Een Ridder en zijn ezel, op weg naar gastvrijheid

Theatermaker Tjerk Ridder (45) legt op dit moment de laatste etappes af van een voettocht van Parijs naar Groningen, via Friesland. Vanaf donderdag staat hij op festival Noorderzon met zijn voorstelling Bonne Route! Zijn ezel Lodewijk vergezelt hem.

,,Ken je de man met die ezel? Die komt hier vanavond logeren.’’

Het is maandag 23 juli, Simone Dijkstra loopt de keuken van haar huis in Bitgummole binnen. Aan haar hand zoontje Niels (2), die even daarvoor in een stoeltje bij zijn moeder voorop de fiets zat. Over de Sirtemawei reden ze, langs de korenvelden in de namiddagzon, in de richting van Marsum. Tot ze de man met de ezel tegenkwamen – een gleufhoed op zijn hoofd, een gitaar op zijn rug.

Dijkstra knijpt verheugd in de remmen.

,,Hee, ben jij niet die man van de televisie?’’

De man met de ezel knikt, houdt halt, een glimlach.

,,Ja, dat klopt. Dat ben ik.’’

,,Kijk, Niels’’, zegt Dijkstra, wijzend op de ezel. ,,Lodewijk! Die hadden we ook op televisie gezien, hè?’’ Niels glundert.

Lodewijk, aan twee kanten beladen met kampeerspullen en proviand in grote blauwe tassen, een zonnepaneel rustend op zijn rug, ziet zijn kans schoon. Hij grijnst zijn tanden bloot naar een graspol in de berm, die hij onmiddellijk in een paar stevige scheve happen vermaalt. Grop, grop, grop, klinkt het.

 

loading  

Zo gastvrij als een bord marcaroni en een biertje

Een half uur later stapt Jan Hoogland, Dijkstra’s vriend en de vader van Niels, de voordeur van hun huis uit en steekt beslipperd de straat over. Over zijn arm een picknickkleed en in zijn handen een bord macaroni en een koud biertje. Voor de man met de ezel.

Die man, theatermaker Tjerk Ridder (45) uit Utrecht is aan de overkant van de weg, in de berm naast een grote wei waar de twee paarden van Dijkstra huizen, druk bezig een tent op te zetten. In het gras ligt zijn bagage uitgestald. Ridder sjouwt zo’n 11 kilo mee, Lodewijk tilt er 22: 11 aan elke kant.

De man en zijn ezel zijn 23 dagen onderweg. Ze lopen van Utrecht via Friesland naar Groningen, waar Ridder komende week optreedt op theaterfestival Noorderzon. Zijn voettocht, waarover hij verhaalt in zijn muzikale theatervoorstelling Bonne Route! , is onderdeel van het Europese Culturele Hoofdstadprogramma van Leeuwarden 2018. De reis is ook het vervolg op een wandeltocht die Ridder vorig jaar aflegde: het Martinus-pad, een nieuwe Europese culturele route langs historisch erfgoed van oorlog en vrede.

"Deze reis gaat over delen’’, zegt Ridder. ,,Lang geleden deelde de Martinus van Tours, die wij nu kennen als de heilige Sint-Maarten maar toen nog een Romeinse soldaat te paard was, in de Franse stad Amiens zijn mantel met een bedelaar. Hij is ook de beschermheilige van Utrecht, de stad waar ik ben geboren. Geïnspireerd door zijn verhaal ben ik op pad gegaan. Ik experimenteer met gastvrijheid. En met de vraag: hoe open kan een gemeenschap zijn?’’

In elk geval zo open als een bord macaroni en een biertje op een zomers lome maandagavond in Friesland. Vanavond logeren Ridder en Lodewijk aan de Ingelumerdyk in Bitgummole, op uitnodiging van Dijkstra.

,,Mensen bieden geregeld aan dat ik bij ze in huis mag slapen’’, zegt Ridder. ,,Maar het liefst slaap ik in mijn tentje buiten, vlak naast Lodewijk. Anders wordt hij onrustig.’’

Dat Ridder geen fabels verkondigt, blijkt enige ogenblikken later, als hij uit beeld verdwijnt voor een plas. Lodewijk staakt het grazen en staat onrustig bij het hek dat de wei van de berm scheidt. Balkend.

Als ik een van de andere ezels kies, ben ik op pad met een ezel. Als ik deze kies, ben ik op pad met Lodewijk

Nog nooit zo onvrij

Utrecht, zomer 2015. Ridder voelt zich ongelukkig. Niet zomaar ongelukkig. Nee, superongelukkig en onrustig. Hij is net terug van een reisproject door Europa, zonder Lodewijk, maar met Elvi, het Belgische trekpaard dat hij speciaal voor zijn expeditie had gekocht.

Ridder bezocht in etappes Europese plekken van oorlog en vrede, zoekend naar zijn eigen en andermans beleving van vrijheid. Van zijn bevindingen smeedde hij de theatervoorstelling Sporen van Vrijheid , die onbedoeld de prelude werd op Bonne Route! .

Hij lacht meewarig als hij terugdenkt aan die maanden. ,,Ik heb me nog nooit zo onvrij gevoeld als op het moment waarop ik een project ging doen over vrijheid. Ik wilde veel te veel in veel te korte tijd’’, zegt Ridder. ,,Daaraan heb ik me echt vergaloppeerd. Veel ging mis of, beter gezegd, liep anders dan ik had gedacht: Elvi bleek emotioneel en fysiek verwaarloosd; ze woog te weinig en liep niet goed. De wagen waarmee ik had willen reizen had te kleine wielen, de financiën kwamen niet op gang. Kortom: er gebeurden allemaal dingen die me juist heel onvrij maakten.’’

Bij terugkomst vond hij zichzelf uitgeblust terug op het Domplein, starend naar de Domkerk, met daarop de plaquette van Sint-Maarten. ,,Stond ik daar, mezelf heel dom te vinden omdat het allemaal boven me uit was gegroeid en te denken: wat nu? En geloof het of niet: opeens begon die plaquette licht te geven.’’

Een knipoog van Sint-Maarten; anders kon Ridder dit teken ‘van boven’ niet interpreteren. Onmiddellijk dacht hij terug aan de medewerker van de gemeente Utrecht die hem voordat hij aan zijn Vrijheidsproject begon al eens had geadviseerd ‘iets’ te doen met Sint-Maarten. Ridder had het advies op een zijspoor gezet. ,,Maar nu dacht ik: oké, ik luister. Ik ga het Martinus-pad lopen.’’

Ezel vinden

Een jaar later. Ridder is in Kisújbánya, Hongarije, dichtbij de plek waar Sint-Maarten in het jaar 316 is geboren. Ter voorbereiding op zijn voetreis over het Martinus-pad bezoekt hij het Sint-Maartenskerkje, op uitnodiging van een vrouw die hij onderweg heeft ontmoet.

De dame blijkt de burgemeester van het dorp, dat veertig huizen telt. Ze biedt Ridder aan om in haar huis te overnachten, in de pelgrimskamer. De volgende dag, in de keuken, valt zijn oog op een schilderij van een ezel.

Ridder: ,,Het was het moment waarop ik dacht: ik moet samen met een ezel onderweg. ‘Van Sporen van Vrijheid’ had ik geleerd dat ik het licht moest houden. Het paard Elvi was letterlijk en figuurlijk te zwaar gebleken. Bovendien wilde ik het Martinus-pad ook niet verheven als een ridder op een paard afleggen, maar op gelijke voet met ieder ander.’’

Een gedachte die naadloos aansluit bij het verhaal van Martinus van Tours, die na het delen van zijn mantel het Romeinse leger gedag zegde en zich als barmhartige pelgrim Sint-Maarten besloot toe te leggen op het geloof.

Zo viel het laatste puzzelstukje voor Ridders volgende avontuur daar in Hongarije op zijn plek. ,,Ik dacht: als ik thuiskom, ga ik een ezel vinden.’’

loading

Wat geven en wat halen

Sjoerd. Lejoor. Sabine. In de ezelopvang in Baarle Nassau scharrelen verscheidene afgedankte ezels rond. Er is er één die Ridders bijzondere aandacht trekt. Een klein grijs ezeltje buiten in de wei: Lodewijk.

Ridder gaat kijken. Lodewijk balkt. Ridder is verliefd. ,,Ik voelde: als ik een van de andere ezels kies, ben ik op pad met een ezel. Als ik deze kies, ben ik op pad met Lodewijk.’’

Zo’n anderhalf jaar zijn ze samen, op de dag dat Ridder zijn bescheiden kamp opslaat aan de Ingelumerdyk in Bitgummole. Gestaag ging – en gaat – het, dat gewandel met een ezel.

Soms loopt-ie aan een touw van een paar meter lang, dat losjes tussen Ridder en Lodewijk in hangt. Dat wil zeggen: als Lodewijk niet de berm in duikt om zijn onbedwingbare behoefte aan gras te stillen. ,,Kom, Lootje-poes. Kom op’’, koosnaamt Ridder dan. Steeds zoekt hij naar een fijn wandelritme om de gemiddelde 20 kilometer per dag te halen, tot ze aankomen bij hun volgende stop.

Het touw zorgt ervoor dat Lodewijk niet zomaar een drukke weg op loopt. Het liefst en waar het kan, op de stille stukken, loopt Lodewijk los. Ridder zwaait op de paar meter een hand de lucht in. Geen voorbijganger die hem niet ‘kent’, die hem niet voorbij heeft zien komen op de lokale omroep of krant.

,,Ha, Lodewijk!’’

,,Is het niet veel te heet voor zo’n ezel?’’

,,Heb je al wel een slaapplek? Anders kom je maar bij ons in de tuin, hoor!’’

,,Mijn vrouw zag jullie op televisie en zei: breng die jongen en zijn ezel even wat broodjes kaas.’’

Ridder neemt alle tijd voor een praatje. Vertelt keer op keer wie hij is en wat hij doet: delen. Verhalen delen. Eten delen. Tijd delen. Gedachtegoed delen.

,,Ik kom wat geven en ook wat halen’’, zegt hij. Soms is dat eten: mandarijnen, een broodje falafel, een bord macaroni. Soms is het een toilet- of douchebezoek. Een nieuw idee, een andere gedachte. Vaak is het diepe tevredenheid over zo veel gastvrijheid en ruimte om te delen.

,,Er zijn zo veel leuke mensen’’, zegt Ridder. ,,En Nederland is zo mooi! We realiseren ons vaak niet meer in wat voor weelde we leven. Het is me niet eerder gelukt me zo werelds te voelen in eigen land.’’

 

loading  

Ontroerende ontmoeting

Waarom hij zo graag met een dier onderweg is? ,,Ik reis niet graag alleen, vind het fijn om in gezelschap te zijn’’, zegt hij. ,,En als je met een ander mens reist, sta je lang niet zo open voor je omgeving, dan ben je vooral op elkaar gefocust.’’

Hij diept een voorbeeld op van een eerdere ontmoeting, die zijn contact met voorbijgangers illustreert. Ridder was op weg naar Bolsward toen er een auto stopte. De bestuurder was een vrouw die hij daags ervoor ook al had gesproken, toen hij te gast was in het Wadden Center op de Afsluitdijk.

,,Ze was een dagje uit en vertelde me over haar man, die niet meekon vanwege zijn gezondheid. Ze verzorgde hem al jaren. Bij thuiskomst vertelde ze hem over onze ontmoeting en dat ze hoopte dat ze Lodewijk en mij nog eens zou tegenkomen. Ze heeft ons gezocht, maar zonder succes. Tot ze ons ineens weer zag lopen, daar richting Bolsward. Ze stopte, gaf me mandarijnen en pakte mijn handen. Ze zei: wil je alsjeblieft nooit veranderen? Wil je blijven wie je bent? Zo’n ontmoeting ontroert me diep. Ik voelde me heel gezien en erkend in wie ik ben.’’

Wie dat dan is, de Ridder die deze onbekende vrouw in hem zag?

Hij haalt zijn schouders op.

,,Ken je die man met die ezel?’’

menu