Nergens betaal je zoveel voor een graf als op begraafplaats Esserveld in Groningen. Maar wat krijg je daarvoor terug? Je zult maar net tot in lengte van jaren de buurman van SS’er Henk Feldmeijer zijn...

Vergeet Père Lachaise in Parijs, het Londense Highgate Cemetery en Zorgvlied in Amsterdam. Aan de zuidkant van Groningen, grenzend aan de Villabuurt, ligt een schitterende begraafplaats die een bezoekje meer dan waard is.

Nee, hier ligt geen Frédéric Chopin, Jim Morrison, Karl Marx of Harry Mulisch. Maar dit is wel de laatste rustplaats van bekende Groningers als kunstenaar Johan Dijkstra, architect Evert van Linge en Jantina Tammes, de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Op een mooie lentedag staan er twee fietsen voor het poortgebouw met klokketorentje, dat vanmiddag in het zonlicht baadt. De Groninger architect Siebe Jan Bouma (1899-1959), groot liefhebber van de Amsterdamse School, heeft vakwerk afgeleverd.

loading  

Het mag hier wat kosten. Voor de 30-jarige huur van een eenpersoonsgraf op Esserveld zijn nabestaanden dit jaar 8422 euro kwijt. Daarmee is de begraafplaats met afstand de duurste van Nederland. Ter vergelijking: het Nederlandse gemiddelde is 3036 euro. In Losser staat de goedkoopste dodenakker; daar betaal je 1148 euro voor een graf.

Maar op het lommerrijke Esserveld krijg je waar voor je geld. Als ik onder het poortgebouw doorloop en op de centrale as aan de wandeling begin, springt een perk wuivende narcissen meteen in het oog. Ook op begraafplaatsen bloeit nieuw leven.

Vrij snel na de entree staat aan de linkerkant het bronzen grafmonument van burgemeester Evert van Ketwich Verschuur (1879-1924), die als eerste ter aarde werd besteld op Esserveld. Onder zijn portret weent een stedenmaagd. De in Groningen razend populaire Van Ketwich Verschuur stierf plotseling en werd slechts 45 jaar oud.

loading  

Even verderop loop ik langs Jan Schaper (1868-1934), een van de oprichters van de SDAP. De zandstenen sculptuur bij zijn graf is van de hand van beeldhouwer Willem Valk, die later ook het oorlogsmonument op de begraafplaats zou maken dat herinnert aan 43 gefusilleerde verzetsstrijders.

Terwijl ik voor het monument staan, denk ik onwillekeurig aan Henk Feldmeijer, die hier ook ergens moet liggen. De leider van de Nederlandse SS was met zijn Sonderkommando verantwoordelijk voor tientallen moorden op politieke tegenstanders, een represaillemaatregel voor aanslagen door het verzet.

Waar zou de rotzak zelf liggen?

Ik laat Feldmeijer nog even voor wat het is en ga eerst op zoek naar de oorlogsgraven van de Britse militairen die in 1941 met hun bommenwerper uit de lucht werden geschoten bij Jipsinghuizen. ‘He gave his all for you and us’, is de tekst op de grafsteen van John La Basse Tomkinson.

loading  

Het zijn beklijvende woorden. Zoals de tekst op de steen van Jan Bakker ook tot nadenken stemt. Gerrit Komrij schreef ooit het grafschrift: ‘Hier ligt Gerrit Komrij, ik denk dat ik omrij’. Zou de dichter een groot fan hebben gehad die nu begraven ligt op Esserveld? Het lijkt er wel op, want: ‘Hier ligt Jan Bakker, ik word niet meer wakker.’

Aan de randen van Esserveld hebben sommige graven hun beste tijd gehad. Bij een van de zerken, waar het mos woekert en gras overheen groeit, is het opschrift op de steen door de tand des tijds onleesbaar geworden. ‘Wil de rechthebbende van dit graf contact opnemen met de administratie’, staat op een briefje.

De graven van Jan Werkman (1883-1929) en Hermannus H. Hoving (1889-1929) liggen er verzorgder bij. Het duo werd bijna een eeuw geleden slachtoffer van de de door Pieter Verhoeff verfilmde veldwachtersmoord ( Het Teken van het Beest ), die ook Aldert Meijer en Mient van der Molen het leven zou kosten.

Wat er zich op de vroege ochtend van 18 januari 1929 precies heeft afgespeeld, is nooit duidelijk geworden. Vast staat dat de vier veldwachters de opdracht hadden gekregen om Aaltje van der Tuin te arresteren, omdat ze haar kinderen na de arrestatie van haar man - een dief en alcoholist - in de steek had gelaten.

Haar nieuwe vriend, klompenmaker IJje Wijkstra, wachtte de agenten met een karabijn op. Wie als eerste schoot, is een vraag die nooit beantwoord zou worden. De lijken van de veldwachters werden achter het gemeentehuis neergelegd. Van drie waren de keel doorgesneden.

loading  

Ik loop hier nu al een poosje rond, maar nog steeds geen spoor van Henk Feldmeijer. Zou-ie ergens anoniem weggestopt zijn?

Toch nog maar eens spieden aan de rechterzijde van de begraafplaats. Er komt een voor Groningse begrippen niet alledaagse naam voorbij: Claire Littlewood-Walenczikowska (1880-1935). Engels en Pools? Wat zou haar verhaal zijn? Google weet van niets. Het is alsof ze nooit heeft bestaan.

De middag vliegt voorbij, waardoor ik begin te vrezen dat ik Henk Feldmeijer moet laten lopen. En toch moet hij hier ergens zijn begraven.

Terwijl Feldmeijer bij Raalte in de auto zat, werd hij op 22 februari 1945 door een Amerikaans jachtvliegtuig naar de eeuwigheid geschoten. Na een staatsbegrafenis bij Paleis ‘t Loo, waar hoge nazi-pieven als Rauter en Mussert bij aanwezig waren, werd hij in het holst van de nacht door een groepje SS’ers begraven op Esserveld.

Op het moment dat ik bijna op wil geven, duikt daar verscholen onder een boom dan toch een verkleurde witte steen op die wat onbehouwen voor een andere zerk is geplaatst. Henk Feldmeijer (1910-1945) is in het graf van zijn nicht Riemke Wolf (1905-1932) gelegd. ‘In dierbare herinnering’, staat op de steen van Feldmeijer. Unheimisch .

De bloemen in een tonnetje op zijn graf zijn verwelkt. Aan de linkerzijde van Feldmeijer liggen zijn vader en moeder. Aan de rechterkant het echtpaar Cleij-Kollee.

Valentijn Cleij is een maand voor Feldmeijer begraven. Ben je mooi klaar mee: denk je een mooi plaatsje te hebben gevonden voor je eeuwige rust, wordt Nederlands meest gevreesde SS’er je buurman. 

loading  

Ik draal een poosje rond het graf van Feldmeijer, maak wat foto’s en zie ineens dat een oudere man me zwijgend bekijkt. Ik probeer vriendelijk naar hem te lachen, maar hij kijkt nors terug.

Mijn blik gaat weer naar het graf van Feldmeijer en ineens begrijp ik wat er aan de hand kan zijn. ‘Ik ben geen fan, hoor’, zeg ik wat onhandig tegen de man. En daarna, geen idee hoe dat in me opkomt: ‘Goed volk’.

Zijn humeur klaart meteen op. ,,Sorry, ik dacht dat je misschien een neonazi was.” ,,Aangenaam”, grap ik. ,,Hoor je ook niet elke dag."

De ouders van de man - ,,Nogmaals sorry, ik ben Theo” - liggen verderop. Hij zelf ook. Over een jaar of wat. ,,Duurt nog wel even, hoor”, zegt hij lachend.

Theo legt uit waarom hij me in de gaten hield. Hij bezoekt Esserveld regelmatig, kijkt bijna altijd even naar het graf van Feldmeijer en zag meer dan eens verse bloemen liggen. Sterker nog: er lag op een dag een foto van hem in SS-uniform. Fans.

Ik leg uit wat mij naar Esserveld brengt en neem na een kort praatje afscheid. Theo steekt zijn hand op en grijnst: ,,Succes met de interviews.”

loading  

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen