Stalhouderij Kuipers zit sinds jaar en dag aan de weg van Groningen naar Aduard, net buiten de stad. Nog wel.

De stad rukt op. Wacht de slopershamer voor Stalhouderij Kuipers aan de rand van Groningen? 'Ik ben 93, maar nog helder in de kop'

Stalhouderij Kuipers zit sinds jaar en dag aan de weg van Groningen naar Aduard, net buiten de stad. Nog wel. Foto: Reyer Boxem

De slopershamer wacht Stalhouderij Kuipers aan de rand van Groningen, zo zingt het rond. Niks van waar. Koetsier Jan Kuipers en zijn vrouw zijn zomaar niet vertrokken.

Ze zwaaien altijd naar voorbijgangers, ook als ze geen idee hebben wie het zijn. Jan Kuipers (93) en zijn vrouw Anje (89) houden ervan om Jan en alleman gedag te zeggen. Ze houden van het vertier voor hun huis. Zo lang ze er nog wonen. Er klinken volop geluiden dat hun huis plaats moet maken voor de verdere uitbreiding van de stadse nieuwbouwwijken De Held en Gravenburg.

,,Ze zijn hier wel eens geweest, van de provincie. Dat er hier pal voor onze voorgevel een secundaire weg komt. Dat die misschien wel ín onze woonkamer komt te liggen. We zouden er nog van horen, maar daarna zijn ze niet terug geweest. Ze komen vanzelf weer’’, zegt Kuipers.

De oprukkende stad

Hij zegt: ,,Als ze ons hier weg kopen, dan is het niet anders. Ik blijf hier liever nog een paar jaar zitten.’’

Zij voegt eraan toe: ,,Vroeger hebben ze het wel eens gezegd tegen mij. Ooit kom je middenin de stad te wonen, zeiden ze.’’

De oprukkende stad.

Sinds jaar en dag woont het echtpaar Jan en Anje Kuipers samen op de boerderij van haar ouders. Sinds 1951 om precies te zijn. Toen trouwden zij en werd Kuipers veehouder op de boerderij van zijn schoonvader.

Al veertig jaar lang is er geen koe meer te bekennen op deze boerderij aan de Friesestraatweg, aan de rand van de stad. De boerderij draagt al jaren de naam Stalhouderij Kuipers.

Máxima

Want Kuipers had meer met paarden, zo ontdekte hij gedurende zijn jonge jaren. Het begon met een klein beetje paardenhandel, gaandeweg ontwikkelde hij zijn kennis over luxe tuigpaarden en ging hij concours hippiques af. Groter en groter werd zijn voorliefde voor paarden, ten slotte verkocht hij zijn koeien.

Hij werd een koetsier om u tegen te zeggen, iemand die geboren was om op de bok te zitten. Hij had leden van het koninklijk huis in zijn koets, van Juliana tot Willem-Alexander en Máxima. Hij begeleidde met zijn paarden allerlei rituelen, van begrafenissen tot huwelijken tot carnavalsoptochten. Hij stond in het Guinness Book of Records omdat hij vanaf de bok een span van 24 paarden mende.

En nog doet hij niks liever. Hij heeft nog twee paarden, een schimmel en een zwarte. Hij is op zoek naar een derde paard, maar dat is geen gemakkelijke opgave.

Vindicat

En die corona. Hij kan al maanden niks. ,,Mijn laatste klus was in december, de Almanak van Vindicat rondbrengen. Dat doe ik al 43 jaar. Eerst naar het gemeentehuis, dan het provinciehuis en dan de studentenhuizen. Niks kunnen doen, daar word je wel zat van.’’

Hij is 93, maar op slijtage aan de knieën na vergaat het hem goed, zegt hij. ,,Ik ben nog helder in de kop.’’

En hij woont mooi, al is het zicht op het Van Starkenborghkanaal en het torentje van Dorkwerd hen ontnomen door de uitbreiding van de wijk Reitdiep. Desondanks roemt hij de ruimte en de vrijheid. Het verkeer dat voor de deur langs raast, deert hem niet. ,,Ik zwaai altijd.’’

Zijn vrouw: ,,Hier heb je van buren geen last. Je kunt hard roepen, zacht roepen. Alles is hier goed.’’

menu