Sociaal geograaf Sanne Visser: ,,Er wordt snel over arme mensen in Nederland gezegd dat ze dik, lui en ongezond zijn, dat ze niks willen. Dat is niet waar.’’

Families in Groningse en Drentse Veenkoloniën verstrikt in armoede: 'Je moet wel wat doen, anders word je net zoals ik'

Sociaal geograaf Sanne Visser: ,,Er wordt snel over arme mensen in Nederland gezegd dat ze dik, lui en ongezond zijn, dat ze niks willen. Dat is niet waar.’’ Foto: Corné Sparidaens

Waarom wordt in de ene familie elke generatie steeds een beetje rijker, terwijl de andere blijft vastzitten in armoede? De Rijksuniversiteit Groningen onderzoekt het met gezinnen in de Veenkoloniën.

Als je ouders arm zijn is de kans nog steeds groot dat je het zelf ook niet breed zult hebben. De ongelijkheid in Nederland verdiept, zo bleek onlangs weer uit nieuw onderzoek.

Sociaalgeograaf van de Rijksuniversiteit Groningen Sanne Visser graaft naar de wortels van die ongelijkheid. Ze doet onderzoek naar intergenerationele armoede in de Groningse en Drentse Veenkoloniën. Deze week presenteerde ze de analyse van interviews met 23 families in de regio.

,,Hoe individuen in armoede kunnen raken weten we wel, maar hoe komt het dat hele families er generaties lang in blijven?’’

Het begint bij je ouders. Want die leefden toen in die tijd zo arm . En dan gaan ze trouwen , krijgen ze plotseling een kind , moeten ze daarvoor zorgen en dan is er haast geen geld voor. Je hebt geen goed startpunt. (Rob)

Aan het woord is Rob, 74 jaar oud. Hij is een van de 52 mensen, verdeeld over de 23 families, die Visser interviewde voor haar onderzoek. Een onderzoek dat ook gaat over cijfers, over (hulp)organisaties, over de regio. Maar het moest, daarover had Visser geen twijfel, beginnen bij de mensen zélf.

,,Ik ben geïnteresseerd in de gelijkheid en ongelijkheid tussen mensen, waarom is het voor sommigen moeilijker dan voor anderen? Waar ik me echt kwaad over kan maken, is als je dingen roept over een ander terwijl je het nooit hebt gevraagd.’’

En omdat ze de link tussen generaties wil begrijpen interviewde niet alleen Rob over zijn armoede. Ze sprak ook zijn zoon Tammo, een man van 42 die leeft van een uitkering maar daar niet zielig over wil doen.

We hebben het nooit zo gehad op de hulpverleners. Dan liepen mensen voorop met hun prob lemen en dat ze zo zielig waren. Dan k ond en ze zelf niks meer . Nou, dat hebben we de kinderen ook meegegeven: je moet voor jezelf opkomen, niet dat slappe gelul. (Tammo)

Familiepatronen blootleggen

Wat je meegeeft aan je kinderen, bewust of onbewust, dat is de kern van Vissers onderzoek. Wat overigens niet wil zeggen dat daar dé schuld voor de armoede zit. Externe factoren spelen ook een rol: werkgelegenheid, welvaartsverdeling, kansen, (overheids-)steun, regionale voorzieningen.

Door de familiepatronen bloot te leggen kun je mensen wel beter begrijpen én beter helpen, zo is de gedachte achter het onderzoek. Visser: ,,Je basis ligt bij je familie. Natuurlijk zijn er ook andere invloeden, maar je leert heel veel van de mensen die dichtbij zijn. Het lastige is: soms kunnen ze ook tegen je werken. Je houdt van ze maar ze helpen je niet altijd in de dingen die je zou willen.’’

Bij mijn familie is het heel traditioneel. Mijn opa en oma werkten in het veen. Mijn moeder is getrouwd, die heeft geen opleiding gedaan. D ie had ook nooit ergens zin in. Daarom baalde ze des te harder toen ze erachter kwam dat ik ook nergens zin in had. Z e zei: ‘j e moet wel wat doen, anders word je net zoals ik . En dan keek ik rond en dacht ik: dat is toch prima. (Vincent)

Visser doet haar onderzoek in de Veenkoloniën omdat hulporganisaties en gemeenten in het gebied, verenigd in de ‘Alliantie van Kracht’, de armoede regelmatig van generatie op generatie zagen terugkomen. De provincies Groningen en Drenthe gaven de Rijksuniversiteit Groningen opdracht voor het onderzoek.

Relatief veel bewoners zijn honkvast

Inderdaad blijkt uit de cijfers dat in vergelijking met het Nederlandse gemiddelde in de Veenkoloniën iets meer jongvolwassenen met een laag inkomen wonen die ook een vader en/of moeder in dezelfde situatie hebben. Wat de Veenkoloniën verder interessant maakt voor generatie-onderzoek is dat relatief veel bewoners honkvast zijn.

Toch is een doorgaande lijn van de armoede van de turfstekers van vroeger naar lage inkomens anno 2020 niet te trekken, zegt Visser. In slechts 2 van de 23 families is er een directe link met de veenontginning in het gebied.

,,Het beeld dat daar de basis ligt waardoor die mensen nog steeds arm zijn klopt niet. Er is zoveel gebeurd in die levens, het gaat niet meer over die geschiedenis. Waar het wel over gaat is de kansen in het gebied, hoe de bedrijven in de crisis van de jaren tachtig zijn weggetrokken, over de bereikbaarheid.’’

Mijn moeder vertelde me dat het moeilijk zou zijn om die school te bereiken. Vanuit hier is dat een uur met het ov . Als je dat met de auto doet, dan ben je 20 minuten onderweg. Maar we kunnen geen auto betalen. Dus ben ik met die studie gestopt. (Lennart)

Lennart is 22 jaar en leeft van een uitkering. Zijn moeder Rosa vertelt in het onderzoek hoe ze van jongs af aan niet anders wist dan dat haar ouders thuis waren, dat ze het als kind wel erg vond dat haar vader geen werk had. In haar familie speelde verslaving een grote rol.

Verslaving is een van de ‘mechanismen’ die Visser in haar onderzoek benoemt als oorzaken waardoor mensen in armoede raken. Zo zijn er meer: ziekte, scheiding, mantelzorg, ongelukken, pech, vroege zwangerschap.

Het lijken op het eerste oog vooral zaken die bepalend zijn voor individuele levens. Maar wat blijkt, is dat ze zich vaak van generatie op generatie herhalen.

Mijn moeder dronk veel . Ze lag de hele dag op de bank of ze was bij oma, die dronk ook veel. Ik snapte dat nooit, maar later als je zelf kinderen krijgt, dan snap je da t je ook andere dingen aan je hoofd hebt dan voor je kind zorgen. Daar heb ik dus ook weleens wat drank voor nodig gehad. (Rosa)

Mechanismes die ervoor zorgen dat de armoede blijft

Achter die individuele armoedevallen zitten patronen. Visser onderscheidt op basis van haar interviews drie soorten mechanismes binnen families die ervoor kunnen zorgen dat de armoede blijft. Gebrek aan liefde en communicatie, gebrek aan financiële kennis en trouw aan bepaalde normen en waarden.

Dat is nogal wat: als buitenstaander analyseren dat gebrek aan liefde en communicatie in families een rol speelt bij hun armoede. ,,Het ligt gevoelig, en dat begrijp ik. Ik wil ook benadrukken dat er zeker niet één soort intergenerationeel arm gezin is.’’

En belangrijk voor Visser: het gaat om mechanismen die de geïnterviewden zélf signaleren.

Ik weet nog wel dat ik mijn eerste vriendin had en toen sprong ze op de bank op schoot bij haar moeder en gaf haar een dikke knuffel. Ik keek ernaar en ik dacht: in wat voor een gek huis ben ik nou terecht gekomen ? Dat heb ik nooit gehad. Daardoor kan ik niet goed met gevoelens omgaan. Ik word snel agressief. (Jan)

Gebrek aan communicatie kan er bijvoorbeeld toe leiden dat kinderen minder snel in aanraking komen met andere perspectieven of manieren van leven, omdat die niet ter sprake komen. Dat speelt ook bij financiële kennis: als je niet leert om te sparen of eerst je rekeningen te betalen is het lastig om die vaardigheden uit jezelf te ontwikkelen.

Maar ook als een gezin of familie juist wel heel hecht en liefdevol is, kan dat tot gevolg hebben dat bepaalde normen of waarden worden doorgegeven die niet per se leiden tot een weg uit de armoede, maar juist gericht zijn op stabiliteit en veiligheid.

Ik was 17 en ik kreeg een mooie baan aangeboden. Als je met armoede opgroeit het was vaak gewoon beknibbelen – d a n denk je: ik neem die baan wel. Als je daar ook in gestimuleerd wordt, van ja doe maar , dan neem je de baan gewoon en laat je school zitten. (Dorinda)

Dat familie grote invloed heeft op de weg die je kiest in het leven, is heel normaal. Zo ging het bij Visser zelf ook. Háár opa en oma waren al heel bewust bezig met ongelijkheid in de wereld, en deden veel vrijwilligerswerk in Afrikaanse landen. ,,Dat heeft mij nieuwsgierig gemaakt naar die ongelijkheid.’’

Jongeren kiezen voor veiligheid en stabiliteit

Visser groeide op in Grootegast en studeerde in Groningen. ,,Dichtbij huis, tot frustratie van mijn vader. Die vond dat ik veel meer van de wereld moest verkennen. Maar mijn vriendinnen waren hier.’’

Visser ziet dat ook jongeren uit haar onderzoek op die manier keuzes maken. ,,Ze kiezen voor veiligheid en stabiliteit in de eigen omgeving. Dat doe ik ook. Alleen heb ik het geld en de mogelijkheden om me te ontwikkelen aan een universiteit.’’

Dit is echt mijn plek, hier ben ik geboren en opgegroeid. En deze straat heeft wel een reputatie, maar dit is het huis van mijn ouders en ik wil hier niet weg. (Jan)

Visser was zich van jongs af aan vooral bewust over de ongelijkheid tussen landen. Over ongelijkheid in Nederland had ze, eerlijk gezegd, nooit nagedacht. Die zag ze pas bij haar promotieonderzoek naar eetgewoontes in Oost-Groningen.

,,Daarna was ik bezig om bij familie en vrienden de kop uit het zand te trekken. Kom op jongens, dit bestaat wél in onze samenleving.”

Veel families uit haar onderzoek geven aan dat ze last hebben van het stigma van armoede. ,,Er wordt snel over arme mensen in Nederland gezegd dat ze dik, lui en ongezond zijn, dat ze niks willen. Dat is niet waar. Deze families zijn op allerlei manieren actief om het beter te maken voor hun kinderen. Alleen niet altijd op de manieren die wij als buitenstaanders soms verwachten.’’

H et zal voor ons niet anders worden. Wij hebben nu onze kinderen als doel , om ze de maatschappij in te werken, wat tegenwoordig heel moeilijk is. O ns eigen geld is minder belangrijk. Als we eten en drinken hebben en de kinderen krijgen dat ook mee naar school, dan vind ik het allemaal prima. (Vanessa)

Het is niet eerlijk, vindt Visser, om mensen alleen maar te beoordelen omdat ze nu in armoede zitten. ,,Het zijn families die een hele geschiedenis van weinig geld met zich meedragen en geen basis hebben om op te bouwen.’’

Het gaat vaak over pech

Zonder basis worden kleine problemen snel groot. In de interviews van Visser ging het opvallend vaak over pech. Visser: ,,Ik sprak mensen en dacht: het kan toch niet zo zijn dat je leven bepaald wordt doordat je een briefje kwijtraakt op de werkvloer? Maar als je geen basis hebt om tegenvallers op te vangen, ontploffen dingen in je gezicht.’’

Alles kan zomaar ineens in elkaar zakken. Alles gaat dan mis. Het leek wel of we steeds pech hadden. En als je weinig geld hebt kun je niks. Op de boerderij kun je het weer en de oogst niet beïnvloeden. Mijn moeder werd ziek. En toen ging alles bergafwaarts. (Katrien)

De oorzaken en gevolgen van armoede zijn veelvuldig onderzocht. Vrijwel altijd op een individueel niveau: interviews met meerdere generaties uit een familie in armoede zijn niet veel gedaan.

,,Ook de hulpverlening is sterk gericht op hoe mensen in armoede raken, minder op hoe ze erin blijven. Preventie blijft natuurlijk belangrijk, maar als we meer weten over hoe het werkt binnen families, kunnen we zo ook beter ondersteunen.’’

Want over de steun van de overheid en de hulporganisaties, zijn de geïnterviewden lang niet altijd te spreken.

Zij bepalen hoe je verder moet. Iemand anders bepaalt wat je wel en niet kunt. Daar word je boos van. Je voelt je gevangen, als persoon. Alles wor d t gecontroleerd en je bent niet meer een vrij mens. Wat van de wetten en regels moet ga je wel doen - dat is niet het probleem - maar het is kwetsend en je wordt gekleineerd. (Karin)


Naar aanleiding van het onderzoek maakte Dagblad van het Noorden de website Uit het Moeras, met familieverhalen uit de Veenkoloniën. Zie: uithetmoeras.nl .

menu