet zo snel opzeggen. En die wil je niet opzeggen, omdat ze de Staat miljarden opleveren.

De gaskraan slimmer open houden, zoals SodM en TNO sinds 2009 suggereren, kan misschien wel. De NAM heeft het Groninger gasveld in 2012 immers in kaart gebracht. Het computermodel laat nu 1800 breuken zien, die het veld verdelen in 500 tot 700 blokken. De kunst is die blokken gelijkmatig leeg te halen, desnoods met een paar extra putten op de juiste plek. Daarmee voorkom je drukverschillen. En dus – Meent van der Sluis zag dat al scherp - bevingen.

Het model moet wel werken

Als het model werkt, en wordt gevoed met gegevens van seismometers die de NAM laat plaatsen, kan met steeds meer precisie worden gezegd wat de ’zwakke plekken’ zijn onder Groningen. Daarmee weten we niet wanneer de grond gaat bewegen, maar wel waar dat het meest waarschijnlijk is. Je kunt de aardschokken dan bijna zien aankomen.

Maar dan moet het model wel werken. En dat doet het nog niet, zeggen bronnen tegen Dagblad van het Noorden. Zoals ook nog lang niet vast staat hoe zwaar de bevingen worden. Niemand rekent erop dat alle onderzoeken zijn afgerond als Kamp de resultaten straks presenteert.

De minister zit klem, zoals de Engelsen dat zeggen, betweenarock andahard place. Misschien besluit hij zo weinig mogelijk te besluiten. Want mettertijd lost het Groningse probleem zichzelf op. Over zes jaar begint de bel van Slochteren leeg te raken en zal de NAM sowieso minder gas winnen.

Dan ebt het risico van aardschokken vanzelf weg, tenzij het niet uitmaakt hoe snel de NAM gas wint en de bodem hoe dan ook reageert. Aan dat scenario wil niemand denken, want dan komt hij toch, de grote klap.

menu