De ooit gehate 'vliegende deur' is nu een graag geziene gast in de polder

De zeearend. Foto: Marcel van Kammen

Veertien jaar geleden broedde de zeearend voor het eerst in ons land. En met succes, want Nederland telt nu al 15 paren. Ook in Noord-Nederland is het een graag geziene gast.

Jaren geleden pleegden natuurliefhebbers in ons land bij wijze van spreken een moord om een glimp van de machtige zeearend op te kunnen vangen. Tegenwoordig is de roofvogel in delen van Nederland het hele jaar door te bewonderen. In het Lauwersmeer in Groningen en Friesland, de Waddeneilanden, Drenthe, op de Veluwe, de IJsseldelta en in de Oostvaardersplassen, om maar eens wat te noemen.

Vliegende deur

Hij ging in vijftien jaar naar vijftien paren, constateert natuurfotograaf Martijn de Jonge tevreden in  De zeearend in Nederland , een aan de ‘vliegende deur’ gewijd boek dat vorige maand verscheen. ,,Het is uniek dat wij in een van de kleinste en dichtstbevolkte landen de grootste roofvogel van Europa met vijftien paar huisvesten.’’

En het einde is nog niet in zicht, want er zijn nog veelbelovende plekken met voldoende voedsel (ganzen, meerkoeten en karpers) waar de adelaar prima tot broeden kan komen. Mits het er rustig is, want veel arenden zijn schuw en wars van lawaaierige recreanten. Bovendien moeten onverlaten geen giftig aas uitleggen, of illegaal op de streng beschermde roofvogel jagen.

Jarenlang hingen er arenden in ons land rond, maar tot broeden kwam het nooit. Natuurbeschermers bedachten twintig jaar terug plannen om de dieren in Nederland uit te zetten. Die plannen verdwenen in de prullenbak. Volgens vogelkenners waren die inspanningen niet nodig; de arend zou vanzelf opduiken. Ze kregen gelijk.

loading  

Oostvaardersplassen

In 2006 broedde een paar zeearenden in de Oostvaardersplassen. Het vrouwtje was een struise adelaar uit Sleeswijk-Holstein in Duitsland, van het mannetje was de herkomst onbekend. Op 23 mei 2006 maakte Staatsbosbeheer trots bekend dat er voor het eerst in eeuwen weer een zeearend was geboren in ons land. 

Het werd de eerste van 71 jongen die tot 2019 uit het ei kropen. Eerst alleen in de Flevopolder, later ook in Noord-Nederland (Lauwersmeer, Zuidlaardermeer en de Alde Feanen), IJsselmeergebied, Zuidwest-Nederland en het Rivierengebied.

De zeearend was nog niet zo lang geleden uiterst zeldzaam in Europa. Arenden werden gehaat en overal genadeloos afgemaakt, ook in Nederland. Ze werden beschouwd als rovers, die het hadden voorzien op jachtwild, runderen en vis. Zo meldden bronnen in 1548 dat arenden in Holland zich weinig populair hadden gemaakt door te jagen op de zwanen van prins Willem van Oranje. De jachtopzichter schoot er vervolgens drie uit de lucht, waarvoor hij achttien zilveren stuivers beurde.

loading  

Watersnoodrampen

De zeearend werd bij zijn komst naar ons dichtbevolkte landje trouwens geholpen door de watersnoodrampen, stelt De Jonge. Om de wateroverlast te beteugelen kregen rivieren meer ruimte en werden her en der ondiepe waterbergingen aangelegd. Allemaal optimale jachtterreinen voor hongerige zeearenden. 

De vogel, waarvan het vrouwtje 7 kilo weegt en een spanwijdte heeft van 2 meter 40, blijkt een verrassend behendige jager te zijn. Zo zag De Jonge in Polen hoe een mannetje moeiteloos een vliegende rotgans uit de lucht plukte. ,,Hoezo een luie en langzame vogel?’

menu