Eddy Wiers verzamelt en repareert sinds zijn 12e motoren, brommers en auto's.

Eddy Wiers verzamelt en repareert auto's, motoren en fietsen: 'Ik verkoop niks. Gaat nooit gebeuren'

Eddy Wiers verzamelt en repareert sinds zijn 12e motoren, brommers en auto's. Foto: Duncan Wijting

Hij moet zijn buik inhouden, zo weinig loopruimte is er. De twee schuren van Eddy Wiers (80) zijn volgestouwd met auto’s, motoren, fietsen en onderdelen. De oud-monteur uit Slochteren verzamelt en repareert: ,,Nee, ik verkoop niks. Nooit. Dat vind je raar? Zo zijn er meer, hoor. Ik ben echt niet de enige.’’

Het ene verhaal leidt naar een ander verhaal. Een tip van een collega die een wandelrubriek verzorgt. Over een man in mijn eigen dorp nota bene. ‘Ik heb op mijn omzwervingen een prachtige paradijsvogel voor je gevonden. Zeer gezond van lijf en leden en in het bezit van twee schuren met 100 jaar oude fietsen, wat minder oude bromfietsen, alsmede een Triumph Mayflower – daarvan zijn er nog drie in Nederland – en een A-Ford uit 1928. Je weet niet wat je ziet.’

Paradijsvogel

We wonen al zestien jaar in Slochteren, ons dorp. Het voelt als thuis, er zijn vrienden, de kinderen groeien er op, maar we blijven import. Ik weet dus niet dat aan de Hoofdweg een ‘paradijsvogel’ woont. Sterker, ik zou 100 jaar kunnen worden en het nog niet weten.

‘Je kunt er zo eens een keer aan lopen’, besluit de collega.

De mens is zo veranderlijk als het weer. Maar de 80-jarige Eddy Wiers sleutelt. Elke dag. In de week tussen kennismaking en interview verandert het weer. Van bloedheet naar herfstige regen, maar beide keren staat hij bij dezelfde TWN-motor. Als hij een dag niet naar de schuur gaat, vraagt zijn vrouw Geesje of hij ziek is.

Het zoutpad

Hij woont in het huis waar hij is geboren. De vroegere drogisterij is zelfs al vier generaties in familiebezit. Zijn vrouw, dochter van de bakker uit Froombosch, zit buiten onder het afdakje te lezen in De wilde stilte . Een vervolg op Het zoutpad , over een wandeling langs de woeste Engelse zuidkust van Raynor Winn en haar ernstig zieke man Moth.

We hebben het even over de boeken. ,,Ik ben geen lezer’’, zegt manlief, ,,nooit een boek in de handen gehad. Ja, instructieboekjes.’’ Hij sleutelt. En verzamelt. Al sinds zijn twaalfde. De eerste motorfiets was een Eysink, 98 cc, bouwjaar 1936. Gekocht voor 20 gulden. Zo’n 9 euro, omgerekend naar de huidige munteenheid. Verdiend met aardappel krabben.

Drentsche Auto-Bus-Onderneming

Zoals de ouden zongen, piepen de jongen. Vader Jan-Christiaan was ook verzamelaar en werkte als monteur bij DABO in Meppel, de Drentsche Auto-Bus-Onderneming. Zoon was tot zijn 56ste in dienst bij Ford-dealer Gronam in de stad Groningen. Als revisiemonteur.

Hij werd ziek in 1996. ,,Bijna verlamd. Alleen staan lukte. Soort hernia. Toen had ik deze rommel al. Ik kon weinig meer, maar als ik even tussen de motoren liep, was de dag weer goed.’’

Eddy Wiers is een echte ‘motorman’, zij het niet merkvast. Zijn zoons wel, eveneens verzamelaars-reparateurs. Jan-Christiaan woont verderop in de straat, is ‘een Harley-man’. Wiert-Jan woont in Schildwolde en is ‘een Honda-man’.

Triumph Mayflower

We wurmen ons zijdelings langs de spullen, onderwijl hij op motor, fiets of auto wijst. Een Chevrolet uit 1932, een A-Ford Tudor uit 1928, een Ford Popular uit 1951. Bij elk exemplaar hoort een verhaal. Zoals bij de Triumph Mayflower uit 1948. ,,Zijn er nog drie van in Nederland, zeggen ze. Rijdt als een lelijke eend. Zoiets komt op je weg. Gekocht van een publieke vrouw. Ik blijf ervan af, restaureren wordt hem niet meer.’’

Een groene motor, een Gillet Herstal, blijkt van George Martens geweest, een van de oprichters van kunstenaarsvereniging De Ploeg. De flamboyante schilder woonde aan het Kattendiep, vlakbij de ingang van de Gronam-garage. ,,Hij zag altijd in vol ornaat op dat ding. Toen hij overleed, kreeg ik de motor van zijn zoon, die woonde hier op de borg. Voor een bos bloemen en een paar droge worsten. Zo’n motor was in die tijd echt niks waard.’’

Een hobby, geen handel

We kennen van veel dingen de prijs, maar niet de waarde. Ook dat is betrekkelijk. Het is voor Eddy Wiers een hobby, geen handel. ,,Ik verzamel en repareer, dat is de lol. Bezig zijn. Wat ik doe is ze zoveel mogelijk in originele staat terugbrengen. Maar als dit straks niks meer waard is, zal mij dat een zorg zijn.’’

De meeste exemplaren zijn compleet, althans in onderdelen. Maar hij heeft ook spullen die niet bij een motor, auto of fiets horen. ,,Er komt geregeld iemand langs. Heb je dit, heb je dat? ‘Even bij Eddy kijken’, klinkt het. Ik had krukjes staan. Maar dan blijven mensen zitten, kan ik niet verder. Bezoek is prima, maar op zeker moment wil ik weer aan de slag.’’

‘De deur kan niet meer dicht’

Hij was vroeger nog veel gekker, had 140 motoren, 40 auto’s en 20 trekkers. Tot zijn vrouw zei: ,,De deur kan niet meer dicht.’’

Ze zijn in 1973 getrouwd. Omdat hij een ‘vrije vogel’ was, werden er afspraken gemaakt. ’s Ochtends doen ze dingen samen, zoals boodschappen. ’s Middags zit hij in de schuur, zij leest. Tot vijf uur, dan is het etenstijd. En van half zes tot negen weer verder. ,,Zou hou je vree met elkaar.’’

Het gaat om het hebben

Hij verkoopt niks. Ook niet als iemand zijn droommotor ziet? Eentje maakt toch niet uit? Heeft de verzamelaar weer ruimte voor iets anders. Maar dat gaat niet gebeuren. ,,Een verzamelaar is hebberig. Het gaat om het hebben. Dat vind je raar? Zo zijn er veel meer, hoor. Ik ben echt niet de enige. Ik koop trouwens bijna niks meer. Ik kan nog wel twintig jaar vooruit met repareren.’’

Het zelf rijden is gestopt. De rug zit tegen. De motor aantrappen lukt niet meer. Een historische toerrit met een oude fiets gaat nog wel. Lange jas aan, hoge hoed, geheel in stijl.

Echte hobby

,,Weet je trouwens wat mijn echte hobby is?’’ zegt hij. ,,Breien en borduren. De ouders van mijn opa en oma waren schippers. Voeren op Rusland, waren soms een halfjaar van huis en moesten dus zelfvoorzienend zijn. Oma zei: ‘Jij moet ook leren alles zelf te doen’. Ik begon op mijn vijfde.’’

Zijn vrouw schudt het hoofd: ,,Hoezo breien en borduren? Dat zie ik je nooit doen.’’

,,Nee, want ik kom er niet aan toe.’’

menu