De 17-jarige Esmée Brouwer uit Slochteren is één van de mensen die is geportretteerd voor de tentoonstelling De bevingen van binnen. Foto: Sake Elzinga

Expositie 'De bevingen van binnen' vertelt het aardbevingsverhaal in meervoudig perspectief

De 17-jarige Esmée Brouwer uit Slochteren is één van de mensen die is geportretteerd voor de tentoonstelling De bevingen van binnen. Foto: Sake Elzinga

Met de tentoonstelling De bevingen van binnen schetsen oud-NOS-verslaggever Rienk Kamer en fotograaf Sake Elzinga in beeld en geluid een indringend portret van 21 betrokkenen bij de aardbevingen in Groningen. Ja, ook van Thijs Jurgens, de directeur aardbevingen van de NAM. „Hij ligt net zo goed wakker. We willen het hele verhaal laten zien.”

Er waren die twee vragen waar fotograaf Sake Elzinga geregeld mee in slaap viel: hoe houden de aardbevingen mensen in het gebied precíes wakker? En hoe breng ik dat in beeld op een manier die echt beklijft?

„Wat ik wilde weten”, zegt Elzinga, „is of iemand vlak voor hij in slaap valt denkt: oh, straks komt mijn plafond naar beneden. Of laat je dat los en dwalen je gedachten af naar dagelijkse beslommeringen? Mede dankzij mijn werk hoor en lees ik natuurlijk veel de aardbevingen. Ik maak foto’s van beschadigde huizen, ik spreek gedupeerden. Maar dat is niet het hele verhaal.”

Diepgravend aardbevingsproject in beeld en geluid

Het onderwerp liet Elzinga niet los. Hetzelfde sentiment leefde bij Rienk Kamer, die dertig jaar als NOS-verslaggever door binnen- en buitenland trok en sinds enkele jaren onder meer als docent journalistiek verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. Kamer woont in Rolde, praktisch om de hoek bij Elzinga in Assen.

Waar de paden van de heren elkaar al jaren beroepsmatig kruisen, wisten ze een jaar geleden hun beider ideeën voor een diepgravend aardbevingsproject te vervlechten: een project dat de verschillende perspectieven van betrokkenen bijeen brengt. In beeld én geluid.

Kamer: „In ons werk spreken we logischerwijs met veel gedupeerden. Maar we horen ook wel eens de andere kant en dachten: misschien zit daar het verhaal, in een combinatie van beide.”

NAM-directeur en gedupeerden samen aan de muur

De aanpak resulteerde in De bevingen van binnen , een tentoonstelling van 21 portretten - 1.20 x 0.90 meter, plus 4 vlaggendoeken van 1.50 bij 2 meter - die vanaf maandag vier weken het atrium van het Groninger Provinciehuis sieren. Het is vermoedelijk de eerste keer dat mensen als Thijs Jurgens, directeur aardbevingen bij de NAM vredig de ruimte deelt met aardbevingsboegbeeld Annemarie Heite of de 17-jarige Esmée Brouwer uit Slochteren, die haar huis in 2014 al kortstondig moest verlaten vanwege instortingsgevaar.

Onder de geportretteerden zijn onder meer ook cabaretier Freek de Jonge, die zich opwierp als ambassadeur van het gebied, en Groninger Tweede Kamerlid Henk Nijboer (PvdA), die in de coalitie zat op het moment dat het Centrum Veilig Wonen werd opgericht om de schadeafhandeling over te nemen van de NAM - een stap die bepaald niet vlekkeloos verliep.

Dwingende portretten door de ogen van de betrokkenen

Kamer interviewde alle betrokkenen en boetseerde fragmenten van twee tot vier minuten van de verhalen. Bezoekers van de expositie horen de verhalen van de geportretteerden terwijl ze hen recht in de ogen aankijken - Elzinga drukte alleen de ogen van de betrokkenen scherp af.

„Zo zuigen de beelden je helemaal het verhaal in. Het zijn dwingende portretten geworden”, zegt hij, wijzend op de zachte blik in de ogen van aardbevingsdirecteur Jurgens. „Wie dat ziet, ziet niet alleen de ‘zakenman’ Jurgens, directeur bij de NAM. Nee, je ziet: hij is ook een mens.” Kamer: „Ook hij ligt wakker.”

Harder huilen om aardbevingen dan om de dood

Waarmee Kamer in geen geval de ellende van de gedupeerden bedoeld te bagatelliseren. Dat de expositie ook een andere kant toont, maakt het verhaal van de 17-jarige Brouwer, die haar ouders harder zag huilen om de aardbevingen dan om de dood van haar opa, niet minder schrijnend. Integendeel.

Dat de ervaringen van bevingsslachtoffers ook politici niet koud laten, bevestigt Kamerlid Nijboer, wiens ouders nog altijd in zijn geboortedorp Ten Boer wonen. „Het snijdt me door de ziel. Als je op een verjaardag komt bij vrienden, kijken ouders je soms in de ogen, die hun hele leven hebben geïnvesteerd in een huis dat instort.”

Verderop in het fragment over de rol van de politiek: „Ik vind dat we het slecht hebben gedaan. Dat gesteggel met de NAM was slecht. Toen hebben we het Centrum Veilig Wonen er tussen gezet, maar ook dat was een slechte oplossing. Daar mag je me verantwoordelijk voor houden.”

Verhalen die bosten, maar naast elkaar bestaan

Jurgens besluit het interview met de wens dat de NAM en de bewoners weer dichter bij elkaar komen. „Ik hoop dat we op een gegeven moment weer een welkome buur zijn. Dat zal niet in één keer gaan, maar de intentie is goed.”

Juist in de verscheidenheid van de verhalen, die misschien botsen maar wel naast elkaar bestaan, schuilt volgens Kamer de kracht van de tentoonstelling. „We willen graag het hele verhaal vertellen. In de hoop dat mensen bereid zijn om via de ogen van een ander wat beter naar elkaars perspectief te luisteren. Hier én in het westen van het land.”

menu