Dit is een vilein kerstverhaal: Geert Grien is de Scrooge van Siddeburen

Herman Sandman schreef opnieuw een kerstverhaal. Over een man met de bijnaam Geert Grien. Oftewel Scrooge in Siddeburen.

Liever naar het verhaal luisteren? Dat kan. Herman Sandman leest het verhaal in bovenstaande video voor.

Zelfs de boeren vonden hem zuinig. De akkerbouwers en melkveehouders uit Midden-Groningen noemden hem Geert Grien . Zijn echte naam was Ebenhaëzer Roelfs. Het stond op de deur van zijn kantoor aan de Hoofdweg in Siddeburen. En daaronder: Financieel Advies & Hypotheken.

Hoewel de geschiedenis van zijn familie verbonden was met het voormalige land van veen en bos, tegenwoordig koolzaad en aardgas, en zijn voornaam volgens het boek Samuel ‘Steen der hulp’ betekende, had de man weinig op met vrijgevigheid en naastenliefde. Roelfs was vrekkiger dan de ergste vrek.

Op de centen

Hij was zo op de centen dat papier van huis-aan-huisbladen als ’t Bokkeblad , De Regiokrant en de HS-krant – hij had geen dagblad, dat kostte maar geld – drie keer werd gebruikt. Eerst om te lezen, al stond er nooit wat in, daarna op de wc en als laatste om de palletkachel aan te steken.

Het gevolg was dat het in zijn kantoor constant naar vers bemest land rook. Het maakte dat de agrariërs zich bij hem thuis voelden. En al stond Roelfs bepaald niet bekend als ‘El Sympathico’, van geld had hij verstand.

Een andere eigenschap was een kort lontje en als hij geïrriteerd raakte ging hij direct over op het Gronings. Toen Robert-Jan Kort, zijn boekhouder, om half zes bij zijn bureau stond, klonk het direct: ,, Wat wost, n haalve dag vrij ?’’

In de beleving van Geert Grien was iemand die niet achter de computer zat niet aan het werk en iemand die niet aan het werk was verdiende niks voor hem.

Hij hoestte sneeuwvlokken

Of er meer hout op de kachel kon, vroeg Kort. Zijn vingers waren koud, de griep ging rond en hij hoestte volgens eigen zeggen sneeuwvlokken. De directeur stond op, pakte de jongeman bij de schouders en nam hem mee naar de thermometer op de achterste muur: ,,Wat staan hier voor cijfers?’’

,,Een 1 en een 3.’’

,,Precies, 13 graden. Boven nul. Warmer dan buiten. Als er een min voor staat, kom je maar weer. Ik zit hier toch ook? Hoor je mij klagen?’’

,,’t Is Kerstavond’’, probeerde de boekhouder, ,,het feest van de geboorte van Jezus. Een beetje warmte zou niet verkeerd zijn. Het staat ook in de cao dat…’’

,, Bin ik Jezus ?’’ onderbrak Roelfs hem.

,,Nee, maar iedereen viert feest. Daarom wilde ik vragen of ik Eerste Kerstdag vrij…’’

Pasen, Pinksteren, Schanspop, Bluesfestival Grolloo....

De directeur begon meteen te fulmineren. Het bleek het zoveelste feest dit jaar. Pasen, Pinksteren, Schanspop, Bluesfestival Grolloo, Suikerfeest, Hello Festival, Offerfeest, Noorderzon, Adrillen, Winterwelvaart, het hield niet op.

Was dat om al die kanslozen bezig te houden? Als je een baan had, had je daar geen tijd voor. Dat er een ernstig tekort bleek aan vakmensen verbaasde hem niks. Mensen wilden niet meer werken. Een scheet dwars voor de kont en tadaa: burn-out.

Hij kende de verhalen van een zakenrelatie, die was deurwaarder:

,, Opa kwam knettergek oet Korea, pa oafkeurd op rugge en zeun ligt op baanke: gewoon mui. Drai generoaties waarklozen. Moar zie hebben wel de grootste tv’s, joekels van honden slikken zich op baanke aan de baalen, op toafel liggen vaar puuten Zwoare Van Nelle en vief iPhones en met old en nei knappen ze drei moanden oetkering de lucht in. Feest? Loat mie nait lachen .’’

In de traditie van de kroeg

De boekhouder wilde nog wat zeggen, maar hield zich in. Het was praten tegen beter weten in en hij keerde terug naar zijn werkplek. Maar de jongeman zat nog niet of er kwam iemand binnen. Evert Roelfs, neef van de baas. Kunstenaar. Schilder. Zijn stijl was abstract expressionisme en op zijn website stond: ‘In de traditie van De Ploeg’.

,,In de traditie van de kroeg’’, schamperde de bankdirecteur. De jongen zat meer in het podiumcafé van Peter en Leni in Steendam dan Peter en Leni zelf. Gekker konden ze Geert Grien niet krijgen. Zijn vader had hem – met harde hand, dat wel – geleerd de eigen broek op te houden.

Vrouw en geld = problemen

Het leven van Roelfs draaide om geld, geld en geld. Daarom was hij ook alleen gebleven. Liefde was een emotie, die kon je onderdrukken en de combinatie ‘vrouw’ en ‘geld’ betekende problemen.

Bij de woorden ‘uitverkoop’ en ‘kortingsactie’ stoven ze weer richting winkelcentrum De Hooge Meeren in Hoogezand, de andere kant op, naar Appingedam, of nog erger, naar de Herestraat in Stad. En anders zaten ze avond aan avond met de iPad op de bank te shoppen op Bol.com, Zalando, H&M, Coolblue en Wehkamp.

‘Keetje, die bekstuk?’

Ook vrienden kostten geld en omdat hij toch alleen bleef, kon het kerstfeest hem ieder jaar gestolen worden. Evert hoorde de tirade lachend aan en zei, toen oompje zweeg, dat hij alleen langskwam om hem te eten te vragen voor Eerste Kerstdag.

,,We gaan gourmetten. Tantje Keetje is er met de kinderen…’’

,,Keetje, die bekstuk ?’’

,,Uw broer Bartolomeüs komt ook’’, vervolgde Evert.

,, Ah nee, nait dai plaaze ’’, gromde Ebenhaëzer, ,, ik mag hom nog nait housten heuren. Dai kerel holt nait op te kaauwen. Over in dien aigen kracht zitten, zen en mindfulness. Is hai nog aal bie dat wief? Dorien of zo? Dai is zo dik, doar kinnen twai man in wonen en dan hebben ze elk nog n aigen koamer ook .’’

Gelukkig Kerstfeest

,,Klinkt als nee dus’’, zei neef Evert. Hij haalde de schouders op, wenste zijn oom in ieder geval een ‘Gelukkig Kerstfeest’ en ging weer. Maar de deur bleef open- en dichtgaan. Het was druk in het kleine centrum van Siddeburen.

Een collectant van het Leger des Heils, een Roemeense accordeonist die dacht origineel te zijn door bij de mensen thuis te komen tjoedelen, en de bezorger van ’t Bokkeblad en HS-krant die de directeur/eigenaar een kaartje wilde overhandigen met de tekst: ‘Uw bezorger wenst u een gelukkig kerstfeest!’

,,Wat ik niet snap’’, zei de directeur, die geen aanstalten maakte het kaartje aan te pakken, ,,is: je bent bezorger en je hebt een kaartje. Je gooit 52 weken per jaar zonder boe of bah die shit in mijn brievenbus en ineens bel je aan? Ik snap het niet.’’

,,Ik wens u een gelukkig kerstfeest’’, zei de jongen nogmaals en deed een nieuwe poging het kaartje in de handen van Roelfs te drukken. Die schudde het hoofd, mompelde van kounavvel en klapte de deur dicht.

Tot zijn eigen verbazing

Hij keek naar buiten, naar de drukte aan de overkant, de vuurkorven en al die mensen, en tot zijn eigen verbazing zei hij ineens tegen Robert-Jan: ,,Weet je wat? Neem maar vrij Eerste Kerstdag. Als je Tweede Kerstdag maar eerder begint.’’

Geert Grien was bekaf door dat gezeur. Hij zei de boekhouder dat-ie meteen maar moest opsakkedaaien , sloot af en ging ook naar huis. Roelfs woonde in een verbouwde boerderij, even buiten het dorp. Het monumentale pand aan de Eideweg had hij geërfd van voormalig zakenpartner Harold Maale.

De mede-eigenaar van de firma Roelfs & Maale was al zeven jaar dood en was bij leven net zo min populair als Grien zelf. De boeren noemden hem haalf maale .

Vlak voor de deur schrok de man. In de klopper was heel even het gezicht te zien van Maale. Komt vast omdat ik moe ben, dacht Geert Grien, of ik krijg ook griep.

Waardevermeerderingsregel

In zijn huis was het net zo koud als op kantoor. Vanwege bevingsschade kon hij een beroep doen op de waardevermeerderingsregel. Er lag voor 4000 euro aan zonnepanelen op het schuurdak, maar dat was de enige energiebron en aangezien het december was en koud en donker, bleef het in huis ook koud en donker.

Ik word echt grieperig, dacht Roelfs. Terwijl de man met een bordje pap voor de open haard zat en de geur van verbrand wc-papier de kamer vulde, hoorde hij rare geluiden. Een krakende trap, verschuivende grendels en klapperende deuren.

Dat was er weer een, schoot het door zijn hoofd, minstens 3.0 op de Schaal van Richter, maar toen ging de oude bediendenbel en stond Maale voor hem.

Zunige paiter

Althans, zijn geest. Die keek niet blij. Het bleek waardeloos in het hiernamaals, luidde zijn betoog. Omdat de man zich bij leven net zo’n zunige paiter had getoond als Geert Grien, was hij na zijn dood gedoemd tussen en hemel en aarde te zwerven.

Onderdeel van de straf was, vertelde Maale, dat hij een zware ketting om de nek moest dragen met objecten die zijn moreel failliet symboliseerden: een lege whiskyfles, een rode cowboyhoed, een oude huistelefoon met drukknoppen en het rechterachterlicht van een Citroën C4 Picasso met drie ton op de teller en nog twee maanden APK.

‘Hoedt u voor het stervensuur...’

,,O wandelaar die dit leest’’, begon Maale, terwijl hij met zijn armen zwaaide, ,,hoedt u voor het stervensuur. Ik ben als u geweest, maar het was van korte duur.’’

Roelfs was verbaasd: ,, What The fuck? Waarom kom je met zo’n cliché grafschrift?’’

,,Sorry’’, zei Maale, ,,ben nooit goed in intro’s geweest. Je hebt gelijk. Cut the crap . Om een lang verhaal heel kort te maken: beter je leven.’’

,,Wat?’’

,,Beter je leven. Anders ben je ook gedoemd om tot in de eeuwigheid rond te dolen.’’

Kniepertjes bakken

,,En wat doe ik dan?’’ vroeg Grien. ,,In de bieb werken, kniepertjes bakken? In het bestuur van Vereniging Dorpsbelangen Siddeburen Vooruit? Aan armen geven, aan Oxfam Novib, of Artsen zonder Grenzen? Eén ding: die NGO’s zijn meer bezig met hun eigen toko dan met de vluchtelingen uit Bokkiewokkiestan en…’’

,,Rustaagh’’, zei Maale, ,,niet direct in paniek.’’

Hij vervolgde: ,,Je kunt aan je lot ontkomen door mee te gaan met drie geesten. Achtereenvolgens de ‘Geest van het Voorbije Kerstmis’, de ‘Geest van het Huidige Kerstmis’ en de ‘Geest van het Toekomstige Kerstmis’. De eerste is er tegen één uur. Kan iets later zijn, maar ga uit van één uur.’’

,,Klinkt saai’’, antwoordde Geert Grien, ,,heb je niks met zeventig maagden?’’

,,Doe nou maar wat ik zeg’’, waarschuwde Maale en weg was hij.

Een kop heet water

Ebenhaëzer kon het niet helemaal plaatsen. Toen de rust in het huis terugkeerde, leek het een droom. In de overtuiging dat een goede nachtrust en een kop heet water beter hielpen dan een dure pil van de farmaceutische industrie, kroop hij onder de wol.

Het was inderdaad tegen één uur dat Roelfs wakker werd en een vreemde verschijning bij zijn bed zag. Die stelde zich, zoals voorspeld, voor als de ‘Geest van het Voorbije Kerstmis’. Hij nodigde Ebenhaëzer uit voor een reis langs de gelukkigste en verdrietigste gebeurtenissen uit diens verleden, de momenten die hem hadden gemaakt tot wat hij nu was.

Maar de chagrijnige vrek gromde: ,, Kist mie de ki-ka-kont kussen . Ik bin hartstikke mui en mörgen gait vroug de wekker weer .’’ Hij liet de verbouwereerde geest staan, draaide zich met een ‘ ik leuf nait in sprookjes ’ om en sliep verder.

menu