Joop Scholten, gefotografeerd in Zutphen, zijn oude woonplaats waar hij nog steeds graag komt.

De stiefvader van Joop uit Groningen was een SS'er: 'Hij heeft mij niet klein gekregen'

Joop Scholten, gefotografeerd in Zutphen, zijn oude woonplaats waar hij nog steeds graag komt. Foto: Rob Voss

Hoewel geboren als bevrijdingskind, voelde Joop Scholten (74) uit Groningen zich pas veel later vrij. Namelijk toen hij hoorde dat zijn vader, een Zutphense SS’er, niet zijn biologische vader was.

Vier jaar was hij, Joop Scholten, toen hij naar Zutphen verhuisde vanuit Steenwijk. Daar had hij tot die tijd met zijn moeder en oma gewoond. Zijn moeder werd stapelverliefd op Anton Scholten, die in Steenwijk in een werkkamp zat. Niet dat Joop toen al wist waarom deze Anton daar zat. 

Nog erger

We spreken elkaar in zijn oude woonplaats Zutphen. Joop is er vanuit zijn woonplaats Groningen naartoe gekomen. Een paar jaar geleden toog hij met zijn jongere zus naar Den Haag om het verslag over de veroordeling van stiefvader Scholten te lezen bij het NIOD. Dat viel niet mee. ,,Hoe ze hem omschreven, als leugenachtig, zonder ruggengraat, allemaal nare eigenschappen. Dat is niet fraai.” Het is een wonder hoe optimistisch Joop zelf is gebleven, die desondanks zegt ‘geen ongelukkig kind te zijn geweest’.

Anton Scholten kwam oorspronkelijk uit de wijk Polsbroek in Zutphen. Na de oorlog trok hij zijn SS-uniform uit en liep vanuit Duitsland terug naar Zutphen. Maar daar wist iedereen van het gezin Scholten. Dat zij NSB’ers waren en dat de jongste zoon Anton een SS’er was die had gevochten bij de Slag om Arnhem. Hij werd opgepakt en kwam in Steenwijk in een interneringskamp terecht. ,,Of hij daadwerkelijk mensen heeft omgebracht, weet ik niet. Maar hij was bij de Slag om Arnhem, met een wapen.”

Toen zijn tweejarige straf erop zat, keerde hij terug naar Zutphen en nam alleen de moeder van Joop mee. Joop zelf volgde pas een jaar later. ,,De ontvangst in Zutphen was niet bepaald hartelijk. Ik sprak Steenwijks, plat Drents. Dat stoorde hem. Ik moest keer op keer allerlei exercities doen. Als ik iets deed wat hem niet beviel, moest ik in de hoek gaan staan op een eikenhouten stoel. Ik lustte geen sperziebonen, maar hij dwong me ze op te eten en schepte steeds opnieuw op, totdat ik ze uitkotste.” Hij moest schoenen poetsen in een militair regime, zeulen met kilo’s konijnenvoer en wasmachines. Zijn vader schreeuwde, dreigde. Zijn moeder zei wel eens zachtjes dat hij moest ophouden, maar meestal stond ze erbij en keek ernaar. ,,Ik voelde me door haar in de steek gelaten.”

Opscheppen tegen broers

Zijn vierde tot dertiende levensjaar omschrijft Joop als vreselijk en extreem onveilig. Hij wist dat zijn vader fout was geweest in de oorlog, hij had het idee dat hij bij sommige vriendjes niet thuis mocht komen. Waar zij op school vertelden over de verzetsdaden van hun vaders, hield hij zijn mond. Hij had namelijk zijn vader bij verjaardagen horen opscheppen tegen zijn zwagers, die ook NSB’ers waren geweest, over wat hij allemaal gedaan had. Hoe ze op de ‘Tommies’ gejaagd hadden. Er werden Duitse liederen gezongen. ,,Ik kon ze allemaal meezingen. Pas veel later herkende ik ze van filmpjes uit de Tweede Wereldoorlog. Dat waren gewoon Wehrmacht-liedjes. Ook werd mij later pas helder dat alle mensen waar Scholten mee omging, nog steeds die sympathieën hadden.”

Het gezin leefde in bittere armoede. De buurvrouw kwam wel eens een pan eten brengen. ,,Ik had nachtmerries, plaste in bed. Dat zou hij me wel even afleren. Met zijn leren riem sloeg hij tegen de badkamermuur en schreeuwde.” Als hij hem hielp met huiswerk, kon Joop na een uur niet meer praten. ,,Hij zei dat ik dom was, dat peperde hij me in. Hij brak me af, vernederde me, dat was traumatisch. Ik heb hem gehaat.”

loading  

Schuldige moeder

Er kwamen nog twee broertjes, en twee zusjes. Baby Robert overleed al na vier maanden, Ronald was net twee jaar en verdronk in de vijver, vlakbij hun huis. ,,Ik was dertien en liep naar huis vanuit school toen mijn oudste broertje op me af kwam rennen en zei dat Ronald dood was. Ik was er kapot van. Mijn moeder voelde zich enorm schuldig, omdat ze niet had opgelet.”

Het was in die vakantie dat hij terugging naar zijn oma in Steenwijk. Op het land bij een boer waar hij werkte vroeg de stalknecht hoe het met zijn vader ging. Zijn echte vader. Verward vroeg hij het later zijn moeder. ,,Ze verwees naar mijn vader. Voor mij was het een enorme opluchting. Het was mijn bevrijding. Ik kon alle ellende op Scholten gooien. Mijn faalangst, mijn gebrek aan zelfvertrouwen, het bedplassen, mijn slechte zelfbeeld. Hij had niets meer te zeggen over mij.”

Verzuurd en verbitterd

Scholten kreeg een baan bij het Werkspoor, Joop kon er naar de werkspoorbedrijfsschool. Het gezin verhuisde datzelfde jaar naar Utrecht en kwam daarmee definitief uit de reclassering en armoede. Joop ging er in de kost bij een gezin en zijn leven keerde ten goede. Toen hij op zijn twintigste thuiskwam, was Scholten ineens vertrokken. ,,Hij had geld achtergelaten voor boodschappen, zijn koffer gepakt en vertrok zonder iets te zeggen.” Hij bleek verliefd op een andere vrouw.  Voor zijn moeder was het plotse vertrek de zoveelste dreun. Ze stierf  verzuurd, verbitterd en vol zelfbeklag. Wie Joops echte vader was, heeft ze nooit willen zeggen.

Boefjes

Toen Joop ging trouwen, heeft hij Scholten uitgenodigd. ,,Puur uit stille wraak. Hij heeft me niet klein gekregen. Ik had een mooi huis, een goede baan en een auto. Scholten keek rond en heeft niks gezegd.” De laatste keer dat hij hem zag was Joop 34. Scholten vroeg wat voor werk hij deed. ,,Ik zei hem dat ik groepsleider was bij een zorginstelling voor jongens die door traumatische toestanden in hun jeugd, door ernstige geestelijke mishandeling zijn vastgelopen in hun leven.”

Joop slikt even. ,,Ik vertelde hem mijn eigen verhaal.” Het enige dat Scholten kon zeggen was: ,,Goh.” Twee jaar geleden overleed Scholten op 94-jarige leeftijd. Joop was niet op de begrafenis.

menu