Expeditie Waddenzee etappe 3: Carlien Bootsma bezoekt een strijdvaardige boerin. 'Wij menen een heleboel te kunnen, maar de natuur is baas'

Aaltje Rispens. Foto: Carlien Bootsma / BLICmedia

De zeespiegel stijgt, en misschien wel sneller dan gedacht. Wat heeft dat voor gevolgen voor het Waddengebied en hoe kijken bewoners daar tegenaan? Dat hoop ik te achterhalen tijdens mijn loop van driehonderd kilometer rond de Waddenzee. Vandaag etappe 3: van Lauwersoog tot Zwarte Haan.

Nieuwe Statenzijl, het startpunt bij de Duitse grens, ligt inmiddels een week, zo’n 100 kilometer en een paar kilo achter mij. Ik verlies in rap tempo gewicht. Omdat er veel energie gaat zitten in warm blijven en lopen met een overmaatse rugzak.

En daarnaast – vrij cruciaal – omdat het niet lukt om te eten.

Ik heb honger als een paard van al dat lopen, maar krijg niks weg. Mijn maag protesteert. Het hele gebeuren is overweldigend. Ik wil het zo graag goed doen: de mensen die ik spreek recht doen, het waddengebied eren.

Geen zin om te creperen

Na een gezellige oudejaarsnacht met vrienden heb ik even geen zin om vannacht alleen in mijn tentje op de dijk te liggen creperen. Via via kom ik bij Karla Bolt terecht van Lauwersmeerplezier. Zij heeft nog wel een bed voor me en ik kan haar wel zoenen. Zo blij ben ik daarmee.

Er waren deze eerste week zoveel mensen die me in huis hebben genomen of anderszins ondersteunden. Alle Kalverboer bijvoorbeeld, met wie ik een rondje mocht varen op zijn schip de Bruinvis, of de garnalenvisser die zijn schip voor oudejaarsnacht beschikbaar stelde.

Die gastvrijheid en goedgeefsheid maakt dit hele avontuur zo bijzonder.

loading

Meer weten over verzilting

Op 2 januari ga ik op weg naar boerin Aaltje Rispens in Kollumerpomp, aan de zuidkant van het Lauwersmeer. Eenmaal aangekomen op haar erf word ik begroet door haar hond. Het waakse beestje blijft eindeloos blaffen, tot de boerin me ophaalt en voorgaat naar de keuken.

Ik wil graag meer weten over verzilting. Aaltje Rispens lijkt mij de aangewezen persoon om daarover te spreken. Ten eerste omdat ze als boerin te maken heeft met druk van de stijgende zeespiegel en ten tweede omdat ze in het dagelijks bestuur van het waterschap zat.

Al pratende vraag ik me af wie waakser is: Aaltje Rispens of haar hond. Rispens staat voor haar land en beschermt het hartstochtelijk tegen indringers van buiten: of het nu wassend water is of partijen die het Lauwersmeerpeil willen verhogen. Ze is actief in allerlei besturen en onderzoekt wat de gevolgen van verzilting zijn voor de toekomst. Ze is welbespraakt en uitgerust met een flinke dosis logisch denkvermogen. Rispens is iemand van korte klappen.

Het zout krijgen we niet meer weg

Door de stijging van de zeespiegel stroomt er steeds meer zout grondwater vanuit de Waddenzee het achterland binnen. Zoet water moet het zout uit het zeewater wegdrukken, terug de bodem in. Maar omdat onze dijken steeds hoger worden, moeten de gemalen harder pompen. Het water krijgen we nog wel weg, het zout niet meer.

„En daar weten we nog veel te weinig van”, zegt Rispens.

Wat ze wel weet: als er eenmaal zout water bij de wortels komt, groeit een gewas niet meer.

„Het maakt niet uit hoeveel zoet je erbij doet.” En door zout en gas uit de grond te halen, halen we verzilting ook nog eens versneld binnen. „Daar moeten we zo snel mogelijk vanaf”, zegt ze. „Al moet het wel betaalbaar blijven.”

Het land toont het verleden

Het bedrijf van Rispens, haar man Siebe van der Ploeg en hun zoon Jan van der Ploeg heeft twee locaties. Op de boerderij waar Rispens opgroeide, aan de andere kant van de weg, fokt het gezin leghennen. Daarnaast verbouwen ze tarwe, uien en suikerbieten. En ze verhuren land voor pootaardappelteelt.

Hun land toont het verleden.

Het dijkje verderop herinnert nog aan een tijd dat dit gebied aan zee lag, zo’n vijftig jaar geleden. De zee liet hier haar sporen na: vruchtbare klei, maar ook ontzag voor haar verwoestende kracht.

Rispens vertelt dat haar vader het zeewater nog over de dijk zag komen. „De schapen liepen buitendijks. En als het water hoog kwam ging hij ze redden.” Tot groot ongenoegen van haar moeder. „Ze was bang dat hij er nog een keer zou blijven.”

Ze zegt het stellig. „Wij menen als mensen een heleboel te kunnen, maar de natuur is baas.”

loading

Opluchting: eindelijk veilig

Ze weet nog goed dat de Lauwerszee werd afgesloten. Ze moet toen een jaar of 6 zijn geweest. Dat intense geluid toen alle scheepstoeters tegelijk klonken op 23 mei 1969 is haar bijgebleven. Dat gaf het moment aan waarop het laatste dijkblok op zijn plek viel.

„Ik werd emotioneel. Dat moet ik wel van mijn ouders hebben overgenomen. Een kind van 6 wordt niet emotioneel om zoiets.”

Ze voelde waarschijnlijk de opluchting van haar ouders. De Lauwerszee was gedicht. Ze waren eindelijk veilig.

In Groningen heerst een ander sentiment

Het sentiment aan de Groningse kant is – ook vandaag de dag – heel anders. Daar zagen de vissers van Zoutkamp hun zeehaven veranderen in een binnenhaven, een trede lager op de maritieme ladder.

Rispens: „Friesland had meer last van het water. Aan de Groningse zijde lag het land hoger en de Lauwerszee was als een zak. Bij noordenwind kon het water alleen deze kant op.”

Ze zag het gebied in de vijftig jaar na de afsluiting langzaam mooi worden, het zoute water maakte plaats voor zoet water. Haar ouders kregen land in het Lauwersmeergebied. „Maar er is helaas ook al al vijftig jaar gedoe. Natuurorganisaties willen van alles en dat gaat niet altijd op de goede manier.”

Ze noemt de rietproef, een grote zorg voor haar.

Door in het voorjaar het water op een tijdelijk hoger peil vast te houden, willen Groningen en Friesland onderzoeken of een tijdelijke hoge waterstand de rietkragen steviger maakt en het leefgebied voor de beschermde vogels verbetert.

Rispens vreest dat er niet genoeg kennis is. „Je kunt niet altijd behouden wat je hebt. Alles verandert.” Ze verduidelijkt dat het pijn doet dat anderen vanuit hun passie maatregelen nemen in de natuur die ook van invloed zijn op jouw land. „Als boer ben je al niet zeker van je inkomen, dat doet dan pijn.”

loading

Wat je nog hebt moet je koesteren

„Zoet water wordt steeds beperkter in de wereld”, zegt ze. „Wat je nog hebt moet je koesteren. De Rijn zal minder water aandragen in 2050. We halen nu veel water uit het IJsselmeer, en daar kunnen we zuiniger mee omgaan.”

De kunst is om het water dat in de winter valt, beter op te slaan om te kunnen gebruiken in de droger wordende zomers. „Als we dat hier beter voor elkaar krijgen, hebben we dat IJsselmeerwater minder nodig.”

Rispens voelt zich betrokken en verantwoordelijk voor het gebied. Ze voelde al jong de verantwoordelijkheid die je als boer als vanzelfsprekend bij je draagt.

„Je bent er voor je dieren, voor je land, voor je bedrijf.”

Ze wil het door kunnen geven aan een volgende generatie. „Het gaat mij erom dat je integer recht doet aan mensen.”

loading

Het meest gepasseerde dorp van het Noorden

Ik ga op weg naar wat misschien wel het meest gepasseerde dorp van het Noorden is: Holwerd. Iedereen rijdt er voorbij en gaat direct naar de veerboot van Ameland. Aldus een van de initiatiefnemers van Holwerd aan Zee.

Ik keek er erg naar uit om naar Holwerd te gaan, was zo benieuwd naar de drijfveren van de vier dorpelingen die de waddendijk willen doorsteken en het zoute water weer willen binnenlaten. Ze dragen eigenhandig een miljoenenproject (ze hebben 65 miljoen nodig voor de eerste fase).

Nu ik er eenmaal ben vind ik er niks aan.

Dat heeft trouwens niets met het dorp te maken, maar alles met het weer. Het is vandaag in totaal 10 minuten droog geweest en mijn jas blijkt – na een grondige wasbeurt met waterafstotend spul – juist waterdoorlatend te zijn geworden. En dus kom ik verkleumd en chagrijnig aan.

loading

De vier van Holwerd

De vier, inspecteur Theo Broersma, beleidsondernemer Jan Zijlstra, aardappelboer Hessel Hiddema en supermarkteigenaar Marco Verbeek, weigeren zich neer te leggen bij de teloorgang van hun dorp.

In het verleden was Holwerd een welvarende handelsplaats aan zee, maar de laatste jaren kampte het met krimp. Het dorp raakte verlaten en verloederd en de toekomst zag er somber uit.

Maar ziedaar: door het plan van de vier mannen gloort er weer hoop. Alleen al het perspectief dat er iets groots staat te gebeuren doet wonderen voor Holwerd. Er is inmiddels al bijna geen huis meer te koop.

loading

Een haven, een boulevard en een strand

Met het water volgen de toeristen en dus ook de economische ontwikkeling, zo is het idee. Er komt een haven, een boulevard, een binnendijks strand, er komen vakantiewoningen op palen en een bezoekerscentrum. Dat het brakke water straks weer binnendijks komt, is goed voor de natuur.

De dijk krijgt een stormvloedkering die dicht kan als het te gortig wordt, zegt Jan Zijlstra. Ik spreek hem – samen met mede-initiatiefnemer Marco Verbeek – in hun projectkantoor aan de Fiskwei in het dorp.

Ook willen ze een dubbele dijk in het achterland – de beste manier om zeespiegelstijging het hoofd te bieden. „We leren weer te leven met het water, in plaats van dat we er de strijd mee aangaan.”

Marco Verbeek sluit daarbij aan. Hij verwacht dat het wel losloopt met die zeespiegelstijging: „We moeten niet uit angst redeneren, want dan kun je zoiets niet van de grond krijgen.”

Een lange adem hebben ze nodig. Ik bewonder hun uithoudingsvermogen.

Tijd om verder de dijk af te wandelen. Ik zet voet naar Zwarte Haan.

loading

menu