Deskundige infectiepreventie Paulien Vierdag krijgt de hele dag door vragen over het coronavirus.

Embedded in de frontlinie van het UMCG #8: Achter elke coronatest zit een verhaal

Deskundige infectiepreventie Paulien Vierdag krijgt de hele dag door vragen over het coronavirus. Foto: Siese Veenstra

Dagblad van het Noorden loopt tijdens de tweede coronagolf mee in het UMCG in Groningen. Wat voor gevolgen heeft de coronacrisis voor patiënten en medewerkers? Vandaag aflevering 8: op zoek naar de bron.

,,Ze heeft al 8 centimeter ontsluiting! O nee!’’

Paulien Vierdag kijkt naar de informatie op haar scherm en verbergt dan even haar hoofd in haar handen. Moet ze echt een vrouw midden in haar bevalling laten isoleren omdat de coronatest van de vader positief is?

,,Ah jakkes’’, verzucht ze en draait dan het nummer van de kraamafdeling.

,,Met Paulien Vierdag van infectiepreventie.’’

De microfoon van haar headset hangt voor haar zwart-witte mondkapje. Ze heeft een droge mond van het bellen. Vierdag heeft ‘pieperdienst’ en wordt – zoals gebruikelijk – overstelpt met coronavragen.

Geduldig stond ze iedereen te woord - ‘ja, als je keelpijn hebt en binnen 24 uur moet werken kun je nu een antigeen-sneltest krijgen’ - totdat de student haar kamer binnenliep met de positieve testuitslag van de vader die, zo blijkt als ze de afdeling belt, eind oktober corona had en al een dikke week klachtenvrij is.

,,Ja. Maar hij test nu nog positief. Dus ze moet wel in isolatie.’’

Met de verpleging van de kraamafdeling neemt ze de regels door. De vader mag erbij blijven als hij een chirurgisch mondneusmasker draagt. De moeder van mevrouw is er ook? Oké, dat kan, maar die moet dan straks wel in thuisquarantaine. En de kraamvrouw zelf, vraag de verpleegkundige, moet die ook een mondkapje op?

De wenkbrauwen van Vierdag, zelf moeder, schieten verbaasd omhoog. ,,Nou, in ieder geval niet als ze aan het persen is.’’

Ze hangt op. ,,Een mondkapje op tijdens het persen’’, zegt ze hoofdschuddend tegen de collega die haar zorgzaam een kopje thee inschenkt.

,,Dat zou marteling zijn.’’

Rekken vol met reageerbuisjes

Achter elke test zit een verhaal. Beneden in het lab van de afdeling Medische Microbiologie en Infectiepreventie staan rekken vol met reageerbuisjes met blauwe dopjes en barcode-stickers. In elk buisje zit een wattenstaafje en wat oplosmiddel.

De buisjes bevatten monsters van patiënten die op een operatie wachten, van snotterige artsen, van leraren die nodig weer voor de klas moeten, van verpleegkundigen met een coronalink, van ouderenverzorgers die weer aan de slag moeten, van geliefden die in het ziekenhuis bij een patiënt overnachten.

Zoals de vader van het bijna geboren kindje.

Veel tijd om zich af te vragen welk verhaal in dat buisje is verborgen hebben de lab-analisten niet. Ze draaien nu zes- tot achthonderd testen per dag, in de zomer waren dat er zelfs twaalfhonderd. Totdat het niet meer ging en een deel van de monsters naar Duitsland werd gestuurd.

,,Dat voelde ook een beetje als een nederlaag’’, zegt Marjolein Knoester, chef de clinique van de afdeling Medische Microbiologie en Infectiepreventie. ,,Het liefste doe je het zelf. Maar het gaf wel lucht.’’

Tijdens een videovergadering snaait ze – microfoon gedempt – snel wat chocoladekoekjes. Ze rolt van bespreking naar bespreking. Corona heeft haar afdeling op de kop gezet. Sinds februari is geen week meer hetzelfde. Steeds zijn er nieuwe inzichten, nieuwe protocollen, nieuwe technieken.

loading

Dit is de week van de invoering van antigeen-sneltesten op de coronapoli van het ziekenhuis. Maandagochtend vroeg begonnen en vrijwel meteen raak. Nog voor tien uur hoort Knoester van de eerste positieve sneltest. Ze veert op. Het werkt! Een nieuwe stap op weg naar het controleren van deze pandemie.

Best gek, realiseert ze pas later, om blij te worden van een positieve coronatest.

Onderbuikgevoel

,,Weer eentje van het personeelsrestaurant?’’

Het zit Paulien Vierdag niet lekker. De eerste positieve sneltest was van een medewerker uit het restaurant en later op de dag kwam de tweede. En was er daar vorige week niet ook een medewerker positief?

Ze zoekt het na. De vorige besmetting daar was op 29 oktober. Was dat de bron van deze nieuwe positieve gevallen? Elf dagen verschil is groot. Maar het is mogelijk.

Ze belt het slechte nieuws door. ,,Hoe kan dat nou?’’, reageert de medewerker verbaasd. ,,Ik heb me aan alle regels gehouden.’’

Vierdag heeft een onderbuikgevoel. Is er iets bij het restaurant dat toch niet helemaal goed gaat? Misschien bij het omkleden, dachten medewerkers.

Deskundigen infectiepreventie zijn soms net rechercheurs. Als virussen of bacteriën in het ziekenhuis opduiken proberen ze de bron op te sporen. Bij bacteriën is dat vaak goed te achterhalen, omdat je vrij gemakkelijk kunt checken of twee mensen door dezelfde bacterie zijn geïnfecteerd. Bij virussen is dat moeilijker. De precieze genetische kenmerken van een virus nagaan (‘sequencen’) is complex en duur.

Irritant, vindt Vierdag. Ze houdt niet van aannames, ze houdt van bewijs.

Achterhalen

,,Wereldwijd wordt er in de tweede golf heel weinig gesequenced’’, zegt viroloog Coretta van Leer in een online-overleg met haar collega’s.

Ze discussiëren over de vraag of het wenselijk en mogelijk is om positieve medewerkers te ‘sequencen’, oftewel achterhalen tot welk genotype het virus behoort om zo te traceren waar de besmetting precies vandaan komt.

,,De Witte Huis-uitbraak lijkt bijvoorbeeld iets heel speciaals te hebben’’, gaat Van Leer verder. ,,Die zou je kunnen volgen, maar het lijkt alsof niemand die tweede golf aan het sequencen is. Alleen in Denemarken, daar hebben ze dus die rare spike-proteïne bij nertsen gevonden.’’

,,Als je medewerkers gaat sequencen moet je ook alle patiënten gaan sequencen’’, ziet haar collega Bert Niesters beren op de weg. ,,Ik weet niet of we dat willen.’’

,,Dit is een superinteressante vraag’’, zegt Marjolein Knoester. ,,Ik kan me ook voorstellen dat we zeggen: we gaan hier vol voor. Waarom zouden we niet willen weten wat hier precies rondwaart?’’

Van Leer: ,,Het kost veel geld dit.’’

Niesters: ,,Daar moet Alex iets van vinden.’’

Alex Friedrich is hoofd van de afdeling medische Microbiologie en Infectiepreventie, lid van het landelijke Outbreak Management Team en inmiddels een lokale beroemdheid om zijn soms dwarse koers waarmee hij landelijk beleid ter discussie stelt.

Deze week is Friedrich ontspannen. De piek van de tweede golf lijkt voorbij, het Noorden staat er goed voor, het aantal besmettingen in het UMCG valt hem in vergelijking met andere ziekenhuizen mee.

,,Hoe gaat het met de analisten en de deskundigen?’’, vraagt hij aan Marjolein Knoester en Jet van der Weerd, hoofd van Infectiepreventie. ,,Houden ze het nog vol?’’

Knoester en Van der Weerd knikken. Zo’n pandemie is heftig, maar geeft ook energie. Nog nooit was hun vak zo belangrijk. En nu de tweede piek voorbij lijkt, is ook de ergste druk eraf. Al is het nog lang niet klaar.

,,Als ik het nieuws zo volg kunnen we ons gaan opmaken voor de covid-vaccinatie’‘, zegt Van der Weerd. ,,Kom maar op.’’

loading

Coronamoe

Het geeft energie, inderdaad, maar eerlijk is eerlijk: soms is Paulien Vierdag ook best een beetje coronamoe. Die vragen over het virus stoppen zelfs niet als ze thuis is. Familie, vrienden; iedereen gebruikt haar als de vraagbaak.

‘Paulien? Wat moet ik nu doen?’

Als er dan ineens een telefoontje tussendoor komt dat níet over covid gaat, moet ze even schakelen. Och, hoe zat het ook alweer met die bacterie? Op haar scherm checkt ze snel de protocollen.

,,Ik wil graag een keel/rectum-kweek”, zegt ze dan. ,,En helaas moet de patiënt wel in isolatie blijven. Want die e-coli valt wel mee, maar die andere bacterie is echt een nare.’’

Ook het gewone werk gaat door. Gelukkig maar.

Even iets anders.

menu