Geheid dat het borstbeeld van Aletta Jacobs ook dit jaar weer bloemen krijgt op Internationale Vrouwendag. Maar er zijn veel meer grote Groningse vrouwen die een eerbetoon verdienen. Sanne Meijer en Iris van den Brand schrijven een boek over hen.

Soms is feminisme een openbaar toilet.

Meer dan honderd jaar geleden kon je in de stad Groningen gemakkelijk even ergens plassen, maar alleen als je een man was. Raar, vonden de leden van de Groningse Vrouwenbond, dus besloten ze er iets aan te doen. Op haar initiatief kwam er in 1913 een openbare dames-wc in het hart van de stad, op de Grote Markt.

Het toilet is nog steeds in gebruik. Iedereen kent het bord waar in art-deco letters VROUWEN op staat, van boven naar beneden. Vrijwel niemand weet meer wie Cato Pekelharing-Doijer (1858-1913)is, de oprichter van die Vrouwenbond. Of dat ze scholen en bibliotheken stichtte, en bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina de Nationale Tentoonstelling voor Vrouwenarbeid organiseerde.

Dát vinden historici Sanne Meijer (27) en Iris van den Brand (26) nou raar. Dus doen ze er iets aan.

‘Aletta is een beetje de excuustruus’

De twee werken aan een boek - inclusief wandel- en fietsroutes - over bijzondere vrouwen uit de Groningse geschiedenis. Vrouwen die carrière maakten in de muziek, wetenschap of kunst, of die streden voor emancipatie. Daarvan waren er namelijk opmerkelijk veel in Stad en provincie. ,,Genoeg om een hele plánk boeken vol te schrijven’’, zegt Meijer.

Maar tot nu toe is dat nauwelijks gebeurd. Ja, over eentje: de eeuwige Aletta Jacobs, die als eerste Nederlandse vrouw afstudeerde aan de universiteit, zich hardgemaakt heeft voor vrouwenkiesrecht en als arts anticonceptie promootte.

,,Aletta was in veel dingen dé eerste’’, verklaart Meijer. ,,Daardoor werd ze zo bekend.’’ Van den Brand: ,,Maar daardoor is ze ook een beetje de excuustruus op dit gebied. Als je aandacht vraagt voor vrouwengeschiedenis, hoor je vaak: ‘maar we hebben het toch al steeds over Aletta?’’’

Van den Brand en Meijer willen het ook eens over anderen hebben. Bijvoorbeeld over Cato-Pekelharing-Doijer (‘wat een prachtige naam ook, hè?’), die in 1894 samen met enkele gelijkgestemden de Vereeniging de Vrouwenbond oprichtte.

loading

Vrouwennetwerk met eigen bibliotheek

,,Cato vond dat er meer moest gebeuren dan alleen dat kiesrecht’’, vertelt Meijer, al wandelend van het openbare damestoilet richting de Vismarkt. ,,Ze wilde over de hele linie een betere positie voor vrouwen, meer rechten, meer waardering voor wat ze deden. Kijk’’, wijst ze naar een gevel aan de zuidkant van de markt. ,,Hier had de bond een eigen bibliotheek met boeken over ‘de vrouwenkwestie’, zoals dat heette.’’

Nu huist achter de gevel het warenhuis Flying Tiger. De boeken zijn nog steeds bij de Openbare Bibliotheek te vinden. Meijer, met glimmende ogen: ,,In sommige staat het stempel van de Vrouwenbond nog voorin.’’

Zij en Van den Brand raakten gaandeweg hun onderzoek steeds meer in de ban van de geëngageerde vrouwen die honderd jaar geleden in Groningen leefden en werkten. ,,Er was hier een soort netwerk van vrouwen die in allerlei clubs en verenigingen actief waren, ook landelijk’’, zegt Van den Brand. ,,Rondom Cato kom je steeds opnieuw dezelfde namen tegen.’’

Waaronder, natuurlijk, die van Aletta Jacobs. Cato was net als Jacobs actief in de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht - en haar man, gemeentesecretaris Adrianus Pekelharing, was ook lid. ,,Hij gaf vaak lezingen voor de Vrouwenbond’’, weet Meijer. ,,Kennelijk stond hij net zo achter het feminisme als Cato, dat was voor die tijd best bijzonder.’’

Sigarenmeisjes van Pekela

Toch: bij Groningen paste het eigenlijk wel. In het noorden heerste een bovengemiddeld progressief klimaat, op de grens van de negentiende en de twintigste eeuw. ,,In de stad had je natuurlijk de universiteit’’, legt Van den Brand uit. ,,In de provincie woonden liberale herenboeren, én er was een sterke socialistische emancipatiebeweging. ’’

Die combinatie leidde tot een soort typisch Gronings, bescheiden feminisme. ,,Het sentiment dat vrouwen en mannen gelijk moeten zijn, heerste al best vroeg. Zonder dat er verder veel drukte over gemaakt werd’’, zegt Meijer. Van den Brand: ,,Feminisme déden ze gewoon in Groningen.’’

Neem één van haar favoriete ontdekkingen: het verhaal van de sigarenmeisjes uit Pekela. Ze leefden een stuk later dan Pekelharing-Doijer, maar waren behept met hetzelfde nait-soez’n-deurbroez’n-feminisme. ,,In 1969 kregen de mannelijke arbeiders in de Champ Clark-sigarenfabriek loonsverhoging, maar de vrouwen niet’’, vertelt Van den Brand.

Raar, vonden de meisjes, dus besloten ze er iets aan te doen. Ze gingen in staking. Op eigen houtje, zonder steun van de vakbond.

De sigarenmeisjes kregen wél hulp van de roemruchte communistische politicus Fré Meis, die rond dezelfde tijd stakingen organiseerde onder Oost-Gronings fabriekspersoneel. De fabrieksdirectie dreigde met ontslag, maar de meisjes hielden voet bij stuk. Net zo lang tot ze alsnog hetzelfde gingen verdienen als de mannen.

‘Eindelijk recht doen aan deze vrouwen’

Meijer heeft misschien wel het meest met Betsy Bakker-Nort (1874-1946), die aan de rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde op de positie van getrouwde vrouwen. ,,Daarna werd ze als één van de eerste vrouwen gekozen in de Tweede Kamer’’, zegt Meijer. In de politiek bleef Bakker-Nort zich hardmaken voor vrouwenrechten. ,,Dat we nu gewoon mogen werken, huizen kopen en bankrekeningen openen als we getrouwd zijn, is deels aan haar te danken.’’

Zo’n vrouw - ál die powervrouwen uit het Noorden - verdienen meer dan de vergetelheid, bedoelen Meijer en Van den Brand maar te zeggen. ,,Daarom schrijven we dit boek’’, zegt Van den Brand. ,,We willen eindelijk eens recht doen aan deze vrouwen, aan alles wat ze hebben betekend. Het is toch eigenlijk belachelijk dat we daar niets van weten?’’

Iets van regionaal chauvinisme zit er ook wel achter, zegt Meijer. ,,Groningse vrouwen zijn hartstikke belangrijk geweest voor de Eerste Feministische Golf. Daar mogen we best wat trotser op zijn, vind ik.’’

Hun boek verschijnt pas volgend jaar, maar Van den Brand en Meijer krijgen nu al veel reacties op de artikelen die ze online plaatsen en de lezingen die ze geven. De meeste van die reacties, benadrukken ze, zijn positief en enthousiast.

Maar ja, je hebt er ook altijd van die mannen tussen.

,,Ze vinden dat we zeuren met onze vrouwenverhalen’’, zucht Meijer. ,,Of ze roepen dat we er helemaal geen verstand van hebben, dat we ernaast zitten, wie wij wel niet denken dat we zijn’’, vult Van den Brand aan. ,,Historici, dat zijn we. Maar ja, we zijn ook jonge vrouwen, dus mannen denken al gauw dat ze het ons wel even zullen uitleggen.’’

Raar, eigenlijk. Als we daar nou eens iets aan deden?

De stadswandeling ‘In de voetstappen van Cato Pekelharing-Doijer’ is te vinden op www.sannemeijeronderweg.nl en www.hier-is-iris.nl .

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen