Moestuinieren is hip.

Eten en Drinken: Eten uit eigen (stads)tuin

Moestuinieren is hip. Foto: Shutterstock

Een eigen moestuintje. Achter het huis, op het binnenplaatsje of het balkon, zelfs op de vensterbank. Oogsten kan nog niet meteen, plezier hebben wel.

Thuis moeten zitten terwijl de zon schijnt, het groen uitloopt en de lente nadrukkelijk op de deur klopt. Er zijn weleens gemakkelijker tijden geweest voor de uitgaande mens. Voor de gedwongen thuisblijver bieden zon en openslaande deuren wellicht een nieuwe uitdaging: moestuinieren, je eigen groenten, kruiden of vruchten kweken.

Niet iedereen heeft een tuin achter huis of kan een volkstuin bemachtigen. Maar zelfs op een balkon of achter een raam (je eigen kas!) kunnen in potten groentejuweeltjes en kruiden worden gekweekt. Een kennis heeft zelfs een moesvlot op een gracht. Gewoon een grote bak vullen met bemeste tuinaarde, en zaaien en planten maar.

Eenvoudige groeisels thuis

We zijn alvast begonnen met wat eenvoudige dingetjes thuis. Snij van de lente-uitjes die je in de salade doet de onderkant met wortel af. Gooi niet weg zoals gebruikelijk, maar zet ze in een bodempje water. Ververs elke dag en er groeit weer mooi groen uit. Makkelijker tuinieren gaat bijna niet. Nog wat tips: leg eens een gedroogde kapucijner of bruine boon op een nat watje of wc-papier – wel vochtig houden – in de zon op de vensterbank en binnen een paar dagen ontkiemt hij. Nog wat later komen er blaadjes en kun je hem in een pot zetten.

Haal de pitjes uit tomaat, paprika, Spaanse peper of pompoen en laat ze een paar dagen drogen. Doe ze dan in een potje met grond en voordat je het weet groeit er een plant uit. Stop een knolletje gember van 2 centimeter – afgesneden van uw supermarktgember – in een pot met vochtige aarde (net niet helemaal onder het oppervlak) zet op de vensterbank en binnen enkele maanden heeft u grote gemberstukken.

Yoghurtemmer als plantenkasje

Voor ‘thuistuinieren’ heb je helemaal geen ingewikkelde zaken nodig. Zo’n plastic emmertje met deksel waarin snoeptomaten zaten? Een prima kasje. Yoghurtemmertjes met een hengsel? Vullen met wat grond en zaad en hang ze naast elkaar aan een dikke stok op het balkon. Heb je je eigen hanging baskets .

Je staat verbaasd hoeveel je op een paar vierkante meter binnentuin of balkon kunt verbouwen. Als je elke centimeter benut, inclusief muren en schuttingen, kun je een behoorlijk oogst halen. Potten met kruiden kun je op verschillende hoogtes plaatsen. De eenjarige basilicum heeft warmte en zon nodig, maar peterselie is een gemakkelijke overwinteraar.

Steek een takje rozemarijn in de grond

Zet een struikje rozemarijn – je kunt beginnen met een takje dat je in de grond steekt – tegen een zonnige muur en je kunt jaren achter elkaar blaadjes oogsten. Lekker om het over aardappelpartjes te strooien, met knoflook en wat olijfolie, en de schotel dan een klein uurtje in de oven te zetten. Probeer dat ook eens met salie, een mooi meerjarig kruid. Ook een mooie balkonplant en de blaadjes kun je lekker frituren of gebruiken voor een Italiaanse saltimbocca .

In de stadse tuin kun je klimplanten leiden naar de zonnigste plekjes, je kunt overal hanging baskets hangen. In die ‘hangmandjes’ kun je bijvoorbeeld aardbeien of kerstomaatjes planten. Meestal kweken we tomaten verticaal door ze omhoog te leiden langs gaas of bamboestokken. Maar tomaat is eigenlijk een kruipplant, die zijn vruchtjes onder bladeren verbergt; in een hangmand hangen ze daarentegen zichtbaar en plukbaar.

Tomaat is geliefd maar kwetsbaar

In de stadstuin is tomaat een van de geliefdste groenten, en eigenlijk ook gemakkelijker te kweken dan in de vollegrondstuin. Tomaten, hoe lekker sappig ook, zullen in ons klimaat vaak mislukken als je ze in de volle grond plaatst. Denk je ze mooi grootgebracht te hebben, barstensvol met beloftevolle groene tomaten, worden ze aangetast door fytoftora! Binnen enkele dagen wordt het een rottende woestenij. Allemaal te danken aan de soms vochtige zomers. Een afdak boven de tomaten kan helpen dit drama te voorkomen, of een kleine kas met voldoende luchtcirculatie.

De stadstuin, waar hoge gebouwen de wind weghouden en stenen muren de warmte langer vasthouden, is ideaal voor de tomaat. En als je toch bezig bent: tegen die warme zuidelijke of westelijke muur kun je ook pepers, komkommers, aubergines en zelfs perziken kweken.

De makkelijke teelt: woekeraars!

Komen we bij de makkelijke teelt. Woekeraars bijvoorbeeld, planten die niet te beteugelen zijn. Munt – die in vele variaties voorkomt – is een meerjarige woekeraar. Zet munt alleen in de volle grond als je hem kunt inperken, anders is een grote pot heel geschikt. Of nodig veel vrienden uit voor muntthee met honing.

Bladgroenten zijn eenvoudig te zaaien en je kunt er al snel van eten. Pluksla is na een paar weken te oogsten en het telen van rucola is helemaal gemakkelijk: strooi wat zaad, hark er uit de losse pols wat aarde over en onder je ogen krult het groen omhoog. Bij rucola is het verstandig in verschillende fasen te zaaien, zodat je een heel seizoen kunt oogsten. Heerlijk door een salade en met zijn nootachtige smaak een prima vervanger van basilicum in pesto – hoewel we die dan niet meer zo noemen. Ook lekker: de bladeren mengen met mayonaise en wat peper, pureren en dan serveren bij een zalmburger.

Snijbiet en de lookfamilie

Nog een makkelijke groente: de snijbiet. In tegenstelling tot andijvie of kropsla schiet deze niet door. Als je de bladeren laag bij de grond afsnijdt, groeit er snel weer nieuw blad voor een nieuwe oogst. Snijbiet is niet alleen te gebruiken in allerlei salades, maar je kunt het ook lekker roerbakken of stoven. Wel kort na het oogsten verwerken, want het blad verslapt snel.

Fijne smaakmakers vinden we in de lookfamilie. Denk aan daslook en kraailook, waarvan de jonge bladeren heerlijk zijn in salades of sauzen, en dat nu je overal in parken en bossen ziet. Kun je ook in je eigen tuintje neerzetten, maar wellicht is het verstandiger ze te beperken tot potten. Zet ze dan naast hun broertje het bieslook, dat jaarlijks in steeds rijkere stelen terugkeert.

Ook met knoflook kan weinig misgaan, hoewel je dat eigenlijk pas in het najaar ‘kweekt’. Neem een teentje en stop het een centimeter of 5 diep in de losgemaakte grond – een beetje ophogen is handig. Op een vierkante meter kun je zo’n dertig tot veertig teentjes poten. In juni van het volgend jaar, als het blad geel wordt, kun je heel mooie bollen oogsten.

Courgettes groeien als vanzelf

Aan courgettes hoef je ook niet veel te doen, ze groeien als vanzelf. Wij zetten ze op de composthoop. Ze blijven vruchten produceren, maar je kunt ook de courgettebloemen plukken en in een beslagje frituren, zoals de Italianen doen. Ook een courgette kun je overigens heel goed in een grote pot in je stadstuintje of binnenplaatsje zetten.

En dan zijn er planten voor het oog, voor de neus en voor volgend jaar. Sommige kruiden of planten kun je gewoon laten doorschieten. Ze mogen dan niet meer eetbaar zijn, ze zijn wél een lust voor het oog. Venkel groeit bijvoorbeeld uit tot een metershoog weefwerk van stengels en ragfijne vederblaadjes. Uien en bieslook geven prachtige paarsblauwe ‘bollen’, koriander maakt mooie bolletjes – de zaadjes. Als die een beetje bruin worden moet je de takjes afknippen en op zijn kop te drogen hangen. Heb je korianderzaad voor in de keuken of voor volgend jaar in de tuin.

menu