Rob Genee hanteert de megafoon buiten de rechtbank in Groningen, tijdens een demonstratie tegen de afbraak van de sociale advocatuur in Nederland.

De noodlok van de deken van de orde van advocaten Noord-Nederland: op de barricaden

Rob Genee hanteert de megafoon buiten de rechtbank in Groningen, tijdens een demonstratie tegen de afbraak van de sociale advocatuur in Nederland. Foto Corné Spatidaens

In januari stond Rob Geene in Groningen zijn actievoerende collega-advocaten toe te spreken. „Nederland verwordt tot een apenland en de Tweede Kamer slaapt.” Als deken van de orde van advocaten in Noord-Nederland laat Geene geen gelegenheid voorbijgaan om de noodklok te luiden. „Ik heb dagelijks zorgen.”

’25 jaar geleden hadden we een samenleving met een zeker normbesef. We hadden nog enig maatschappelijk en ethisch benul. We waren onderdeel van een organisch geheel, bestaande uit mensen. Dat is in de loop der jaren gaan eroderen, er vielen gaten in de samenleving. Het antwoord van de overheid: we lossen het op met marktdenken. En daar hebben we nu mee te maken. Normen zijn vervaagd, de maatschappij desintegreert en de overheid weet niks anders te bedenken dan met marktwerking de problemen op te lossen.

Overal zie je nu verschraling. Buurtverenigingen hebben geen leden meer. Wat toeneemt is het individualisme. Grote bedrijven spelen daar gretig op in. Ik kom bij u, u bent speciaal, uw e-mailadres is speciaal. Ze pakken de mensen per categorie en maken daar verdienmodelletjes van. Dat is het marktsysteem.”

De advocatuur is hier ook in meegegaan.
„Iedereen. En we zijn er te laat achtergekomen dat ons dit is overkomen. Je stopt het ook niet meer. Het is een feit. En daar staan wij dan, in gerafelde toga’s in een koude wind, naar elkaar te kijken. De rechters, het Openbaar Ministerie en de advocatuur. Alle drie de instituten hebben flinke averij opgelopen. Rechters kunnen geen vonnissen meer wijzen in de tijd die daarvoor staat, er is veel onrust onder hen, er zijn organisatieproblemen, de automatisering is een drama geworden. Het Openbaar Ministerie heeft net zoveel problemen. En wij advocaten inmiddels ook. En dat zijn nou net de drie pijlers van de rechtsstaat. Alle drie vechten voor hun eigen bestaan in een tijd waarin niemand het antwoord weet.”

Met dit grote verschil dat de rechters en het Openbaar Ministerie geen commerciële partijen zijn, terwijl de advocatuur een grote commerciële inslag heeft.
„De advocatuur is zich gaan ontwikkelen buiten de support van de overheid om. Maar we hebben een fundamentele positie, we zijn net zo belangrijk als die rechters en die officieren. We zijn ook een instituut, alleen een dat voor een groot deel zijn eigen broek moet ophouden.
De commerciële advocatuur, de grote kantoren, redt het wel. De commerciële advocaten doen het ook goed, leveren mooie en deskundige producten.
Maar de sociale advocatuur, het hart van de advocatuur, bestaat uit kleine kantoren, met zeer gespecialiseerde advocaten die heel veel weten. En die hebben direct te maken met de maatschappelijke verplichting om de burger te helpen. De overheid moet ervoor zorgen dat de burgers de rechtsbescherming krijgen die hen toekomt. Dat hebben we met elkaar afgesproken. Maar we kunnen dat niet voor niks doen. En daar gaat het mis. De overheid zegt nu: we gaan daar niet meer geld instoppen. De overheid zegt: je hebt een probleem en los het maar op.”

Tweedeling.
„Dat wordt wel gezegd. Ik snap ook dat mensen dat denken. Maar advocaten, ook in de commerciële tak, hebben allemaal rechtsstatelijke taken. Wij zorgen samen voor hygiëne in het rechtsverkeer. Het is een groot goed dat een samenleving een niet al te corrupte rechtsstaat heeft. Wij zitten aardig in de hoge categorie. We doen het netjes en hebben een hoge standaard. Dat is voor de samenleving een heel stabiliserende factor.
Mijn zorg is dat de overheid dat stabiliserende effect van een goede rechtsstaat uit het oog heeft verloren. Het niet meer willen meefinancieren van de sociale rechtshulp is daar een voorbeeld van. De rechtsstaat erodeert.
De vraag is of we het instituut van de rechtsstaat zoals we het nu kennen, willen handhaven. Ik denk dat zolang je niets beters hebt, je er niet verstandig aan doet het nu al op te geven en het uit te hollen. Wij zullen als advocaten met de rechters en officieren om de tafel moeten. Wij moeten ons afvragen wat we kunnen doen om vanuit onze eigen positie te helpen het systeem te verbeteren.”

Is de overheid in deze een betrouwbare partner?
„Nee . Er worden commissies ingesteld en daar wordt dan weer niet naar geluisterd, want de conclusies zijn niet passend voor de overheid. De overheid wil een commercieel model loslaten op een maatschappelijke verantwoordelijkheid en dat vind ik zorgelijk.”

Je kunt ook zeggen: de samenleving wordt complexer en verjuridiseert. Daarmee is de samenleving zelf een verdienmodel geworden. En veel advocaten varen daar wel bij.
Juridische procedures duren en duren omdat rechtbanken maar niet tot uitspraken komen. Dat de samenleving verjuridiseert komt voor het grootste deel door de overheid. 70 procent van de zaken in de sociale rechtshulp komt door gedragingen van de overheid. Onze taak is om de burger te voorzien van rechtsbijstand als die ‘m nodig heeft. En hier heeft de overheid een zorgplicht die zij loyaal moet nakomen.”

Iedereen moet toegang hebben tot het recht.
„Dat i s een grondrecht. Het gaat om de basistaken. Onze basistaak is de zorg voor de burger, met name ook om die burger te beschermen tegen die overheid. Die overheid vindt dat vervelend. De overheid vindt het kennelijk vervelend dat burgers een beroep doen op hun grondrechten. Dat past niet in de economische manier van denken.

Ondertussen wordt het steeds minder aantrekkelijk voor advocaten omdat er gewoon geen vergoeding meer is. 30 procent van de advocaten in Noord-Nederland heeft een inkomen op minimum niveau of minder. 30 procent.
Je hebt alleen al 10- tot 15.000 euro per jaar nodig om een bordje ‘advocaat’ op je deur te kunnen plakken. En dan moet je nog beginnen. En van die mensen verwachten we een prestatie van zeven dagen in de week. Ik heb veel bewondering voor de advocaten die zo hard werken voor zo weinig beloning. Ze doen maatschappelijk relevant werk, daar mag je als overheid niet op parasiteren. En dat gebeurt wel.”

Het blijft een moeilijke boodschap. Het imago van de advocaat is niet zo best.
Er zijn advocaten die in grote auto’s rijden en 500 euro per uur verdienen. Maar dat zijn er niet zo veel. Het slechte imago is van alle tijden. In de Middeleeuwen waren er al moppen over advocaten. Het idee is dat iemand verdient aan het feit dat een ander problemen heeft. Daar maak je je niet mee geliefd.
We werken op tegenspraak. Dat hebben we eeuwen geleden bedacht. Je belicht twee standpunten, een voor en een tegen. In die belichting van de partijstandpunten krijg je een dialoog die ertoe leidt dat er feiten op tafel verschijnen voor de rechter. Die rechter maakt daar een keuze uit, plakt daar het stempel waarheid op en verbindt er een conclusie aan.”

Hoe zou u de huidige overheid willen omschrijven? „Onz e overheid is een semi-commercieel bedrijf geworden. Daarbij worden allerlei maatschappelijk relevante waarden voor de samenleving geofferd. Dat is wat ik zie en dat vind ik heel erg. We worden een apenland. Echt. Als samenleving moet je je waarden koesteren. De christelijke partijen die het altijd over die waarden hebben, offeren het net zo makkelijk. Ik snap echt niet wat we aan het doen zijn.”

Wat doen de rechters, de derde staatsmacht?
„Te wei nig. Het idee is dat rechters onafhankelijk moeten zijn, en dat ze zich niet moeten bemoeien met maatschappelijke ontwikkelingen niet anders dan via de rechtspraak. Ik snap wel dat rechters zich tien keer bedenken voordat ze de straat op gaan. Ik merk ook dat de actiebereidheid onder rechters groter is geworden, maar ik zie ook de enorme aarzeling. Ze zijn kwetsbaar. Rechters zijn net als officieren van justitie gebonden aan hun institutionele positie en daarom beperkt in de mogelijkheden. Dat vinden ze soms heel jammer, dat kan ik je wel vertellen.”

U schetst een zorgelijke toestand. Hoe moet het nu verder?
,,De uitdaging is dat niemand weet waar het heengaat. Dat is het mooie. Je kunt met elkaar een heel belangrijke bijdrage leveren aan veranderingen voor in de toekomst. Mijn basisgedachte is: veranderingen prima, maar ga pas veranderen op het moment dat je het ene kunt loslaten. Ga niet op de dingen vooruitlopen. Dan erodeert het en komt er niets voor terug. Dan krijg je chaos, en dat is waar we nu inzitten.
We zijn een oud instituut en je mag er heel fundamenteel over nadenken of het wel zo moet blijven. Je moet ieder instituut ter discussie durven stellen. De rechterlijke macht, de advocatuur, iedereen moet de vraag stellen: waartoe zijn wij op aarde, zijn wij nog dienstbaar, willen wij dit systeem van rechtsbedeling nog wel? Of is er behoefte aan een heel andere vorm.
Mijn stellige overtuiging is dat je een bindend element nodig hebt in de samenleving. In de vorm van de rechtsstaat. Als we geen rechtsstaat meer zijn, hebben we geen binding meer. Dan desintegreert alles. Iets anders hebben we nog niet. Ja, anarchie. Een aantal mensen vindt dat prachtig, maar de chaos die je daarmee creëert… in zo’n samenleving wil ik liever niet wonen.”

U zei aan het begin van dit gesprek: 25 jaar geleden is het misgegaan.
Ja. M aar het is al in de jaren zestig ingezet. Ik ben ook van de flowerpower. Man, ik heb op de Dam in Amsterdam gezeten, met mijn joints en lange haren. Ik vond het geweldig. We hadden het gevoel dat er een nieuwe wereldorde ging ontstaan. En dat je daar deel van uitmaakte. We wilden de afbraak, maar we hadden geen idee wat er voor in de plaats moest komen. De instituten moesten omver en dat is ook redelijk succesvol gebeurd. Nu zijn we in verwarring en ik heb eraan meegedaan. Ik vind dat ik nu ook een beetje mijn eigen puinhoop moet opruimen .
Ik citeer graag uit Asterix en Obelix . Als je met humor en ironie naar een zaak kunt kijken, dan wordt het niet vrolijker, maar wel iets draaglijker. Het helpt om de dingen te relativeren. Dat moet ook wel, anders word je gek.
Ik heb dagelijks zorgen. Over advocatenpraktijken die moeten sluiten omdat het financieel gewoon niet meer kan. Ondanks het feit dat deze advocaten beschikbaar zijn om rechtzoekenden te helpen. Omdat ze dat hebben beloofd met de eed of de belofte. Daar staan ze voor, maar ze kunnen het niet meer. Dat is een drama, de harde realiteit. De overheid moet snappen dat er een enorme verantwoordelijkheid ligt voor het in stand houden van de rechtsstaat. En als je daar als overheid geen zin in hebt, dan wordt het wel heel eng hoor.
Ik hoop dat ik het niet mee ga maken, maar als de overheid zo doorgaat, dan moeten we de barricaden op.”

menu