We tanken steeds meer biodiesel. Maar is dat ook duurzaam?

De opmars van groene 'peut': sjoemelen met diesel is gemakkelijk en lucratief

We tanken steeds meer biodiesel. Maar is dat ook duurzaam? Shutterstock.

Opnieuw wordt een producent van duurzame biodiesel verdacht van fraude, ditmaal in Emmen. Ministerie en sector willen af van het gesjoemel. Maar hoe?

We moeten af van fossiele brandstoffen. Waterstof en elektriciteit hebben de toekomst. Het zal nog wel even duren voordat dat helemaal voor elkaar is. Om toch de klimaatambities te halen, zetten Nederland en de landen om ons heen al jaren in op biobrandstoffen: brandstoffen die hernieuwbaar zijn. Ze worden door de reguliere diesel en benzine gemengd waarmee we onze auto en andere voertuigen volgooien, wat gunstig is bij het drukken van de CO2-uitstoot.

Dat is althans de theorie. In de praktijk is het niet altijd zo.

Mais, palmolie en raapzaad

Biobrandstof kan gemaakt worden uit tal van plantaardige en dierlijke materialen, zoals mais, palmolie en raapzaad. Een deel van de biobrandstof die op de markt wordt gebracht, wordt aangemerkt als duurzame biobrandstof. Nederland is een grote speler op dit gebied. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Biobrandstoffen (NVDB) met een jaarlijkse productie van een kleine 2 megaton zelfs een van de koplopers in Europa.

Bij duurzame biodiesel worden vaak afvalstoffen omgezet in brandstof. De in Nederland producerende bedrijven die zich hier op hebben toegelegd, doen dit deels met frituurvet. De afvalstoffen komen uit de rest van de EU (40 procent) en China (22 procent) en maar voor een veel kleiner deel (8 procent) uit Nederland zelf, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Wat de verkoop van duurzame biodiesel voor de producenten extra interessant maakt, is de hogere prijs waarvoor het verkocht wordt. Door certificaten af te geven op de partijen biodiesel die ze verkopen, garanderen ze de duurzame oorsprong. De Nederlandse Emissie Autoriteit (NEA) houdt aan de hand van de certificaten bij hoeveel van dit type brandstof in het wegverkeer zijn beland. Zo weet de Nederlandse overheid in hoeverre de klimaatdoelstellingen worden gehaald.

Berucht geval fraude met biodiesel

Dat systeem werkt alleen als de spelers zich ook daadwerkelijk aan de regels houden. En daar schort het nog wel eens aan. Het beruchtste geval van fraude met duurzame biodiesel kwam aan het licht toen een producent uit Kampen de afgelopen jaren in de gaten liep bij de NEA. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) verdenkt de man ervan miljoenen euro’s te hebben verdiend door gewone biodiesel te verkopen voor de gecertificeerde duurzame variant.

Brancheclub NVDB en het ministerie hebben plannen voor een betere naleving van de regels. Dat lijkt nodig. Gisteren deed de ILT invallen in Erica en Emmen, bij het bedrijf Sunoil. Er werden meerdere dure sportwagens, administratie en gegevensdragers in beslag genomen. Sunoil wordt verdacht van het sjoemelen met de certificaten voor duurzame biodiesel, net als het bedrijf uit Kampen dat het vorig jaar heeft overgenomen.

,,Zeer zorgwekkend”, reageert brancheclub NVDB in een persbericht op het nieuwe geval van mogelijke grootschalige fraude. Samen met de MVO, de ketenorganisatie voor oliën en vetten, dringt de NVDB er op het invoeren van eerder dit jaar door het ministerie aangekondigde maatregelen die moeten leiden tot het beter kunnen handhaven van een eerlijk systeem.

Moeilijk te handhaven

Wat het volgens de NEA zo moeilijk te handhaven maakt en daardoor fraudegevoelig, is dat dat handel en productie complex is en verloopt via verschillende aanbieders en afnemers. ,,Er is een gat tussen de fysieke en de administratieve werkelijkheid”, aldus de NEA, waardoor er niet genoeg zicht is op de stromen. Over de oplossing zijn ministerie, NEA en NVDB het eens: meer toezicht en transparantie.

Nu heeft de NEA alleen nog zicht op de producent. In de toekomst moet dat worden uitgebreid met de hele keten, waaronder op het deel waar de bedrijven die verdacht worden van fraude. Verder moet er betere samenwerking komen met andere nationale en internationale toezichthouders. Er worden ook stappen van de sector zelf verwacht om de transparantie te vergroten.

Dat is in dit geval niet alleen belangrijk om fraude tegen te gaan, maar ook nog eens om het milieu te beschermen.

menu