De rode lijn over de vloer scheidt de schone van de vieze kant op de covid-gang van verpleegafdeling E3 van het UMCG.

Embedded in de frontlinie van het UMCG #1: 'In de eerste coronagolf werd er voor ons geklapt, nu krijgen we klappen'

De rode lijn over de vloer scheidt de schone van de vieze kant op de covid-gang van verpleegafdeling E3 van het UMCG. Foto: Jaspar Moulijn

Dagblad van het Noorden loopt tijdens de tweede coronagolf mee in het UMCG in Groningen. Verslaggevers Maaike Borst en Bas van Sluis doen regelmatig verslag van binnenuit: wat voor gevolgen heeft de coronacrisis voor patiënten en medewerkers? Aflevering 1: besmettingen en agressie op de covid-afdeling.

Op de vloer van de gang loopt een rode lijn. Links van de streep is de schone kant, rechts de vieze.

Dat zie je niet, dat weet je.

De lijn loopt door de gang van kamers 89 tot en met 94 van verpleegafdeling E3. Hier, achter deuren en borden waarop herhaaldelijk ‘geen doorgang’ staat, heeft het UMCG Groningen de eerste coronapatiënten van de tweede golf opgenomen.

Aan de vieze kant van de rode streep liggen hun kamers. Als een van de deuren opengaat klinkt een diepe, opgeluchte zucht van een verpleegkundige die zich net heeft bevrijd van jas, muts, bril, mondmasker, handschoenen.

Ze steekt over naar de schone kant. Daar waar het virus niet rondwaart – als het goed is.

Je weet het nooit zeker. Vorige week gebeurde wat in die hectische eerste golf in het UMCG nooit gebeurde: drie mensen die op E3 hebben gewerkt zijn besmet.

Alsof die korte gang in drie weken tijd niet al genoeg voor de kiezen had gekregen.

Ze zijn alle drie aangehoest door dezelfde patiënt

,,Aangehoest?’’

De bedrijfsmaatschappelijk werker van het UMCG Wieger Jan Kooij heeft nog nooit van het woord gehoord - maar kan zich er alles bij voorstellen. Hij is ter ondersteuning in de koffiekamer van E3, waar de deskundige van infectiepreventie Francine Dekker-Kok de verpleegkundigen bijpraat over het onderzoek naar de besmette medewerkers.

Ze zijn alle drie aangehoest door dezelfde patiënt. Een patiënt bovendien, van wie het bezoek zich niet aan de regels hield en zomaar de geïsoleerde kamer in en uit liep. Over die rode lijn.

Misschien zijn de medewerkers daardoor besmet geraakt, misschien hebben ze gewoon los van elkaar Covid-19 opgelopen terwijl ze naar de supermarkt gingen. Anders dan in de eerste golf waart het virus nu volop rond in Noord-Nederland.

Dekker-Kok weet het ook niet. Het goeie nieuws is: negentig andere medewerkers zijn binnen een dag getest en niemand was verder positief.

En toch. Het zijn wel drie verdachte besmettingen. Infectiepreventie scherpt de maatregelen aan. In plaats van een bril gaat iedereen op het ‘covid-cohort’ een gezichtsmasker dragen en er wordt nog vaker schoongemaakt. ,,We moeten nóg veiliger gaan werken dan we al deden.’’

De verpleegkundigen horen het kalm aan. De meeste reageren nuchter en realistisch, zegt hoofdverpleegkundige Janny van der Ploeg. Maar als bedrijfsmaatschappelijk werker Kooij doorvraagt over hoe ze hier als team mee omgaan, komen ook de zorgen naar boven.

,,Hoe bescherm ik mijn familie?’’, vraagt een verpleegkundige. ,,Mijn moeder heeft COPD.’’

Kooij knikt. Dat zijn de zaken waarover gepraat moet worden. Kom vooral bij ons langs, nodigt hij uit.

,,Aangehoest’’, benadrukt hij nog een keer zijn verbazing. ,,Die term zegt veel over jullie werk. Je zult maar aangehoest worden.’’

De verpleegkundigen glimlachen vanachter hun mondkapjes veelbetekenend naar elkaar.

Het kan wel erger hoor.

‘Sommige patiënten en hun familie waren echt boos’

,,Niks ging vanzelf’’, zegt hoofdverpleegkundige Janny van der Ploeg over de start van de tweede golf op haar afdeling. ,,De onvoorspelbaarheid van dit virus maakt het zo heftig.’’

Je kan nog zo goed voorbereid zijn – en dat waren ze – het gaat toch altijd weer anders dan je verwacht. De patiëntenpopulatie is anders, het ziekteverloop is anders, het team is anders, het vervoer is anders geregeld, de opnames verlopen anders. ,,Maar uiteindelijk vinden we altijd wel een weg.’’

De tweede golf begon voor het UMCG eind september met overplaatsingen vanuit Rotterdam. Verpleegafdeling E3, normaal gesproken bestemd voor de interne geneeskunde, kreeg de eerste patiënten toegewezen. Maar niet iedereen was blij met die overplaatsingen.

,,Sommige patiënten en hun familie waren echt boos’’, vertelt verpleegkundige Mariska Reitsma. ,,Omdat ze helemaal hiernaartoe gehaald waren. Ze begrepen het niet. En wij hadden het gedaan.’’

Het is anders dan bij de eerste golf, toen patiënten uit voornamelijk Brabant blij waren met de zorg die hun eigen overvolle ziekenhuis niet meer kon bieden. Dit keer zijn mensen al overgeplaatst om de crisis voor te zijn, waardoor de noodzaak voor patiënten en hun familie minder duidelijk is.

Groningen? Sommige families zijn er nog nooit geweest. En waarom moet juist hun moeder hiernaartoe? En hoe komt ze weer terug? En hoezo mogen ze, nu ze helemaal in Groningen zijn, maar één keer op bezoek?

Een substantieel deel van de coronapatiënten uit de grote steden heeft een niet-westerse achtergrond. Die komen ook naar het UMCG. ,,Dus je hebt ook een taalbarrière’’, zegt Reitsma. ,,Mensen komen uit andere culturen, spreken slecht Nederlands. En liplezen kan ook niet met zo’n mondmasker.’’

Voor Reitsma is de agressie schokkend. Dat heeft ze nog niet vaak meegemaakt. Een baliemedewerkster zegt: ,,In de eerste golf werd er voor ons geklapt, nu krijgen we klappen.’’

Hoofdverpleegkundige Van der Ploeg schrikt er minder van. Verpleegkundigen op de ‘interne’ zijn niet voor niets al uitgerust met ‘button’ waarmee ze direct assistentie kunnen vragen. Maar het houdt de gemoederen op E3 wel bezig. Zeker nu er ook besmettingen zijn die mogelijk te maken hebben met patiënten en bezoekers die moeilijk te instrueren zijn.

Het is net als in de samenleving: je kunt nog zoveel rode lijnen op de grond tapen, het zijn de mensen die zich aan de afspraken moeten houden.

loading

Je bent ook nog eens slecht te verstaan door dat mondmasker

Aan de schone kant van de rode lijn bindt verpleegkundige Sander Zandvoort een vrolijk mutsje met paarse vlindertjes om zijn weelderige zwarte krullen. De gewone blauwe steriele mutsen zijn al een tijdje op.

Deskundige infectiepreventie Klaas de Jonge kijkt toe. Notitieblokje in de hand. Infectiepreventie observeert voor de zekerheid de aan- en uitkleedprocedure van verpleegkundigen op E3.

Muts, blauw schort, medisch mondkapje, bril, handschoenen. Zandvoort checkt of alles goed zit in het kleine spiegeltje aan de kar met beschermingsmiddelen. ,,Ik vond die andere mutsen toch fijner.’’

De infectioloog ziet geen problemen: Zandvoort is beschermd. Onherkenbaar ingepakt stapt hij over de rode lijn en loopt hij een van de kamers binnen. Zo onherkenbaar dat patiënten het soms niet eens opmerken als hij het overneemt van een collega.

Het is raar werken. Non-verbaal communiceren kan niet, en je bent ook nog eens slecht te verstaan door dat mondmasker. Toon dan maar eens je medeleven aan een patiënt. Of ga de discussie aan over de voorschriften.

Op de patiëntenkamer hangt een foto van Zandvoort. Onbeschermd en open kijkt hij de camera in. Zwarte krullen, vriendelijke ogen, brede lach.

Zo hebben ze van alle verpleegkundigen op E3 foto’s laten maken. Om de patiënten toch te kunnen laten zien wie ze eigenlijk zijn: gewone mensen van vlees en bloed in abnormale omstandigheden.

menu