Achter het Behang #27: De zon schijnt zoals hij sinds corona altijd schijnt

Illustratie: Infographics DvhN

De buurman stopt voor een praatje. Eigenlijk woont hij vier huizen verderop maar hij is boer en zijn land grenst aan dezelfde sloot als onze achtertuin dus noemen we hem toch buurman.

In betere tijden loopt hij soms met een van zijn glanzende geitjes luid mekkerend aan de lijn over straat, oefenend voor een dierenshow. Of hij rijdt met een kleinkind achterop naar school.

Nu is het zitje achterop zijn fiets leeg. ,,Het is gek’’, zegt hij. ,,Ons leven is eigenlijk helemaal niet zoveel anders. En toch ben je het zat.’’

Ik leun op de schop waarmee ik de voortuin probeer te fatsoeneren, kleine broer knipt met een schaartje de kopjes van de uitgebloeide tulpen. De zon schijnt zoals hij sinds corona altijd schijnt - als dit virus wraak is van moeder natuur heeft ze die zon er als schrale troost bij gedaan.

De grond van de voortuin is zo hard als de grond van een Franse camping in juli. Ik moest met twee voeten op de schop springen om hem de grond in te krijgen. Nooit voel ik me zo stads als wanneer ik hier in het dorp met de voortuin bezig ben.

Het is een gemoedelijk niks-aan-de-hand tafereeltje: moeder, kind, bloemetjes, schop, buurman. Wat hebben we te klagen? In sommige landen kun je alleen de straat op voor werk en boodschappen - misschien mag je niet eens de voortuin wieden.

De buurman zucht. Hij denkt aan de dierenshows die niet doorgaan. Ik denk aan de Franse camping waar we niet naartoe kunnen. Luxeproblemen. We praten over mensen in verpleeghuizen die het opgeven als dit nog langer duurt, over gezinnen waar het misgaat. De echte problemen.

Ik ga maar weer eens, zegt de buurman. Als hij weg wil rijden valt er een flesje met melkrestjes van zijn fiets op de straat. Het flesje, voor de jonge geitjes neem ik aan, rolt mijn kant op. Ik buk bijna om het voor hem op te rapen en bedenk me net op tijd.

menu