Transport per trein van Oostenrijkse kinderen naar Nederland, bij aankomst op station Zevenaar.  1917.

Groningers Peter Bakker en John van der Woude willen opvang Oostenrijkse kinderen na Eerste Wereldoorlog aan vergetelheid ontrukken

Transport per trein van Oostenrijkse kinderen naar Nederland, bij aankomst op station Zevenaar. 1917.

Ze zijn in de vergetelheid geraakt: de 65.000 Oostenrijkse kinderen die na de Eerste Wereldoorlog uitgehongerd naar Nederland kwamen.

Omdat het vandaag 30 jaar geleden is dat het Verdrag van de Rechten van het Kind werd getekend, zouden we juist nu moeten stilstaan bij de ongekende barmhartigheid van Nederlandse pleeggezinnen die hun armen openden. Aldus de Groningers Peter Bakker en John van der Woude, die zich daar sterk voor maken.

In het advocatenkantoor van Peter Bakker prijkt een Oostenrijkse plaquette. Hij is honorair consul van Oostenrijk voor de drie noordelijke provincies, helpt Oostenrijkse bedrijven en haalt de onderlinge banden tussen beide landen aan.

Hij had nog niet eerder gehoord van de ‘Holland Kinder’, duizenden kinderen die na de Eerste Wereldoorlog in Nederland werden opgevangen om aan te sterken. Ongelofelijk dat we dit haast zijn vergeten, beaamt John van der Woude, voorzitter van het Bevrijdingsbos in Groningen. Het bos is een constante herinnering aan het gegeven dat vrijheid niet vanzelfsprekend is.

Het duo maakt zich sterk voor de Hollandkindertreinen. De hulpactie kwam honderd jaar geleden op gang. In Oostenrijk weten ze het nog, maar hier? Weinig herinnert eraan. Oostenrijkse Pleegkinderen, Die Holland Kinder is een documentaire uit 1963 en één van de weinige materialen die Bakker over het onderwerp kon vinden. Hij heeft de zwart-witfilm opgezet: ,,Dan heb je een beetje een beeld.’’

Oostenrijk in puin

Een knal, dan wisselt het tafereel. Het welvarende Wenen met statische gebouwen, een levendig straatbeeld, pronkende balzalen en besnorde officieren, maakt plaats voor de dodelijke naweeën van de Eerste Wereldoorlog. Kinderen dwalen langs lege kraampjes, condenswolkjes ontsnappen uit hongerige monden: de rijen voor de gaarkeukens strekken zich voort. Gelachen of gespeeld wordt er niet meer.

De situatie in de miljoenenstad is nijpend na het verlies van de Eerste Wereldoorlog, de uitbraak van de Spaanse griep en de mislukte oogst in 1918. Het Oostenrijkse rijk is volledig uiteengevallen. Mannen zijn gesneuveld, er is geen eten, geen brandstof en ook kleding is schaars. Liefst 91 procent van de kinderen is ondervoed en van de kinderen tussen de 5 tot 10 jaar sterven er vier op de tien.

Kinderrechten

Een humanitaire ramp, verzucht John van der Woude na het zien van de beelden. In ‘zijn’ Bevrijdingsbos ligt ook het Kinderpad. Langs het pad liggen tien stenen met daarop de rechten van het kind. Van die rechten, zoals het recht op onderwijs, spelen en gezondheid, was voor deze kinderen geen sprake. De erbarmelijke omstandigheden die het verdrag probeert te voorkomen, waren aan de orde van de dag.

,,Kun je je het voorstellen als ouder?’’ gruwt Bakker. Je kind naar een ver land moeten sturen, niet wetend waar dat terechtkomt. ,,Er bestond nog niet zoiets als een telefoonverbinding. Zelfs de post functioneerde niet goed meer. Het was een laatste strohalm.’’

Op beeld vertelt ene Madera, een van de voormalige kinderen, in accentloos Nederlands over ‘een fantastisch aanbod uit Nederland’. Duizenden kinderen werden in de periode van 1919 tot 1924 op de trein gezet om aan te sterken. ,,Er werd gezegd dat in Nederland chocolade aan bomen groeide en dat ieder huishouden een koe had.’’

Volgeladen treinen richting Nederland

In treinen met soms wel vijfhonderd kinderen wordt de tocht naar Nederland ondernomen. Ze liggen op en onder elkaar op harde banken in tjokvolle en ijskoude wagons. Fatsoenlijke kleren hebben ze niet. Zo nu en dan stopt de locomotief op een station, waar de kinderen een hap eten krijgen. Na 48 uur lang afzien, stappen ze halfbevroren en angstig uit in het vlakke Nederland.

,,Wat waren we allemaal ondervoed. Onze ouders deden hun best, maar er was gewoon niet meer’’, verzucht ene mevrouw Bruyn-Sollen voor de camera. Ze wordt aangevuld door mevrouw Neusser. ,,Ik hoopte dat mijn moeder mij naar Holland zou sturen. Mijn vader was doodgeschoten. Het pensioentje werd steeds kleiner.’’

Vanuit Nederland kwam massaal hulp op gang. Eerst in de verschijning van pater Anton van der Blom, daarna in de vorm van duizenden Nederlanders die zich als tijdelijk pleegouder opwierpen.

Ziek, uitgemergeld en met handleiding

,,Bij aankomst werden ze gewogen en gecontroleerd door een dokter’’, weet Bakker. Daarna ging er zo snel mogelijk eten in en kregen de uitgemergelde kinderen een naambordje om hun nek gehangen. ,,Daarop stond de naam van het pleeggezin. Het was net een postpakket.’’

Het idee was dat zij na twee maanden aansterken zouden terugkeren naar Oostenrijk. Maar in de praktijk bleven de kinderen gemiddeld een jaar. Pleeggezinnen boden zich zo massaal aan, dat er niet genoeg kinderen waren voor alle huishoudens.

‘Kinderen moeten als halve zieken worden behandeld’, schreef het Comité Groningen voor de Verzorging van Arbeiderskinderen – de hulp was sterk verzuild – op een instructiepamflet. De kinderen mochten de eerste weken niet te veel en niet te vet voedsel, melk kon het best verdund worden met water en ze moesten vooral veel rijst en kaas eten.

Het Reisboek van het Weense kind

Uit een bundel noppenplastic haalt Bakker voorzichtig een boek tevoorschijn. De is rug gebroken, bladeren zijn geel bevlekt en het stinkt als een mottenbal: Bakker behandelt Das Reisebuch des Wiener Kindes (Het reisboek van het Weense kind) uit 1921 met respect en zorg. Onder de titel staat een kinderlijke tekening van een locomotief; op de achtergrond ligt een stad waar een kerktoren krachtig bovenuit steekt. ,,Het zou zomaar de Martinitoren kunnen zijn’’, fantaseert hij.

,,Ik heb het gekregen van een zekere meneer Engelsman, een Nederlander die in Wenen directeur is van het Wereldmuseum.’’ Het is een verzameling van stukken uit dagboeken en brieven van kinderen. Chocoladebomen zijn er niet, maar ze worden goed gevoed, krijgen onderwijs en nieuwe kleren, schrijven de kinderen in het boek. Het is een van de weinige documenten die herinneren aan die tijd. ,,Dat is toch bijzonder?’’ Nederland ving na Zwitserland veruit de meeste kinderen op. Toch wordt in andere landen, zoals Denemarken, veel meer aandacht besteed aan de kindertreinen.
(lees verder onder de foto)

Hoge pief

Als een hoogwaardigheidsbekleder op het scherm verschijnt, veert Bakker op: ,,Deze moet je kijken.’’ Aan het woord is Heinrich Drimmel, minister van Onderwijs van 1954 tot 1964 in Oostenrijk. Onder het bewind van Drimmel zouden de Universiteit van Salzburg, de Universiteit van Sociale en Economische Wetenschappen in Linz en de Academie voor Muziek en Podiumkunsten in Graz worden opgericht. Zonder de liefdadigheid uit Winschoten was Drimmel waarschijnlijk als kind gestorven.

Drimmel herinnert zich het bordje nog dat om zijn hals werd gehangen. Zijn pleeggezin zou grote invloed hebben op zijn latere leven. ,,U dient te weten dat wij een protestants gezin zijn’’, had de familie aan de katholieke ouders van kleine Heinrich geschreven. ,,Daar hoeft u zich echter geen zorgen om te maken.’’ Hij zou ook op geestelijk niveau niets tekortkomen; speciaal daarvoor had het gezin een katholiek dienstmeisje ingehuurd.

Stedenverbond

Het stedenverbond tussen Graz en Groningen heeft alles te maken met de Holland Kinder, vertelt Bakker. Toenmalig burgemeester Gustav Scherbaum verbleef langere tijd in Groningen. Tijdens een bezoek aan de stad leidde Jan Tuin, destijds burgemeester van Groningen, Scherbaum door de stad. Onder de uitspraak ‘De mensen moeten samenkomen’ sloten beide burgemeesters na de Tweede Wereldoorlog een stedenband. Graz maakt op zijn website tegenwoordig nog wel vermelding van de partnerrelatie, Groningen niet. Bakker: ,,Als je kijkt naar de oorsprong van het verbond – nood, hulp en vriendschap – dan vind ik het jammer.’’

Onderzoek

Volgens Bakker en Van der Woude is het tijd om de schijnwerper weer op de Holland Kinder te zetten. ,,We moeten dit blijven vertellen’’, zegt Van der Woude. ,,Kinderen zijn altijd de dupe van oorlog. Wat toen gebeurde, kun je ook nu nog een op een overnemen.’’

De voorzitter van het Bevrijdingsbos wil een herinneringssteen aanbieden aan Graz, waarop ‘Kinder haben recht auf Frieden’ staat. ,,Zo kunnen we het Bevrijdingsbos, en waar het voor staat, breder maken dan het nu is.’’ Op termijn hoopt de voorzitter dat er een estafette ontstaat binnen Europa waar steeds meer Kinderrechtenpaden komen.

Mini-symposium

Daarnaast moet de relatie met Graz weer leven worden ingeblazen, vindt Bakker. ,,Er zijn veel raakvlakken. Graz is ook echt een studentenstad.’’ Onder meer door de Holland Kinder is er ook een rijke historie tussen beide steden. Bakker voelt zich gesteund door de Oostenrijkse ambassade. Om aandacht te vragen voor het onderwerp geeft hij lezingen. Zo spreekt Bakker woensdag tijdens een mini-symposium in de Stephanuskerk aan de Noorddijkerweg in Groningen. Iets wat hij niet van tevoren had gedacht ooit te doen.

Tijdens het symposium spreekt ook Carla van Os, gedragswetenschapper en meester in de rechten. Zij is lid van de raad van toezicht van Stichting Het Vergeten Kind en onderzoekt de gevolgen van de ‘verzending’ naar Nederland voor de volgende generaties van de kinderen.

Wat is er met de kinderen gebeurd?

Bakker merkt dat mensen vragen hebben. ,,Ik krijg nu plotseling wekelijks mailtjes van mensen wier ouders hier ook per trein kwamen. Zij willen meer weten over de geschiedenis van hun ouders of opa’s en oma’s.’’

Hij kent voorbeelden van Oostenrijkers die weigerden deel te nemen aan de Tweede Wereldoorlog. ,,In Makkum woonde een Holland Kind. Hij ging later bij het verzet en bevrijdde een opgepakte verzetsgroep doordat hij Duits sprak.’’

Eigenlijk moet er meer onderzoek plaatsvinden, vooral naar de geschiedenis van de kinderen, vindt Bakker. ,,En wat mij betreft dan vooral in Noord-Nederland.’’

Wat is er met al die kinderen gebeurd? ,,Ze kwamen terug in Oostenrijk met blosjes op hun wangen. Soms herkenden hun ouders ze niet meer.’’ Anderen bleven voor altijd in Nederland. ,,We hebben hier echt iets om trots op te zijn. We mogen ze niet vergeten.’’

menu