De vergeten moordaanslag op schrijver Geert Teis; bijna had Groningen geen volkslied gehad

Een portret van Geert Teis, getekend door Geert Hendrik Streurman. Foto: Collectie RHC Groninger Archieven.

Zelfs Henk Scholte, connaisseur van leven en werk van Geert Teis, kent het alleen als gerucht. Maar er werd in 1905 wel degelijk een moordaanslag gepleegd op de schrijver van het Gronings volkslied. Een vergeten incident. Het ontbreekt ook in de autobiografie.

Het werd in aardig wat Nederlandse kranten gemeld de dag erna. Gerard Willem Spitzen (1864-1945), leraar Duits aan de Rijks Tuinbouwschool in Wageningen, overleefde op 5 december 1905 een aanslag. Het op hem gerichte schot hagel door ‘een zenuwlijder’ veroorzaakte echter slechts een wond aan de rechterkant van het hoofd.

Geert Teis Pzn

Een incident dat in de tijd vergeten is, wellicht ‘weggemoffeld’. Of hij vond het zelf de moeit de niet. Want Spitzen, die in het Gronings schreef als Geert Teis Pzn., meldt het niet in zijn autobiografie, in 1950 opgenomen in het boekje Geert Teis Pzn. (G.W. Spitzen). Zijn leven en zijn werk van Geert Hendrik Streurman. Ook K. ter Laan laat het onbenoemd in het portret dat hij bij de dood van Teis schreef voor het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

Groningen raakte door de aanslag bijna niet alleen een van de oervaders van de streektaal kwijt, stad en ommeland hadden geen, of een ander, officieus volkslied gehad. Teis schreef het Grunnens laid in 1919.

Moordaanslag in Wageningen

Jan Mooibroek uit Stadskanaal kwam er bij toeval achter. Hij is geïnteresseerd in de streekgeschiedenis, deed onderzoek naar de handel en wandel van zijn plaatsgenoot, ook mede naar aanleiding van de sterfdag van Spitzen, 13 maart 1945 en hij vroeg zich af of zijn graf er nog was.

Via de historische vereniging Old Reurle in Ruurlo kreeg hij een foto van Teis’ laatste rustplaats in Ruurlo en ontdekte via Streekarchief Voorne-Putten dat er een moordaanslag op hem was gepleegd in Wageningen, waarheen hij in 1895 vanuit Brielle met zijn vrouw Jantina was verhuisd.

‘Ik ken het als gerucht’

Mooibroek was verbaasd: ,,Ik wist dat niet en had er ook nog nooit van gehoord of er over gelezen.’’

Henk Scholte, streektaalzanger, radiopresentator, consulent Centrum Groninger Taal en Cultuur, Stadskanaalster en fan van Teis, had er zijdelings over gehoord. ,,Ik ken het als gerucht, via de Kanaalster kapper Herman Ronde. Ik heb zijn autobiografie gelezen en daar staat het vreemd genoeg niet in. Zou kunnen dat Streurman, die het redigeerde, dacht: dat hoeft er niet in. Wellicht om de mythe van de man te behouden.’’

Mooibroek speurde in het archief van de Brielsche Courant en vond in januari 1906 een bericht dat het na de aanslag goed met hem ging: ,,Volgens mij een teken dat hij in zijn vorige woonplaats nog geliefd en bekend was en niet zomaar iemand.’’

De aanslag

De aanslag was kort daarvoor. Wie op Delpher, bijvoorbeeld via de website van Groninger Archieven, zoekt op Teis en 1905, vindt het verhaal in diverse kranten terug. Een verslag staat onder meer in Nieuwsblad van Friesland: Hepkema’s Courant , van 6 december 1905.

Het verhaal heeft als kop ‘Moordaanslag te Wageningen’ en beschrijft hoe de 23-jarige H.F. Kraay de dag ervoor, op maandagmiddag, bij Spitzen aanbelt en vraagt of hij de heer des huizes kan spreken.

‘Eenige revolverschoten’

‘Binnengekomen loste hij onmiddellijk eenige revolverschoten op den leeraar, waarvan er een dezen gevaarlijk aan het hoofd trof. Ook op de overige huisgenooten, die kwamen toesnellen, schoot K., gelukkig zonder iemand te treffen. Door een drietal arbeiders is hij ten slotte overmand.’

Een daad van wanhoop. De moeder van Kraay had gebakerd bij de familie Spitzen en vertelde de docent over haar zoon die goed kon leren. De onderwijzer adviseerde hem een opleiding te volgen aan de Tuinbouwschool. De jongeman haalde zijn diploma, maar kon geen vaste baan vinden.

Zenuwlijder

‘Hierover vielen thuis wel eens harde woorden, en eindelijk is de jonkman, die als zenuwlijder bekend staat, zijn opleiding in een vak dat hem niet paste gaan wreken aan den leeraar, die hem nota bene van veel dienst is geweest met boeken en meer.’

De Leeuwarder Courant van die dag doet iets uitgebreider verslag en meldt onder meer ook:

‘Op het geluid der schoten snelden mevr. S. en de jongeheer R. toe en gezamenlijk gelukte het K. buiten de deur te brengen, die intusschen zijn mes had getrokken. Voorbijgangers waren inmiddels toegesneld en het gelukte K. vast te houden voor hij verder onheil kon stichten.’

Ernstige hoofdwond

De direct te hulp geroepen doctoren constateerden een vrij ernstige hoofdwond, veroorzaakt door een schot hagel, aan de rechterzijde van het hoofd, plus enkele minder ernstige kwetsuren. De wonde was, los van mogelijke complicaties, evenwel niet dodelijk.

Kraaij werd naar de marechaussee gebracht. De man weigerde tijdens het verhoor alle inlichtingen, maar duidelijk werd dat de ‘zenuwlijder’ al een jaar onder behandeling stond. Hij had niemand van zijn plannen op de hoogte gebracht. Uit andere verslagen blijkt dat de onverlaat eveneens op Jantina Spitzen schoot. Zij hield daar een geschroeide wang aan over.

Een grote plas bloed

De studeerkamer leek een slagveld. Boeken en kaarten vertoonden gaatjes van de hagel, op de grond lag een grote plas bloed en ook deuren, stoelen en kasten waren door de worsteling beschadigd.

Het slachtoffer herstelde snel, onder meer Dagblad van Noord-Brabant meldde 16 december 1905 onder het kopje ‘Bijna genezen’ dat hij zijn lessen weer hervatte, hoewel de wond ‘op verre na niet genezen’ was.

Een van de grootste Groningse schrijvers

Wat de aanslag voor het gemoed van Spitzen betekende is onduidelijk. Maar het belette hem niet zich te ontpoppen als een van de grootste Groningse schrijvers, alsmede voorstander van een streektaal waarin vernieuwing en vereenvoudiging hand in hand gingen.

Van Lauwerszee tot Dollard tou

Hij overleed 75 jaar geleden, op 13 maart 1945, vier jaar na zijn vrouw Jantina en gaf deze provincie niet alleen het officieuze volkslied (‘Van Lauwersee tot Dollard tou...’), maar ook het bekende gedicht ‘Knoalster Lorelei’, het veel opgevoerde toneelstuk ‘Dizzepiedizzepu’ (première in 1918) en een schat aan gedichten, verhalen en toneelstukken.

Welke straf Kraaij kreeg is niet terug te vinden. Behalve dat dagblad Tubantia op 9 januari 1906 meldt dat zijn gevangenhouding met dertig dagen is verlengd, in verband met ‘onderzoek naar de geestestoestand van de beklaagde’.

menu