De karakteristieke geur van de tabaksfabriek, vlak bij het Hoofdstation, hoort voor veel Stadjers echt bij Groningen.

Als de deuren van Niemeyer sluiten: het einde van twee eeuwen typische tabaksgeur in stad Groningen

De karakteristieke geur van de tabaksfabriek, vlak bij het Hoofdstation, hoort voor veel Stadjers echt bij Groningen. Foto: Geert Job Sevink

Het doek dreigt te vallen voor tabaksfabriek Theodorus Niemeyer in Groningen. Daarmee komt een einde aan twee eeuwen geschiedenis, die parallel loopt aan de opkomst en ondergang van het kankerstokje.

Of je nu rookte of niet, elk stad-Groninger is vertrouwd met de kruidige geur van tabak. Afkomstig van de fabrieksschoorsteen van BAT Niemeyer aan de Paterswoldseweg. Net als de – deels verdwenen – lucht van suikerbieten hoort het onlosmakelijk bij de nestgeur van Groningen. Je hoort het vaak van mensen die de stad hebben verlaten en er later terugkeren. Dankzij de geur voelt het voor hen meteen weer vertrouwd aan. Je mist het pas als je het weer opsnuift.

Dat zal straks waarschijnlijk nooit meer gebeuren. Grote kans dat de fabriek van BAT Niemeyer voorgoed zijn deuren sluit, zo is gisteren aangekondigd. Je zag het al eeuwen aankomen, maar toch bleek de tabaksfabriek taaier dan verwacht. Het bedrijf heeft heel wat stormen van de anti-rooklobby doorstaan.

Handel in koloniale producten

Toch is de lange eindfase van de fabriek nog een peulenschil vergeleken bij het voorstadium. Het begint allemaal in 1819 wanneer Meindert Niemeijer net buiten de stad een handel begint in koloniale producten, waaronder tabak, thee en koffie. Zijn zoon Theodorus breidt in 1848 in een nieuw pand in de Nieuwe Ebbingestraat in Groningen de handel uit met de productie van deze waren. De naam van het pand – ‘Het wapen van Rotterdam’ – gaat over op het merk.

Theodorus Niemeijer is in de tweede helft van de negentiende eeuw niet de enige tabaksfabrikant in Groningen. Op het hoogtepunt zijn er 28, waaronder bekende namen als Lieftinck, Kranenburg, Gruno en Koning. De meeste zijn allang verdwenen. Of ze leggen het loodje, of ze worden overgenomen door Theodorus Niemeijer – en gaan nu dus alsnog ten onder.

Filtersigaretten

Vergeleken met de rest heeft Niemeijer net wat meer zakelijk instinct. Het is typerend dat Theodorus Niemeijer zich in 1909 als eerste Nederlandse tabaksproducent stort op de productie van filtersigaretten. De ‘klare’ sigaretten, zoals ze nog lang in het Noorden worden genoemd, veroveren in rap tempo de wereld.

De sigaretten worden in reclames aangeprezen alsof ze vitamine C bevatten. Het roken ervan wordt niets minder dan een synoniem voor het vrije, moderne leven. Wie rookt, hoort erbij. ‘Het is geen man die niet rooken kan’, zo luidt een reclamespreuk uit de jaren dertig.

Theodorus Niemeijer profiteert er volop van. De fabriek blijft na de oorlog onstuimig groeien. Niet alleen mannen paffen er vrolijk op los, ook vrouwen gaan massaal aan de sigaret. Voor menig vrouw is roken zelfs een uiting van emancipatie.

De bekendste merken van de Groninger fabrikant zijn onderdeel van het nationaal geheugen. Samson, Pall Mall, Caballero Mild, Bizon, Jakobs, Javaanse Jongens. Verder worden er aan de Paterswoldseweg, vlak bij het Hoofdstation, legio merken pijptabak en sigaren geproduceerd.

Eigen museum

Het gaat de firma zo voor de wind dat eind jaren vijftig in Groningen het Niemeyer Tabaksmuseum wordt opgericht. Daar krijgt de in tientallen jaren opgebouwde historische collectie van het bedrijf een mooi plekje. De tentoonstelling toont de geschiedenis van het tabaksgebruik, vanaf de ontdekking in de vijftiende eeuw in Amerika tot heden. De verzameling groeit uit tot drieduizend museumstukken.

De verzameling van de Niemeijers – die later onderdeel wordt van het Scheepvaartmuseum in de Brugstraat – gaat zelfs nog ‘op tournee’ naar Parijs, Bremen en Wenen. Jammerlijk valt in 2011 het doek. Een deel van de collectie gaat naar het Pijpenkabinet in Amsterdam. De rest van de spullen wordt voor bijna twee ton geveild.

Koninklijk

De eerste klap die het concern te verduren krijgt, is in de jaren zestig afkomstig van concurrent Douwe Egberts. Het moet noodgedwongen de thee- en koffiepoot afstoten. Het tabaksbedrijf wordt overgenomen door British American Tobacco.

BAT Niemeyer, zoals het bedrijf nu officieel heet, maakt onderdeel uit van British American Tobacco, dat met 50.000 werknemers een van de grootste tabaksondernemingen ter wereld is. BAT Niemeyer floreert verder op de internationale tabaksmarkt en verwerft in 1969 bij het 150-jarig bestaan zelfs het predicaat Koninklijk.

Vanaf de jaren tachtig begint de teloorgang van het roken in te zetten. Dat gaat niet ongemerkt voorbij aan de Groninger producent van tabakswaar. Uiteindelijk wordt de productie van sigaretten overgeheveld naar fabrieken in het buitenland. In Groningen rolt er alleen nog shag van de lopende band.

Succes met shag

Het bekendste shagmerk Samson is in Nederland een begrip. Tot ver in de vorige eeuw heb je Samson- en Drumrokers. Drum is van Douwe Egberts. Toch weet de fabriek ook daar weer munt uit te slaan. Door de accijnsverhogingen op sigaretten stappen nogal wat rokers over op shag. Ook in andere Europese landen doet de shagbuidel ineens zijn intrede.

Toch is de toekomst niet rooskleurig voor de fabriek in Groningen. Een jaar geleden worden er nog eens 60 van de 225 banen geschrapt. Het fundament onder BAT Niemeyer wordt steeds brozer. De daling van de consumptie van rookwaren in Nederland en elders in de westerse wereld gaat sneller dan verwacht. Roken is definitief op zijn retour.

Stinkende buurman

Het roken verdwijnt ook meer en meer uit zicht. Elk jaar scherpt de overheid de regels aan. Het einde van Theodorus Niemeyer is onoverkomelijk. Nog even en de Groninger bijdrage aan de rookepidemie is geschiedenis. Helaas kan het niet meer worden bijgezet in het museum dat het ooit zelf had opgericht.

Theodorus Niemeyer is voor Groningers een stinkende buurman. Maar zijn aanwezigheid voelt even vanzelfsprekend als vertrouwd. Mocht je ooit weer ergens in de wereld tabaksrook van een fabriek opsnuiven, dan ga je hem misschien zowaar nog missen – voor zolang het duurt.

menu