Het vrouwenpaviljoen Salem stond op 24 oktober 1970 in lichterlaaie. Zestien patiënten kwamen door de brand om het leven.

Brand in psychiatrisch centrum Groot Bronswijk kostte 16 vrouwen het leven. 50 jaar later is het dorp de ramp van Wagenborgen nog lang niet vergeten

Het vrouwenpaviljoen Salem stond op 24 oktober 1970 in lichterlaaie. Zestien patiënten kwamen door de brand om het leven. Foto: Persfotobureau D. van der Veen, collectie Groninger Archieven.

Vuur knettert en er klinkt geschreeuw. Het is 24 oktober 1970 en Salem, het vrouwenpaviljoen van psychiatrisch centrum Groot Bronswijk in Wagenborgen, brandt als een fakkel. Vijftig jaar later herinneren mensen uit het dorp zich de brand nog als de dag van gisteren. ,,Het is de ramp van Wagenborgen.”

Het is zaterdag 24 oktober 1970 rond negen uur ’s avonds. De ruim honderd vrouwelijke patiënten van Salem, de vrouwenafdeling van psychiatrisch centrum Groot Bronswijk in Wagenborgen, liggen braaf in bed. De meesten dan. Een jeugdige patiënte, volgens de overlevering boos omdat ze op vakantie wil maar niet mag, steekt met een lucifer de gordijnen in de serre in de hens. Ze loopt rustig weg en gaat op bed liggen.

Niet veel later, zo rond kwart voor 10, slaan het adjunct-hoofd en drie verpleegsters alarm. Enkele minuten later loeien sirenes in het dorp Wagenborgen. Brandweerkorpsen uit de hele omgeving rukken uit. Het paviljoen Salem staat in lichterlaaie.

‘Gauw wichter! Er is brand op de stichting’

Even verderop vieren de meeste inwoners van het dorp feest op de bazaar, een soort kermis. Ook de mensen die bij Groot Bronswijk werken. Ze doen spelletjes, eten allerhande lekkernijen en vermaken zich prima. Een brandweerman staat op dat moment in de schiettent naast twee verpleegsters die in het centrum werken. ,,Gauw wichter! Er is brand op de stichting! Allemaal die kant op.”

Els de Vries (74) was een van de ‘wichter’ in die tijd. Ze zit nu, bijna vijftig jaar later, aan een lange tafel in De Ontmoeting, een zalencomplex naast de kerk in het dorp Wagenborgen. De rest van de Erfgoed Commissie van Groot Bronswijk zit er ook. Samen doen zij hun best om de geschiedenis van Groot Bronswijk zo goed mogelijk te bewaren.

De Vries was in 1970 heel snel bij de brand. Tegelijk met de brandweer. Ze sluit haar ogen, herinnert zich hoe de vlammen om zich heen grepen, hoe het vuur knetterde en zegt: ,,Dat vergeet je nooit weer.’‘

loading

Centrum voor de armen van geest

Wie het verhaal van de ramp echt goed wil begrijpen, moet eerst weten hoe belangrijk Groot Bronswijk was voor Wagenborgen, een klein dorp onder de rook van Delfzijl. Veel inwoners van het dorp werkten bij dit centrum voor de ‘armen van geest’ dat in 1873 werd opgericht onder de naam Vereniging Tot Christelijke Liefdadigheid (TCL). In 1960 werd het omgedoopt tot Groot Bronswijk. Het stond aan de rand van het dorp. Sommige inwoners van Wagenborgen en omgeving werkten er als verpleegster of arts, anderen in de keuken of als schilder.

De patiënten wandelden gewoon door het dorp. In Wagenborgen deden ze hun boodschappen, soms dronken ze een kopje koffie bij de mensen thuis of ze kwamen een sigaretje bietsen. De inwoners van het dorp wisten dan: oh, dat is er eentje van Groot Bronswijk. Het psychiatrisch centrum, omgeven door een prachtig park in Engelse stijl, hoorde bij Wagenborgen.

Die ramp staat in ieders geheugen gegrift.

Recept voor een catastrofe

Terug naar 1970. Vrouwenpaviljoen Salem bestaat op dat moment 65 jaar en is daarmee het oudste paviljoen van Groot Bronswijk. Er zijn plannen om het te vervangen voor nieuwbouw. Het gebouw bestaat uit kleine hokjes en kamertjes, telt drie verdiepingen, is grotendeels van hout en de vloeren worden wekelijks in de boenwas gezet. De constructie blijkt een recept voor een catastrofe.

Wiemer Brons (67), ook lid van de Erfgoed Commissie, zit op het moment van de brand thuis. Zijn ouderlijke huis biedt uitzicht op de weg tussen Delfzijl en Wagenborgen. ,,Er raasden allemaal brandweerauto’s met blauwe lampen voorbij. We hadden geen idee wat er aan de hand was. We dachten dat er trammelant was op de bazaar.”

loading

Tachtig brandweerlieden proberen de vuurzee te bestrijden

Bezorgde dorpsbewoners schieten te hulp. Zelfs burgemeesters maken zich verdienstelijk. Brandweerlieden rennen af en aan. De focus ligt op evacueren, maar doordat alle ramen en deuren worden opengezet, grijpt het vuur nog sneller om zich heen.

In totaal zijn er tachtig brandweerlieden in de weer om de vuurzee te bestrijden. Met brandladders worden patiënten uit de ramen getild onder het toeziend oog van talrijke nieuwsgierigen die uit de omgeving zijn toegestroomd. Zij staan urenlang in de miezerende regen te kijken naar de steeds hoger oplaaiende vlammen.

Els de Vries staat op dat moment in Paviljoen Bethesda aan de overzijde van Salem. Hier is een soort noodhospitaal ingericht. Ze ziet de zwart beroete patiënten nog binnenkomen. ,,Sommige brandwonden waren zo erg, dat als je iemand aanraakte het vel meekwam”, zegt De Vries.

Gewonden worden over ziekenhuizen in de provincie verdeeld; soms worden ze gebracht met ambulances, soms achterin de auto van een dorpsbewoner. De uren vliegen voorbij.

‘Het is de ramp van Wagenborgen’

De voorzitter van de Erfgoed Commissie van Lentis is Anne Koopmans (70). ,,Als je een van de oudere bewoners uit het dorp vraagt waar ze de bewuste avond van de brand waren, weten ze het allemaal nog. Dat staat in hun geheugen gegrift. Het is de ramp van Wagenborgen.”

Koopmans zit op die avond bij de familie Oosterhuis thuis. Samen met zijn verloofde. De familie Oosterhuis woont schuin tegenover Salem. ,,Mijn verloofde schoot meteen te hulp”, zegt Koopmans. ,,Maar ik weet eigenlijk niet meer wat ik precies heb gedaan.”

Op het moment dat de brand uitbrak waren in het paviljoen 119 patiënten en tien personeelsleden aanwezig. Elf vrouwen komen die zaterdagnacht om het leven. De meeste slachtoffers vallen op de bovenste verdieping. Vijf vrouwen bezwijken later aan hun verwondingen.

Brandweercommandant Winkel-Buiter vertelt jaren later in een interview dat er gelukkig voor Salem een aanvalsplan was gemaakt in het geval van brand. Het was het enige gebouw van Groot Bronswijk waarvoor zo’n plan bestond, waardoor de brandweermannen precies wisten waar ze moesten zijn.

,,Och, als je daar toch aan terugdenkt”, zegt voormalig verpleegkundige Gezien van Antwerpen (82). Zij was op het moment van de brand nét verhuist naar Zeeland. ,,Ik hoorde het pas de volgende dag. Maar dat was niet fijn hoor. Ik dacht alleen maar: oh, ik moet heen. Ik moet helpen!”

Wiemer Brons wandelde er op zondagochtend op weg naar de kerk voorbij. ,,Het was heel indrukwekkend. De boel smeulde nog na en er waren mensen bezig. Ze waren het puin aan het doorzoeken.”

Simon van der Wal (72) was toentertijd schilder in het psychiatrisch centrum. Na de brand was hij een van de eerste mensen die het pand betrad. ,, De patiënten hadden spullen nodig. Die lagen nog binnen: kunstgebitten op nachtkastjes en portemonnees in laatjes.”

Tekst loopt door onder de foto

loading

‘Het was een ruïne’

Van het pand is op dat moment vrijwel niets over. ,,Het hele paviljoen was weg. Bepaalde delen kon je echt niet in. Het was een ruïne.” Terwijl Van der Wal met een kleine groep voorzichtig de resten van Salem doorzoekt, regelen andere dorpsbewoners kleren voor de patiënten. Ze rijden af en aan tussen verschillende ziekenhuizen om spullen langs te brengen.

Ondertussen trekt het vergane pand veel bekijks. Volgens een artikel in de Telegraaf van die week kwamen er honderden pottenkijkers richting Wagenborgen. Volgens De Vries en Koopmans viel dat wel mee. ,,Er kwamen wel wat mensen een kijkje nemen, maar niet zo veel.”

De jeugdige patiënte die de brand veroorzaakte overleeft de ramp. Zij wordt overgeplaatst naar een psychiatrisch centrum in Assen, maar haar identiteit wordt door de politie en andere instanties geheim gehouden om haar te beschermen.

Wie zich afvraagt wat een patiënt doet met een lucifers: in die tijd rookte iedereen nog. ,,Ja”, zegt Koopmans lachend. ,,Dat mocht ook gewoon binnen. Iedereen had aanstekers en lucifers in die tijd.”

In het psychiatrisch centrum pakken de patiënten in de daaropvolgende dagen zo snel mogelijk het ‘normale leven’ weer op. Vrij snel berichten de kranten dat Groot Bronswijk gauw een nieuw vrouwenpaviljoen moet krijgen. Dat komt er en het draagt opnieuw de naam Salem. Het is wel een ander soort gebouw: laagbouw en met minder kleine hokjes.

De begrafenis

Een paar dagen na de brand rijdt een lange stoet auto’s door Wagenborgen, gevolgd door een grote groep lopende belangstellenden. Het is een frisse maar droge oktoberdag. Drie lijkwagens rijden voorop: in elk van de auto’s liggen twee kisten. Zes slachtoffers van de brand worden hier in Wagenborgen begraven. Bij de dienst zijn familieleden, dorpsbewoners, werknemers, bestuursleden en de burgemeester en wethouders aanwezig. Andere slachtoffers worden op hetzelfde moment elders in Nederland gecremeerd of begraven.

Predikant Oosterhof spreekt tijdens de kerkdienst over het verdriet van de nabestaanden en over hoe wrang het is dat de brand juist in het paviljoen Salem is uitgebroken. Salem is afgeleid van het Hebreeuwse woord Sjaloom, wat vrede betekent.

De graven van de omgekomen vrouwen van Groot Bronswijk, liggen nu niet meer op hun oorspronkelijke plek. De gemeente verwijderde in 2006 vijftig grafzerken van overleden patiënten om ruimte te maken voor nieuwe graven, waaronder ook de zes zerken van de patiënten die omkwamen tijdens de brand. Pas na protesten uit het dorp kregen de stenen weer een plek op de begraafplaats.

In 2011 wordt er op de begraafplaats van Wagenborgen een monument onthuld voor de slachtoffers van de grote brand. Het monument is een initiatief van Lentis, de erfopvolger van Groot Bronswijk. Het bestaat uit een muur met een plaquette. Bij het monument zijn ook de grafzerken van de slachtoffers geplaatst.

Opnieuw een dramatische brand

Drie maanden na de dramatische brand vindt er een soortgelijk drama plaats in de verpleeginrichting Mariënkamp in Rolde. Daar komen dertien patiënten om het leven. De twee catastrofes maken brandpreventie in dit soort panden prioriteit. Zo worden gordijnen daarna van materiaal gemaakt dat niet snel brandt en wordt de hoogte van het gebouw (drie verdiepingen) en de grote hoeveelheid patiënten (119) onder de loep genomen.

Inmiddels bestaat het psychiatrisch centrum niet meer. Groot Bronswijk werd in 1992 opgeheven en in 2002 kocht Woonzorg Nederland het terrein van GGZ Groningen. Er passeerden allerlei plannen de revue om het terrein nieuw leven in te blazen, maar die kwamen niet van de grond.

loading

Gemeente Delfzijl is druk bezig op het terrein

De meeste panden die er stonden werden gesloopt en de begraafplaats raakte overwoekerd. Sinds 2009 houden vrijwilligers dat netjes bij. De gemeente Delfzijl heeft begin dit jaar een deel van het terrein verkocht aan woonstichting Het Groninger Huis. Nu staan er drie tiny houses en er zijn plannen om meer woningen te bouwen.

De gemeente is samen met basisschool de Kronkelaar en kinderopvang Kids2B gestart met de voorbereiding van een nieuw kindcentrum op het Groot Bronswijk-terrein. En ook het park wordt aangepakt. Zo wordt de vijver uitgebreid en komen er wandelpaden en bankjes. Bovendien wordt op er een zonnepark gerealiseerd en zijn er plannen voor een medisch centrum. Een van de weinige panden van toen dat er nog staat is een leegstaande villa, de voormalige directeurswoning. Hierin komen appartementen voor 24-uurszorg.

En ondertussen, nu al die nieuwe ontwikkelingen op het terrein plaatsvinden, houdt de Erfgoed Commissie van Lentis de herinnering aan het psychiatrische centrum levend. Voor dit jaar wilde de commissie ook iets groots organiseren, maar door het coronavirus hebben ze besloten het uit te stellen. Herdenken willen ze goed doen en niet maar half. ,,Dit was zo, zo, belangrijk voor het dorp”, zegt Koopmans. ,,En de brand staat zo in ons geheugen gegrift. Dat moeten we niet vergeten.”

Niet na vijftig jaar. Maar ook daarna niet.

Bekijk hieronder ook de mini-documentaire die we over de ramp van Wagenborgen maakten

loading  

menu