Kunstschilder Pieter Jan Knorr in zijn atelier in Doezum

De schoonheid van vergankelijkheid

Kunstschilder Pieter Jan Knorr in zijn atelier in Doezum

Vanaf dit paasweekeinde exposeert figuratief kunstschilder Pieter Jan Knorr (65) in de tuinzaal van Museum Nienoord in Leek. ‘Zichtbare stilte’ is de titel van de overzichtstentoonstelling. Paaszondag zendt de AVRO in Kunstuur om 17.40 uur een portret uit van de kunstenaar uit Doezum.

Liefst schildert hij de vergankelijkheid van het leven. Mensen die beeldend kunstenaar Pieter Jan Knorr kennen, leveren dode dieren af bij zijn atelier in Doezum om op het doek te worden vastgelegd. Dat kunnen dode vossen en roeken zijn, maar ook levenloze kerkuilen en dassen.

loading
Forelsangh State in Veenklooster

Verleppen en verval

Bloemen die volop in bloei zijn, schildert hij niet. Rondkijkend in zijn atelier zien we dat potjes bloemen die hij schilderde, bij voorkeur aan het verleppen en in verval zijn. ,,De herfst is toch veel mooier dan hoogzomer?’’, zegt hij.

Dat geldt volgens hem ook voor mensen. ,,Tot hun dertigste poetsen vooral vrouwen zich op en trekken dan korte rokjes aan. Na hun dertigste begint het verval. Dat boeit mij veel meer. Dan komen vrouwen veel dichterbij wie ze echt zijn. De werkelijkheid is tien keer mooier dan schijnwerkelijkheid.’’

Veulen in een vrieskist

Zes jaar lang bewaarde Knorr een doodgeboren veulen bij hem thuis in de vriezer. ,,Op gezette tijden haalde ik de veulen eruit, ontdooide dan een stuk van het dier om te schilderen om hem vervolgens weer in te vriezen.’’ Hoewel hij gehecht raakte aan het veulen wist hij dat aan begraven uiteindelijk niet te ontkomen was. ,,Een jaar lang ben ik gevolgd door documentairemaker Goert Giltaij. Met hem kreeg ik een sterke band. Zo’n jaar geleden stelde hij mij voor het dode dier te begraven. Dat hebben we gedaan. Vreselijk triest vond ik het. De opnames ervan zijn paaszondag op tv te zien.’’

loading
Dode das van Pieter Jan Knorr

Liefst zou hij eens een dag in een mortuarium plaatsnemen om dode mensen te schilderen. Toen zijn vader op zijn sterfbed lag, kreeg hij toestemming om een schilderij van hem te maken. ,,Ik zag hoe hij steeds magerder werd en daarmee voor mij steeds mooier. Van zijn kop bleef uiteindelijk niks over. Ook zijn handen vermagerden. Ik herinner me hoe mijn vader, die overleed aan maagkanker, tegen me zei: misschien kun je zo nog wat aan mij verdienen.’’

Knorr is naar eigen zeggen wars van commercie. De ‘vrijschilder’, zoals hij zichzelf noemt, verkoopt pas een schilderij als hij ervan overtuigd is dat de koper echt waarde hecht aan zijn werk. Een bloedhekel heeft hij aan galeriehouders die buitenproportioneel geld willen verdienen aan kunstenaars. Hij is ook kritisch op collega-kunstenaars die in plaats van kwaliteit een ‘kleurplaatje’ afleveren, zoals hij dat noemt. ,,Er is veel namaakkunst waar je vanaf kunt lezen dat het de maker slechts is te doen om de poen.’’

Knorr schildert stillevens. ,,Ik heb in de loop der jaren beter leren kijken. Ik schilder wat ik zie. Vooraf zet ik niet een bepaald tafereeltje op.’’ Bij het maken van een schilderij komt het volgens hem aan op kleurgebruik, compositie en gevoel. Hij noemt zijn werk figuratief. ,,Wat ik voel, wil ik overbrengen op het doek. Wat niet wil zeggen dat het echt hoeft te lijken.’’

loading
Het dode veulen van Pieter Jan Knorr

Naast vergankelijkheid en dood zijn ook rust en stilte voor hem belangrijk thema’s. ,,Hier in mijn hok’’, zoals hij het atelier achter zijn huis noemt, ,,ben ik het meest gelukkig.’’ Rust en stilte brengen een mens dichter bij de kern van het bestaan, meent hij. ,,Zolang verf gewillig is, ben ik gelukkig.’’

Rust in Doezum

Knorr, die na de LOM-school een Kunstnijverheidsschool bezocht en daarna de Kunstacademie, eerst in Den Haag en later Den Bosch, zocht 35 jaar geleden de rust op van het Westerkwartier en ging in Doezum wonen. ,,Ik hield een paar geiten, deed verbouwingsklusjes voor een timmerman en molk koeien bij naburige boeren.’’ Voordat hij zich toelegde op schilderen, was hij leraar tekenen en handvaardigheid aan een mavo in Medemblik. ,,Bij het aantreden van een nieuwe directeur, werd ik bij gebrek aan vereiste aktes ontslagen. Zo belandde ik in Doezum.’’

loading
Boer Martinus van Pieter Jan Knorr

De vorig jaar op 70-jarige leeftijd overleden dominee-dichter Jaap Zijlstra, die in de jaren tachtig als evangelisatiepredikant werkzaam was in Delfzijl, was een liefhebber van zijn kunst. De predikant was door het hele land bekend en geliefd. Op een beurs in Den Haag kocht Zijlstra ooit vier werken van Knorr. Hoewel de kunstenaar zich ongelovig noemt, voerden hij talloze gesprekken met Zijlstra. De twee raakten bevriend. In de overzichtstentoonstelling die vanaf dit paasweekeinde tot augustus te zien is in Museum Nienoord richt Knorr een hoek in met werk dat hij onder de noemer ‘Ode aan Jaap Zijlstra’ wijdt aan zijn gelovige kameraad.

Preekstoel

Knorr herkent zichzelf in zekere mate in de predikant. ,,Hij droeg zijn geloof uit met woorden op de preekstoel. Dat prekengedoe is niks voor mij. Maar wat Jaap deed op de preekstoel, doe ik als ik schilder met verf en met mijn handen. Hoe mysterieus het ook klinkt, mijn handen worden gestuurd. Ik ben het niet zelf die het doet.’

menu