Het kantoor van Bok-Bright, oftewel Trademark Office, aan het Kwinkenplein in Groningen.

Ex-werknemers onthullen de dagelijkse praktijk bij Trademark Office: 'Make some fucking sales'

Het kantoor van Bok-Bright, oftewel Trademark Office, aan het Kwinkenplein in Groningen. Foto Peter Wassing

Een schreeuwende baas vlak achter je. Een belscript vol leugens. Vier studenten delen hun ervaringen op de belvloer van het Groningse callcenter Bok-Bright, alias Trademark Office. „Het zijn criminelen.”

Dit is hoe de werkdagen van callcenteragent Lukas* aan het eind van 2017 ongeveer verlopen. Hij logt in, krijgt een bedrijfsnaam op zijn scherm en belt een bijbehorend telefoonnummer.

,,Goeiedag, met Trademark Office”, begint hij als er wordt opgenomen. ,,Wij zien dat er een aanvraag is binnengekomen voor de .com-versie van de domeinnaam van uw bedrijf.” Soms zegt hij geen .com, maar .org of .eu; het hangt er maar net vanaf wat voor website de ondernemer zelf al heeft. ,,Komt die aanvraag van u?”, vraagt Lukas dan.

Werknemer fietst naar huis met schuldgevoel

Het antwoord op die vraag is nee. Altijd nee. ,,Oei”, vervolgt Lukas, ,,dan kan het zijn dat de aanvraag van een concurrent komt, die u schade wil berokkenen. Heeft u toevallig concurrenten die in dezelfde regio actief zijn als uzelf?”

Het antwoord op die vraag is altijd ja. Dan biedt Lukas de oplossing voor het probleem: hij kan de domeinnaam voor tien jaar als intellectueel eigendom vastleggen. Dat kost één keer een bedrag van rond de 300 euro, en daarna jaarlijks een paar tientjes, afhankelijk van hoeveel extra’s de klant wil. Zo kan er niemand aan de haal gaan met zijn domein.

Soms zit Lukas huilend op de fiets na zijn shift, van schuldgevoel. Omdat hij iets weet wat die opgeluchte ondernemer niet weet: er ging sowieso niemand met z’n domeinnaam aan de haal. Er was helemaal geen aanvraag van een concurrent. Nu zit iemand tien jaar vast aan kosten die pakweg het driedubbele zijn van wat een internetdomein normaliter kost.

Bedrijf verdient geld met vastleggen domeinnamen

Lukas is één van de vele Groningse studenten die enkele maanden gewerkt heeft voor business-to-businesscallcenter Bok-Bright in Groningen. Naar buiten toe heet het bedrijf Trademark Office. Het is in 2016 opgericht door Jonathan Oudekerk en Boy Hoogeveen, die nog steeds de leiding in handen hebben.

Het bedrijf verdient geld door voor andere bedrijven domeinnamen vast te leggen. Heeft een bedrijf een website die eindigt op .nl, dan zorgt Trademark Office dat ook de .com, .org of .net-extensie voor diezelfde partij wordt gereserveerd. Zo weet een ondernemer zeker dat googelende klanten bij hém terechtkomen, en niet bij een concurrent die zo slim is om een bijna identieke websitenaam te registreren.

Zelf omschrijft Oudekerk (27) het zo: ,,We zeggen: hee, wij zien dat er een aantal extensies van jouw domeinnaam vrij registreerbaar is. Dan geven we de keus: wil je dat zo houden, en het risico lopen dat iemand anders ze registreert? Of wil je dat wij ze voor je vastleggen?”

Gedupeerde ondernemers beleven verkoopgesprekken heel anders

Maar volgens ondernemers die met Trademark Office in zee gegaan zijn, gaat het telefoongesprek heel anders. Ze krijgen te horen dat er al iemand anders is die hun domeinnaam wil kopen. En dat ze dat alleen kunnen voorkomen door Trademark Office te betalen. Namens een kleine 160 ondernemers lopen er civiele rechtszaken tegen Trademark Office. Oud-medewerkers bevestigen dat ze moesten liegen.

Make some fucking sales!'

Wie bij Bok-Bright aan de slag gaat, krijgt een trainingsgids. In hoofdstuk 2 staat hoe je aan de telefoon ‘het probleem creëert’: „Er is een domeinnaamregistratie binnengekomen. De aanvraag is gedaan op dezelfde lettercombinatie als die van de klant, maar er is een andere extensie aangevraagd. Bent u dit zelf geweest?”

De medewerker moet ‘meedenkend’ zijn. „Concludeer samen met de klant dat de aanvraag gedaan is door een derde commerciële partij.” Mocht degene aan de andere kant van de lijn niet happen, dan dient de telefonist te zorgen ‘dat de klant het echt begrijpt’: ,,Dus de aanvragende partij mag deze naam commercieel in Nederland gaan gebruiken?”

'Iedereen wist dat we onzin verkochten'

Het is een regelrecht dreigement, want geen enkele ondernemer wil dat iemand anders op internet zijn of haar bedrijfsnaam gebruikt. Het is ook een leugen. Trademark Office beweegt bedrijven ermee om voor een hoog bedrag een nieuwe domeinnaam te laten vastleggen als intellectueel eigendom. Studente Marleen laat er geen twijfel over bestaan: zó moest ze ondernemers opbellen, toen ze in 2018 een tijd voor Bok-Bright belde.

„Iedereen wist dat we onzin verkochten”, beaamt Annaliese, een Duitse studente die in 2016 voor Bok-Bright werkte. ,,Maar er werd op kantoor niet over gepraat, het was een soort publiek geheim. Zelf durfde ik in elk geval niets te zeggen.”

Bok-Bright werkt vooral met studenten, die aanvankelijk vaak denken de ideale bijbaan te hebben gevonden. Een riant uurloon, de kans om flinke bonussen te verdienen, een jong team en feestjes waar de baas de drank betaalt.

De harde kern maakt op het terras grapjes over 'hun truc'

Als ze begint, denkt Marleen nog dat ze klanten echt een dienst bewijst. Ze volgt haar script, en dat niet onverdienstelijk. Ze is goed in verkopen, het management mag haar graag. Ze wordt steeds vaker uitgenodigd voor de regelmatige werkborrels op een terras vlakbij het kantoor. Op dat terras maakt de harde kern besmuikte grapjes, over het werk, over hun truc. Dan voelt Marleen pas nattigheid.

,,Tegen medewerkers liegen ze net zo goed”, zegt Gerben, die vorig jaar voor Bok-Bright werkte. ,,Ik heb Jonathan er wel eens naar gevraagd: hoe zit het nou met wat we verkopen, is die externe aanvraag er wel? Ik kreeg een heel vaag antwoord.” Volgens Gerben reserveert Trademark Office de vrije domeinen zélf. Om vervolgens klanten aan de telefoon te waarschuwen voor een mysterieuze, derde partij die achter hun domeinnaam aanzit.

Eigenaar ontkent alle aantijgingen

Eigenaar Jonathan Oudekerk ontkent het allemaal. Als we hem het trainingsboek tonen, zegt hij dat dat niet van Trademark Office is. ,,Wij zeggen niet dat er al een aanvraag is gedaan. Nooit”, benadrukt hij. „Waarom zouden we? Als ik een autoverkoper was, zou ik toch ook geen auto aanbieden met een verkocht-sticker erop, zo van: iemand anders wil deze auto al, maar wil jij ’m misschien kopen?”

Oudekerk stampte Trademark Office persoonlijk uit de grond in 2016. ,,Daarvoor werkte ik als verkoper, abonnementen, goede doelen en zo. Ik was er goed in, maar het zat me niet lekker dat ik verkocht aan consumenten die soms geen ruime portemonnee hadden.”

Nu kan hij zijn salestalent loslaten op bedrijven in plaats van kwetsbare particulieren, verklaart hij. Maar achter bedrijven zitten ook mensen. Zeker achter de bedrijven die Trademark Office volgens de oud-medewerkers het liefst benadert: eenmanszaken en kleine ondernemingen.

'Oudekerk is net de Wolf of Wall Street'

Marleen begint na een tijdje te proberen om die kleine bedrijven uit de wind te houden. „Ik sloeg telefoonnummers van zzp’ers over. Anders voelde het echt als diefstal. Toen de shiftleider dat zag, kreeg ik vreselijk op m’n flikker.”

loading  

Het management in het algemeen – en Oudekerk in het bijzonder – heeft twee gezichten, vertellen de studenten. Het ene: dat van je beste vriend, een inspirerende leider. ,,Elke sale wordt gevierd. Je bent even helemaal de held, krijgt schouderklopjes en een bonus”, zegt Gerben. Zo zonk het zeurende schuldgevoel, dat het eigenlijk niet kon wat hij deed, vaak toch weer weg.

Het andere gezicht zagen ze als het niet goed ging. „Jonathan schreeuwde door het kantoor: make some fucking sales !”, herinnert Annaliese zich. „Soms terwijl hij vlak achter je stond. Of hij trok je stoel onder je weg, zodat je moest staan bij het bellen. Oudekerk gedraagt zich een beetje als de Wolf of Wall S treet. Ik vond hem beangstigend.”

'Rechtszaken zijn vervelend'

De filmtitel Wolf of Wall Street , over de drugsverslaafde effectenmakelaar Jordan Belfort die veroordeeld is voor fraude, valt vaker. Alle oud-medewerkers vergelijken Oudekerk met Belfort. Allemaal zijn ze ook bang voor hem – ze willen alleen onder een schuilnaam hun verhaal doen. Marleen kan zich nóg levendig voor de geest halen hoe Oudekerk erbij stond als hij kwaad was. „Grote ogen, kloppende ader in z’n voorhoofd, schreeuwen en tieren. Hij sloeg wel eens gaten in de deur.”

Marleen had haar buik zó vol van het verkooptrucje dat ze ontslag nam, slechts enkele maanden nadat ze begon. Annaliese, Lukas en Gerben stopten ook snel. Daarna voelden ze een mengeling van opluchting en schaamte. Bok-Bright zetten ze niet op hun cv.

„Ik weet wel dat niet iedereen zich goed voelt bij dit werk”, reageert Oudekerk. ,,Weet je waar ik me slecht bij zou voelen? In de H&M shirts verkopen voor 15 euro, wetend dat ze door een kleuter in elkaar gezet zijn voor een fractie van dat geld.”

De rechtszaken tegen hem noemt hij ‘vervelend’. Op 21 mei komt de Rechtbank Noord-Nederland met een vonnis in een procedure van 32 ondernemers tegen zijn bedrijf. Oudekerk ziet het met vertrouwen tegemoet, want, herhaalt hij nog maar eens: hij doet niets verkeerd. „Tuurlijk, het is harde verkoop. Maar ik kan mezelf in de spiegel aankijken.”

Lukas hoopt dat Bok-Bright na de procedure eindelijk de deuren moet sluiten. „Dat ze tot nu toe gewoon hun gang kunnen gaan, maakt me zo kwaad. Het zijn criminelen.”

De namen van de studenten zijn gefingeerd. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

menu