De week van basisschoolleerkracht Gijs de Groot: 'Superfijn om groep 8 weer te zien, maar hoe moet het straks met de musical?'

Basisschoolmeester Gijs de Groot van CKC De Rietzanger heeft deze week voor het eerst weer fysiek lesgegeven: "Voor we het weten, zitten we na twee maanden weer in de klas alsof we nooit anders hebben gedaan." Foto: Geert Job Sevink

Het basisonderwijs mocht weer los, afgelopen week. Gijs de Groot, die lesgeeft aan groep 8 op CKC De Rietzanger in Eelderwolde, zag zelden kinderen zó blij dat ze weer naar school mochten: „De kleine klassen doen hen zichtbaar goed.”

Maandag 11 mei

Ik slaap altijd slecht, na een periode van vakantie. Kan ik het nog?, vraag ik me dan af. Heb ik alles wel goed voorbereid? Nu zijn er natuurlijk extra zorgen omtrent het virus. Zijn de handpompjes met desinfectiegel wel geleverd? Houden de leerlingen voldoende afstand? Wat hebben ze zelf van alles meegekregen in hun eigen omgeving?

‘s Ochtends douche ik snel en na mijn ontbijt spring ik op de fiets. De wind zit alvast mee. Van mijn huis in Groningen rijd ik naar de grens met Drenthe: CKC De Rietzanger, een fijne basisschool in Eelderwolde. Halverwege mijn fietstocht kom ik mijn collega Chantal tegen en we fietsen samen naar school. Nu al voel ik het dilemma, fiets je achter elkaar, fiets je naast elkaar? Het bijpraten wint.

Bij aankomst valt gelijk de met linten afgezette parkeerplaats op. De ouders moeten achter deze linten blijven om hun kroost te brengen, en vervolgens kunnen de kleuters aan de ene kant van het gebouw zelf naar binnen lopen. Groep 4 en 5 gaan via de hoofdingang, groep 6, 7 en 8 via de brandtrap.

Eerst zelf maar eens naar binnen. De beloofde desinfecterende gel staat inderdaad in mijn keukentje, de tafels staan zoals ik ze heb neergezet (uit elkaar in ‘toetsopstelling’) en verder is er niks geks te merken. Behalve een beetje spanning voor de eerste lesdag.

Om 8.15 uur wacht ik op ‘mijn’ kinderen, die van groep 8, bij de brandtrap. Ze komen één voor één stralend binnen en lijken er veel zin in te hebben. Zodra ik dat zie, is de spanning gelijk weg. En voor we het weten, zitten we na twee maanden thuisonderwijs in de klas alsof we nooit anders gedaan hebben. Bizar hoe snel je aan sommige dingen went.

De leerlingen vertellen honderduit over de vakantie en het thuis zitten. Ik vertel hoe we het op school gaan doen. Op maandag en woensdag is de helft van de kinderen op school; dinsdag en donderdag maken ze thuis lessen. Vrijdag zijn ze om de week op school of thuis. Voor de andere helft is het precies andersom: school op dinsdag en donderdag, maandag en woensdag thuis.

Voor de pauze moet iedereen de handen wassen. Buiten op het plein krijgen de leerlingen een plek toegewezen. Daar is niet iedereen even blij mee, maar tot hun grote vreugde mogen ze in de middagpauze wisselen.

Na de middagpauze vervallen de leerlingen, die ‘s morgens nog dolenthousiast waren, al gauw weer in het prepubergedrag dat ik nog ken van twee maanden geleden. Ze hangen met het hoofd op tafel, houden koppig hun capuchon op. Zo lijkt het nieuwe normaal toch ook een beetje op het oude normaal.

Dinsdag 12 mei

De kinderen uit je eigen klas weer zien, is nóg leuker als je lekker geslapen hebt. Van de spanning van gisteren was niets meer te merken. De afgezette parkeerplaats, de toetsopstelling, de desinfecterende middelen in de klas: na één dag lijkt het al heel gewoon.

Waar ik nog niet aan gewend ben, is het enthousiasme van de kinderen. Ook de andere helft van de klas is duidelijk blij om weer terug te zijn: ze huppelen de school binnen als koeien die weer de wei in mogen. En wat zijn ze allemaal bruin voor deze tijd van het jaar, de buitenlucht heeft hen goed gedaan.

Toch betrap ik ook deze leerlingen vrij snel op de oude, opstandige rituelen. Ze lijken weer op zoek naar duidelijkheid en rust na de chaotische periode thuis., Nou, duidelijkheid en rust geef ik met liefde.

Na schooltijd komt er een leerling teruggelopen. Ze wil graag doorgeven dat de brandtrap erg glad wordt van de regen, en ze vindt dat we matten moeten aanschaffen om op de treden te leggen. Heel goed, bedenk ik, zoveel assertiviteit. Thuis geleerd de afgelopen weken?

Woensdag 13 mei

Nu we weer in het schoolse ritme zitten, en de leerlingen al helemaal gewend lijken aan de maatregelen, is het tijd om na te denken over de extra dingen. Wat te doen met de traditionele eindejaarsmusical van groep 8?

Tijdens het douchen schieten me, zoals wel vaker gebeurt, ideeën te binnen. We zouden een circuit kunnen opzetten: in ieder lokaal voeren enkele leerlingen een stukje musical op, en de ouders lopen in groepjes een route langs alle lokalen. Op school leg ik het voor aan een collega en mijn directeur, die allebei enthousiast zijn.

Het groep-8-kamp in Grolloo is helaas wel van de baan. Of we het geld terugkrijgen van de locatie, horen we waarschijnlijk volgende week. De komende tijd ga ik verder puzzelen op een waardig afscheid voor deze klas, want dat verdienen ze, corona of niet.

Tijdens het schrijven van dit stukje krijg ik een WhatsApp-bericht van de klassenouder. Of hij iets kan doen met betrekking tot het afscheid van groep 8, en dat ik het gerust moet laten weten als er ouders kunnen helpen. Het voelt bemoedigend. Fijn om zo samen op te trekken, als alles anders is.

Donderdag 14 mei

Elke morgen staan we nu beneden bij de deur de leerlingen op te wachten, mijn collega en ik. Geen beter begin van je dag dan de brede glimlach van een voorbijrennend kleutertje uit groep 1, even blij als eergisteren dat hij vandaag alwéér naar school mag.

Ook de oudere kinderen zijn opvallend goedgemutst. De kleinere klassen doen hen duidelijk goed: normaal zitten ze met z’n negentienen in de klas, nu met negen of tien. Als ik vraag hoe ze deze week tot nu toe vinden, spreken hun antwoorden boekdelen: ze durven meer ruimte te nemen, kunnen zich beter concentreren, en vinden dat de tijd vliegt.

Bijna iedereen zegt ook superblij te zijn dat ze weer op school zijn. „Thuis is het saai”, vinden ze. „Hier spreek je je vrienden tenminste.” En, ook niet onbelangrijk: „Op school krijg je fijne uitleg.” Als je in groep 8 zit hoor je te zeggen dat begrijpend lezen stom is, maar na afloop van de les over het Meisje met de Parel van Johannes Vermeer zie ik toch een hoop enthousiaste gezichten.

Vrijdag 15 mei

Aan het begin van de week hadden de kinderen het haast nergens anders over, maar op deze vrijdag is het beruchte c-woord nauwelijks te horen in mijn klas. Nog steeds desinfecteren de leerlingen braaf hun handen, houden ze verrassend consequent anderhalve meter afstand van mij, en blijven ze braaf in het pleinvak dat hen is toegewezen.

Toch lijkt corona op school heel ver weg. Wat wil je als je midden in priemgetallen en persoonlijk voornaamwoorden zit, en discussies voert over hoe de aarde is ontstaan?

Op het plein hoor ik twee meisjes tegen elkaar zeggen dat dit voor hen eigenlijk de ideale schoolweek is. Drie dagen in de week naar school en twee dagen thuis. Het kan aan deze eerste opstartweek liggen maar ik merk aan alles dat de leerlingen uitgerust, gemotiveerd en vrolijk in de klas zitten.

Het lijkt wel alsof ze thuis tot de conclusie zijn gekomen dat school helemaal zo gek nog niet is. Als hun trotse leerkracht kan ik niet anders dan me daarbij aansluiten.

menu