Expeditie Waddenzee etappe 1: Carlien Bootsma begint aan haar tocht (en vreest een briesende zeehond)

Carlien Bootsma bij haar vertrek in Nieuwe Statenzijl. Foto: Carlien Bootsma / BLICmedia

De zeespiegel stijgt, en misschien wel sneller dan gedacht. Wat heeft dat voor gevolgen voor het Waddengebied en hoe kijken bewoners daar tegenaan? Dat hoop ik te achterhalen tijdens mijn loop van driehonderd kilometer rond de Waddenzee. Dit is de start van een vijfdelige serie: van Nieuwe Statenzijl, tot Delfzijl.

Met een flinke worp gooi ik mijn lege tonijnblikje uit mijn tent. Ik kampeer bovenop de dijk in de buurt van Delfzijl, het is 27 december en dit is de eerste nacht van mijn loop langs de Waddenkust. De geluiden om me heen – geritsel, geschuif – kan ik niet thuisbrengen en dat maakt me bang.

Wat nu als ik word betrapt en weggestuurd? Eigenlijk mag je in Nederland niet wildkamperen. Op een gegeven moment weet ik zeker dat ik het gebries van een zeehond hoor. Die heeft het vast op mijn blikje tonijn voorzien. En dus gooi ik het ding mijn tent uit, zo ver mogelijk weg, om vervolgens diep weg te kruipen in mijn slaapzak.

Later ontdek ik het geluid dat me zoveel angst aanjaagt zelf maak. Ik lig met mijn voeten hoger dan mijn hoofd en schuif langzaam met slaapmat en al naar beneden, de dijk af. Ik hoor het geschuif van mijn mat tegen de tentstof.

loading

Als ik de volgende ochtend wakker word is de binnenkant van mijn tent stijf bevroren, en mijn schoenen ook.

Ik pak mijn boeltje op, raap het lege blikje tonijn van de dijk en zet voet naar Delfzijl.

De Waddenzee wordt bedreigd

Ik loop de komende weken rond de Waddenzee. Van de Duitse grens bij de Dollard via de Groningse en Friese kust, de Afsluitdijk over en dan langs de Waddeneilanden, zo’n driehonderd kilometer in totaal.

Dat doe ik omdat ik wil weten hoe het met die zee gesteld is.

loading

Uit onderzoek blijkt dat zij wordt bedreigd. Door de versnelde zeespiegelstijging komen de wadplaten tegen het einde van deze eeuw niet meer boven water, schrijven onderzoekers. Met alle gevolgen van dien voor het leven in de zee, en voor de trekvogels die hier – in dit grootste aaneengesloten getijdengebied ter wereld – komen bijtanken.

En dat gaat me aan het hart.

Ik hou van die zee. Van haar immer veranderende gedaante. Haar slenken, weidsheid en gitzwarte slik. De schoonheid van haar bescheiden landschap.

En ik hou van de mensen die er wonen. Hoe kijken zij aan tegen zeespiegelstijging? Hoe zien ze de toekomst van hun Waddenzee? Wat speelt er, waar lopen ze tegenaan? Kijken ze vol vertrouwen vooruit?

loading

De dag van vertrek, ik ben zenuwachtig

27 december. Nieuwe Statenzijl. In de afgelopen weken deed ik research, maakte ik een planning en afspraken met mensen die ik onderweg graag wilde spreken.

En dan is het moment daar. De dag van vertrek.

Ik ben toch zenuwachtiger dan ik dacht. Wat nu als het niet lukt? Ik schud de gedachte van me af. Natuurlijk lukt het. Ik kan al bijna dertig jaar lopen, dus dit loopt ook wel los.

Het is een frisse, heldere dag. Rechts van me strekken de kwelders zich eindeloos uit. Daarachter ligt de slikkige Dollard. Links de dijk. Juist in dit gebied wordt veel geëxperimenteerd met nieuwe innovatieve manieren van kustbescherming.

loading

Klei van de kwelder en slib

Neem de Brede Groene Dijk ten noorden van het gehucht Hongerige Wolf. Waterschap Hunze en Aa’s moet de dijk versterken en onderzoekt of dit op een zo natuurlijke mogelijke manier kan worden gedaan. De dijk wordt verhoogd met klei van de kwelder en slib uit de Eems-Dollard dat wordt omgezet in klei.

In de havens verzamelt zich veel slib waardoor er regelmatig moet worden gebaggerd. De waterkwaliteit is niet al te best in het troebele water, waardoor de biodiversiteit afneemt. Aan de andere kant is er in het gebied veel behoefte aan klei om de dijken mee te versterken en de landbouwgrond op te hogen.

„In deze proef benutten we het overtollige slib uit de Eems-Dollard. Een win-winsituatie”, zegt Carrie de Wilde van het kennisconsortium EcoShape, dat de experimenten in de kleirijperij uitvoert. Ik spreek haar telefonisch voor vertrek. „ Building with nature is een hot item tegenwoordig. Wij ontwikkelen hiervoor de benodigde kennis en testen deze in het veld met pilotprojecten.”

„Als we onze dijk op traditionele manier zouden versterken zouden we de huidige graslaag vervangen door asfalt’’, zegt projectleider Erik Jolink. „En dat willen we niet. We kiezen voor een Brede Groene Dijk omdat die mooier bij het unieke kwelderlandschap past. En we gebruiken lokaal beschikbare klei, zoals kwelderklei of klei gemaakt van het slib uit de Eems-Dollard.”

„We winnen ook klei door een gat te graven in de kwelder. Het gat staat in verbinding met de Dollard zodat het slib er bij eb en vloed in en uit kan stromen. Het gat spoelt vanzelf weer dicht.” In de kwelder is ook een broedeiland voor vogels aangelegd. „Afgelopen jaar zaten er al 250 paren te broeden. Ze zitten er veilig voor vossen die het op hun eieren voorzien hebben.”

loading

Doorlopen om warm te blijven

Deze eerste dag loop ik veel verder dan van te voren had gepland. Ik kom de eerste 20 kilometer niemand tegen. En ik moet wel doorlopen om warm te blijven.

De eerste mensen tref ik pas bij het gemaal in Termunterzijl. Een drietal bewoners kijkt verbaasd op als ze me met mijn backpack over de dijk aan te zien komen lopen. Ik vertel wat ik aan het doen ben.

Een van de mannen – met hoed – wijst naar de glooiing in de dijk. „Je kan hier mooi zien hoeveel de dijk door de jaren heen is opgehoogd”, zegt hij. Zijn vrouw nodigt me uit voor een kopje koffie.

De warmte van hun knusse huis maakt me duf. Ik wil de twee lieve mensen – die me voorzien van koffie en zelfgebakken cake – van alles vragen, maar mijn brein werkt niet meer mee. Ze hoeven niet herkenbaar in de krant, liever niet zelfs. Maar ze willen best wat zeggen over zeespiegelstijging.

„Mensen in arme landen, zoals Bangladesh en de stille oceaan, die moeten zich zorgen maken”, zegt de man. Wij Nederlanders redden het wel, bedenken er wel weer wat op. Ik vraag of ze zich veilig voelen in hun huisje pal aan de dijk? Dat doen ze. Hier gaan ze niet meer weg.

loading

Dag twee: alles sist en stoomt

Op dag twee loop ik in alle vroegte naar Delfzijl. Een bizarre ervaring. Alles sist en stoomt. In de verte zie ik een enorme steekvlam als daar wordt afgefakkeld.

Best een contrast – aan de ene kant de Waddenzee, het mooiste natuurgebied van Nederland – en aan de andere kant van de dijk grootschalige industrie.

loading

In het Eemshotel in Delfzijl spreek ik Aaldert de Vrieze van civiel technisch bureau Invraplus. De Vrieze is civiel techneut en heeft een hand in een groot deel van de grootschalige werkzaamheden – dijkversterking, renovatie binnenstad Delfzijl, Marconi Buitendijks (een project om het maritieme karakter van de stad Delfzijl te versterken), het nieuwe strand – in en rond Delfzijl. De Vrieze laat vele voetsporen na in de havenstad.

Ik ben vooral benieuwd naar de proeven met zeekraal in de nieuw aangelegde pionierskwelder voor de kust van Delfzijl waar hij als technisch projectleider aan gewerkt heeft.

Vorig jaar zijn daar miljoenen zeekraalzaadjes gezaaid. Het is een testlocatie voor kwelderontwikkeling om te kijken of dat de effecten van de zeespiegelstijging beperkt. Zeekraal houdt sediment vast, waardoor de kwelder sneller aangroeit en dienst doet als natuurlijke golfbreker.

„En het is daarnaast ook nog eens erg smakelijk en voedzaam.” Er wordt onderzocht welke ondergrond (hoeveel slib en hoeveel zand) het beste werkt voor het plantje. EcoShape leverde de zaden en zaaide ze in. Het bedrijf monitort twee jaar lang hoe zeekraal zich in de verschillende vakken ontwikkelt.

loading

De bodem daalt centimeters

De Vrieze wijst door het raam van het Eemshotel. „Je kunt de kwelder hier zien liggen”, zegt hij. „Het is groots opgezet.” Hij zit al 27 jaar in het vak, en merkt wel het een en ander van zeespiegelstijging. „De nieuwe dijk is 2 meter opgehoogd. En dat is niet voor niets.”

„Maar”, zegt hij. „Dat heeft deels met bodemdaling te maken.”

Hij laat een tabel zien waarop de zeespiegel de komende 50 jaar 35 centimeter stijgt. De bodem daalt hetzelfde aantal centimeters. „Met zeespiegelstijging is het de vraag of we daar een hand in hebben en of we daar iets aan kunnen doen. Maar bodemdaling hebben we zelf veroorzaakt door gas te winnen. Daarvoor moeten we dus de hand in eigen boezem steken. Het Waddenfonds heeft het project dan ook financieel mogelijk gemaakt en de Provincie en Gemeente betaalden ook een deel.”

Hoe lang kunnen we de zee nog buiten houden?

„Dat houdt natuurlijk een keer op. Maar jij en ik zullen dat niet meer meemaken.” Hij zegt: „We moeten voorzichtig met het milieu omspringen. Maar bij paniekmaatregelen, zoals bij de stikstofcrisis, is niemand gebaat”, zegt hij. Het is een praktisch man: diep nadenken, en dan pas handelen.

De Vrieze gaat, nadat de projecten rond Delfzijl zijn afgerond, met pensioen. Deze werkzaamheden zijn een mooie afsluiter voor zijn loopbaan. „Het is bijzonder dat we voor een deel het gezicht van Delfzijl mochten bepalen. Al is het wel spannend of alles blijft liggen. Met kruiend ijs bijvoorbeeld. De natuur is ontzettend sterk.”

loading

Uitdaging om ons tegen het water te beschermen

Ik zet voet richting Eemshaven over de splinternieuwe Ommelanderzeedijk.

Afgelopen jaren werd hard gewerkt om deze dijk als eerste in Nederland op nieuwe Deltahoogte te brengen. En ook hier wordt geëxperimenteerd. Waar kustbescherming voorheen vooral draaide om groter, sterker en breder, wordt er nu meer samengewerkt met de natuur in plaats van ertegen te strijden.

„Het wordt door zeespiegelstijging een steeds grotere uitdaging om ons tegen het water te beschermen”, zegt Silvia Mosterd van waterschap Noorderzijlvest.

Ze vertelt dat het waterschap het probleem wil aanpakken. Onderzoeken. Vandaar de verschillende proefprojecten langs de Groninger dijken. „Daar kun je onderzoek doen en dan met oplossingen voor de stijgende zeespiegel komen.”

***

menu