Een pronkjuweel uit de gouden jaren van Winschoten

Het Stadhuis (rechts) met zijn toren is al 125 jaar een blikvanger in de Langestraat Foto: Archief Stichting Oude Winschoten

Het Stadhuis, een grote blikvanger in het centrum van Winschoten, jubileert. 125 jaar geleden ging de eerste paal de grond in, toen ‘Sodom’ een bloeiperiode beleefde.

Winschoten was in bouwjaar 1895 al lang een stad. Het had ook een stadhuis, aan de Blijhamsterstraat, dat in 1846 was gebouwd. Dat pand was niet alleen de plek waar gemeentebestuurders en ambtenaren hun werk verrichtten. Het deed ook dienst als rechtbank.

Die twee functies pasten, toen de 19de eeuw op z’n eind liep, samen niet meer in dat pand. Er was sprake van een groot ruimtegebrek, ook door de groei van het aantal ambtenaren. Daarom werd besloten voor de gemeentebestuurders een nieuw, veel groter stadhuis te laten bouwen. Gekozen werd voor een plek aan de Langestraat waar tot dan een pensionaat voor leerlingen van het plaatselijk gymnasium stond.

,,Het gymnasium stond daar vlakbij, in het pensionaat verbleven leerlingen die buiten Winschoten woonden’’, vertelt stadshistoricus Robert Jalink. ,,Reizen nam toen veel meer tijd in beslag, elke dag van huis naar school en terug was voor die leerlingen niet mogelijk.’’

Expansiedrift

Maar dat pensionaat moest dus wijken voor het nieuwe stadhuis. Die ‘expansiedrift’ van het stadsbestuur paste helemaal in die tijd. Winschoten beleefde een grote bloei- en groeiperiode. Het aantal inwoners en woningen steeg, het aantal middenstanders ook. Onder hen waren veel Joden. Zoveel dat de stad Sodom als bijnaam kreeg.

,,Winschoten ontwikkelde zich in die tijd kortom tot een handelsstad, geholpen door het feit dat de Graanrepubliek ook zijn gouden tijd beleefde’’, zegt Jalink. ,,Veel rijke boeren deden hun inkopen in Winschoten, sommigen lieten er statige woningen bouwen.’’

Balkon en torentje

Tegen die achtergrond maakten de gemeentearchitect De Grooth en rijksbouwmeester Cornelis Peters hun ontwerp voor het stadhuis. In 1895 werd met de bouw begonnen en jaar later had Winschoten een nieuw pronkjuweel: een heel opvallend gebouw met een klein bordes, een balkon en een torentje. Een gebouw ook met een wonderschone zaal voor de gemeenteraadsvergaderingen en voldoende ruimte voor de ambtenaren.

Winschoten bleef zich in de daaropvolgende decennia verder ontwikkelen. De Langestraat werd steeds meer een echte winkelstraat waar mensen uit de hele regio hun boodschappen kwamen doen. Maar steeds bleef het Stadhuis er de grote blikvanger en momenteel, 125 jaar na de bouw, is het dat nog steeds.

Wel is aan dat statige pand nu een jonger onderkomen vastgebouwd waar ook ambtenaren hun werk doen. Dat onderkomen is helemaal van deze tijd. Wie het oude Stadhuis betreedt, stapt een andere tijd binnen. Die wonderlijke raadszaal, te klein geworden voor politieke vergaderingen, is er nog steeds. De mooie burgemeesterskamer ook. In de hal hangt een portret van Harbert Ido Schönfeld, de burgemeester in die gouden stadse jaren.


menu