Thuis in het Noorden fietst door de Veenkoloniën: een paar bochten en je bent 55 kilometer verder

Bij de sluis in Bareveld. Foto: Jaspar Moulijn

De Groninger veenkoloniën met zijn aardappelvelden en lange lijnen van kanalen, wegen en lintdorpen saai? Op het eerste oog misschien wel. Maar niet voor wie weet van de geschiedenis van het gebied. Thuis in het Noorden fietst in een streek voor fijnproevers.

De kans is groot dat dit een overbodig verhaal wordt, maar ik zal m’n best doen dat te voorkomen. Het zit zo. Voor deze krant mag ik geregeld op pad voor een wandeling of fietstocht. Vrijwel altijd bedenk ik die routes zelf, al krijg ik vaak hulp van mensen die het gebied dat ik bezoek goed kennen en het leuk vinden daarover te vertellen.

loading  

Voor deze zomerbijlage mag ik de luie toerist uithangen en kiezen uit bestaande routes. Dat klinkt aantrekkelijk – en is dat natuurlijk ook: lekker op pad, dan een verhaal schrijven en klaar is Kees. Maar nu ik dat eerste gedaan heb en ik moet gaan schrijven, kom ik erachter dat precies dat wat ik over de Veenkoloniën wil vertellen al verwoord is...

Het staat er echt op de website van de route : ‘Liefde op het eerste gezicht? Dat heeft niet iedereen met de Veenkoloniën. Dit stuk Groningen is voor fijnproevers. Maar als je de Veenkoloniën een kans geeft, dan sluit je dit gebied in je hart.’

loading

Degene die dat schreef, nam me de woorden uit de mond. Al zou ik het graag willen, ik zou geen betere inleiding kunnen maken. De Veenkoloniën ogen niet beminnelijk. De uitgestrektheid, de kille haaks op elkaar staande lange lijnen van kanalen en wegen; niet iets om je tegenaan te vlijen. Maar dat is de oppervlakte.

 Daaronder gaat een verrassende, boeiende geschiedenis schuil. Als je daarvan weet dan – inderdaad – sluit je het gebied in je hart. Het goede nieuws: ik mag me fijnproever noemen.

Zon op de kuiten

Een lome, zonovergoten doordeweekse zomernamiddag heb ik voor het fietsen uitgekozen. Ik wachtte juist op die dag en dat was goed geschoten. Ik vertrok om een uur of vier bij borg Welgelegen in Sappemeer, startpunt van de route en de eerste van tien plekken die de website als bezichtigingswaardig beschouwd. Niet dat ik me daar iets van aantrok: ik wilde alleen maar fietsen, de zon op m’n kuiten voelen en om me heen kijken; die combi.

loading

 Terwijl ik fietste keerden de inwoners van de dorpen die ik passeerde terug van hun werk, haalden winkeliers op hun dooie gemak de stoepborden met hun aanbiedingen binnen, en hoe verder ik kwam, hoe meer mensen ik buiten in de tuinen zag aanschuiven om te eten – tot ergens rond een uur of half 8 de meesten het welletjes vonden en naar binnen gingen. Tegen die tijd had ik de finish in Veendam weer in zicht.

Moet u vooral niet doen, zo laat op de middag vertrekken. Helemaal fout. Ga eerder op pad, en neem de tijd om een bezoek te brengen aan het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Ik weet nog precies hoe mijn mond openviel toen ik voor de eerste keer het museum bezocht, een aantal jaren geleden inmiddels. I

n een klap besefte ik hoe vooringenomen ik was over de Veenkoloniën. Maar wat wil je, als je je nog nooit in het gebied verdiept hebt en je niet meer weet dan wat de krantenkoppen je voorschotelen, dat Veenkoloniën een synoniem is van krimpgebied. Onbekend maakt onbemind.

Waterwegen

Ik neem de tekst van de website er maar weer bij. Waarom zou ik het wiel opnieuw uitvinden... ‘Eeuwenlang lag het land hier onder een dik pak hoogveen. Dat veen wordt sinds de middeleeuwen afgegraven en gebruikt als brandstof: turf. In de negentiende eeuw groeien de Veenkoloniën uit tot bakermat van de Groninger kustvaart en landbouwindustrie.’

loading

Het was vooral die scheepvaart die me verraste. Opeens begreep ik hoe de infrastructuur van waterwegen die was ontstaan door de vervening, gebruikt kon worden voor handel. En die beperkte zich niet tot de kustvaart. Vanuit de Veenkoloniën werden de wereldzeeën bevaren.

Het museum staat bol van de schilderijen die de kapiteins lieten maken. Veendam werd the place to be . Op de grafsteen van een kapitein op de begraafplaats, is een globe geplaatst, met daarop diens omzwervingen rondom de aarde. Maar helaas voor het gebied waren eind 19de eeuw houten schepen niet meer concurrerend en de kanalen niet breed genoeg meer voor de steeds groter wordende, ijzeren, schepen.

Na de scheepvaart bracht de landbouw het gebied voorspoed. Met al die aardappelvelden die je onderweg passeert is dat verleden veel minder ver weg. En als ik nu verder schrijf, moet ik oppassen dat ik niet verzand in de inmiddels oude riedel over de Veenkoloniën, hun afhankelijkheid van een sector, het schuim op de kanalen van de aardappelmeelfabrieken, enfin, verleden tijd, geen zin in, zeker niet vandaag.

loading

Bewaard gebleven

Terug naar de route, waarom ik zo geniet. Er is zoveel te zien, en dan doel ik op de huizen die aan het water staan. Een oude smederij, een pastorie, ‘gewone’ burgerhuizen, fraaie tuinen, prachtig metselwerk, een balkon, de meest mooie beuken, noem maar op.

loading  

Veel ouds is bewaard gebleven. Wrang en dubbel, omdat het ermee te maken heeft dat geld voor vernieuwing ontbrak. Maar ik weet zeker dat de dorpen er hun voordeel mee gaan doen, zo veel eigenheid, zo veel verhalen. Het is dat ik al elders een fijn plekje heb, anders zou ik een gang naar de Veenkoloniën overwegen.

Over de route: die is rechttoe rechtaan, zoals in de Veenkoloniën hoort. Er is niet of nauwelijks de moeite genomen om fietspaden te gebruiken, je zou vrijwel de hele tocht zelfs met de auto of motor kunnen afleggen. Alles om zoveel mogelijk van de lintdorpen te zien. Een paar bochten en je bent weer terug. Maar dan ben je wel 55 kilometer verder.

menu