Draaiorgel speelt 'Lang zal ze leven' voor Klaas (85) en Gieni (85). Ze zijn 60 jaar getrouwd, maar moeten afstand houden

Gieni de Poel (85) woont in woonzorgcentrum De Es aan de Beukenlaan in Groningen, haar man Klaas (85) in een appartement er tegenover. Door corona kunnen ze niet samen zijn om hun zestigjarig huwelijk te vieren. Maar daar bedacht hun familie iets op.

„Dag Klaas!” zegt Gé de Poel in de telefoon. „Wil je wel even naar beneden komen?” Ze laat het heel onschuldig klinken. Helemaal niet alsof naast haar de hele familie staat, met een mand vol cadeaus, een groot kleurig spandoek en een draaiorgel.

Klaas en Gieni kunnen elkaar door corona niet bezoeken

Klaas is haar zwager. Hij is ongeveer een maand geleden in appartementencomplex De Beukenhorst aan de Beukenlaan komen wonen, om dichter bij zijn vrouw Gieni te zijn. Zij verblijft sinds een jaar in woonzorgcentrum De Es. Klaas en Gieni wonen nog geen 50 meter uit elkaar. Maar door corona kan Klaas zijn vrouw al weken niet bezoeken.

Ook vandaag niet, 29 april, de dag dat ze zestig jaar geleden in het huwelijksbootje stapten. Maar Gé, haar man Bert en de rest van de familie De Poel wilden zo’n dag niet ongemerkt voorbij laten gaan. Ze regelden in het geheim een draaiorgel om tussen De Es en De Beukenhorst muziek te komen maken voor het diamanten paar.

Maar twee keer ruzie

Als de bruidegom naar buiten komt en de bruid in haar rolstoel het terras van De Es op gereden wordt, zet het orgel ‘Lang zal ze leven’ in. Stomverbaasd ziet Klaas het allemaal aan: het orgel, zijn lachende broers en schoonzussen, het spandoek met ‘KLAAS + GIENI 60 JAAR GETROUWD’, en Gieni, die opgetogen naar hem zwaait. Achter zijn bril veegt hij langs zijn ogen.

„Ik wist helemaal van niks”, zegt hij, „het is echt een verrassing. Heel erg leuk.” Klaas poseert samen met zijn broers voor een feestelijke foto; het draaiorgel speelt de Bruiloftsmars, het Grunnens Laid, Mien Toentje. Vanaf haar terras wuift Gieni mee op de maat. Hij is nog net zo dol op haar als zestig jaar geleden, zegt Klaas. „Oh, zeker. We hebben denk ik maar twee keer ruzie gehad, meer niet.”

loading

menu