Onlangs toonde de synagoge in Groningen nog een expositie over de slechte behandeling van Joden na de oorlog.

'Eindelijk aandacht voor naoorlogs onrecht Joods Groningen: ook hier moesten we onterecht belasting betalen'

Onlangs toonde de synagoge in Groningen nog een expositie over de slechte behandeling van Joden na de oorlog. Foto: Archief/Marcel van Kammen

De Joodse Gemeente Groningen is tevreden dat eindelijk onderzocht wordt op welke schaal Holocaust-overlevenden en -nabestaanden onterecht belasting moesten betalen.

Want dat ook in Noord-Nederland Joodse woningeigenaren en hun nabestaanden allerlei naheffingen moesten betalen voor de oorlogsjaren, dat staat wat de Joodse Gemeente Groningen betreft vast.

,,Niet op zo’n grote schaal als in Amsterdam, maar het is hier zeker ook gebeurd”, zegt voorzitter Frits Grunewald van de Nederlands Israëlitische Gemeente (NIG) Groningen.

Herstelbetalingen

De gemeenten Groningen en Assen gaan in navolging van de grote steden onderzoeken wat de eigen rol is geweest bij het heffen van belastingen bij Joodse woningeigenaren, zo werd deze week bekend. Aanleiding was de uitzending maandagavond van De Monitor , dat samen met journalistenplatform Pointer onderzoek heeft gedaan naar de praktijken. Soortgelijke onderzoeken hebben in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag geleid tot herstelbetalingen aan Joodse nabestaanden en organisaties van (tot nu toe) een kleine 15 miljoen euro.

,,Het is heel goed dat dit eindelijk gebeurt”, zegt voorzitter Grunewald van NIG Groningen. ,,Maar het had natuurlijk al veel eerder uitgezocht moeten worden.” Hij kent uit de overlevering verhalen van geloofsgenoten die dit overkomen is. ,,Deze mensen zijn er natuurlijk niet meer. Zelf ben ik ook van na de oorlog”, zegt Grunewald. Hij wijst op de net afgelopen expositie in de synagoge in de Folkingestraat, die de naam ‘Vrijheid met een zwarte rand’ had. Hierin stond de slechte behandeling van de Joden centraal die de oorlog overleefd hadden. De starre en niet-meelevende houding van de gemeente valt daar ook onder, zegt Grunewald.

Betalen ondanks Jodenvervolging

Joodse eigenaren werden tijdens de oorlog gedwongen hun woningen te verlaten. Omdat ze werden opgepakt en op transport werden gezet naar de concentratiekampen, of omdat ze onderdoken. De huizen werden vaak overgenomen door een beheersstichting, die als doel had de panden te verkopen. Toen de overlevenden of nabestaanden van Holocaust-slachtoffers jaren later wilden terugkeren naar hun huizen, kregen ze van de gemeenten vaak een naheffing over de jaren dat er geen belasting voor het onroerend goed was betaald. In sommige gevallen moest er zelfs een boete worden betaald omdat de betaaltermijnen niet waren gehaald.

Aanslagen vernietigd

Het probleem bij het onderzoeken van de belastingaanslagen uit de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw is dat ze na het verstrijken van de wettige bewaartermijn in verreweg de meeste gevallen zijn vernietigd. Er zullen andere bronnen moeten worden gevonden, zegt historicus Robin te Slaa, die dit werk in Den Haag en Rotterdam heeft gedaan.

Naast Assen en Groningen was ook Winschoten voor de oorlog een stad met een aanzienlijke Joodse gemeenschap, met 82 panden van Joodse eigenaren. De gemeente Oldambt gaat de voors en tegens naast elkaar zetten van het onderzoeken of ook de toenmalige gemeente Winschoten zich schuldig heeft gemaakt aan de praktijken. De gemeente steekt ook haar licht op in Groningen, waar het zeker is dat het onderzoek er komt.

menu