ILLUSTRATIE GERRIT GULDEHEMEL

Frans Kerver krijgt voor de laatste keer zijn basisinkomen

ILLUSTRATIE GERRIT GULDEHEMEL

Frans Kerver uit Groningen is de eerste Nederlander die een heel jaar lang een basisinkomen kreeg. Deze maand wordt voor het laatst duizend euro op zijn rekening gestort, en dan is hij 'Mister Basisinkomen' af. Terugblik op een experiment met gratis geld.

Wie in Groningen de Friesestraatweg afrijdt en voor het spoor rechtsaf slaat, voorbij het grote hek, komt in een on-stads landschap. Een woest breisel omarmt een boom. Twee caravans staan in het kniehoge groen, de ramen van een grote kas blinken in de zon. Overal, binnen en buiten, staan volgepakte dozen en kratten vol plantjes. Dit is kwekerij Tuin in de Stad, althans, dit was Tuin in de Stad, want stad Groningen wil deze plek bebouwen.

Nieuwe locatie

Dus is Frans Kerver, die samen met zijn partner Vivian deze plek heeft gemaakt, druk doende de zaak in te pakken op weg naar een nieuwe locatie. Nou ja...druk. Kerver heeft best even tijd voor het bezoek. Of het bezoek koffie wil? En in tussentijd even de rest van het terrein zien? En de waterzuiveringsinstallatie? En het kleine blauwe huisje achter de manshoge struiken? Waarvan kinderen denken dat er een heks woont?

Kleine man, witblondgrijs haar, dito baard, een stem waarin de slappe lach altijd op de loer ligt. Dit is Frans Kerver, een gewone man zou je denken, type vrijdenker, een man van wie er meer zijn op de wereld. Maar deze Frans Kerver maakte het afgelopen jaar deel uit van een zeer bijzonder experiment.

Hij was de eerste Nederlander die een basisloon kreeg. Gratis geld dus. Bijeengebracht via Crowdfunding door MIES, Maatschappij voor Innovatie voor Economie en Samenleving, een netwerk van mensen die zich inzetten voor deze revolutionaire vorm van inkomensverdeling. 1000 euro per maand kreeg Frans Kerver het afgelopen jaar. Deze maand voor het laatst: MIES heeft deze week een tweede kandidaat voor een jaar benoemd.

Ontspannen

De Eerste Nederlander Met Een Basisinkomen. Nou nou. Daar moet je vooral niet te lang bij stilstaan, zegt hij. ,,Het heeft een bepaalde tijd nodig gehad voordat ik besefte wat het eigenlijk voor me betekende. In het begin was er veel aandacht, en dat was supertof, want we doen dit experiment om aandacht te vragen voor het fenomeen basisloon. Pas na Oud en Nieuw, we hadden de kerstboomverkoop gehad, dat is altijd erg hectisch, in februari merkte ik ineens dat ik al twee avonden ‘s avonds niet achter de computer had gezeten. En toen dacht ik: wat fijn eigenlijk. En toen dacht ik: Ja, maar het basisinkomen is natuurlijk ook bedoeld om een beetje te ontspannen.’’

,,Dat moet ik eigenlijk vasthouden maar dat is wel lastig voor mij hoor. Ik zit snel in een overdrive. Bij MIES zeiden ze tegen me: gedraag je nou gewoon maar als experiment. En dat heb ik gedaan.’’

En was het een geslaagd experiment?

,,Ja. En we zijn niet meer alleen. Een petitie voor het basisloon heeft 40.000 handtekeningen bijeengebracht. Overal in de wereld ontstaan initiatieven, blijkbaar hangt het in de lucht. In Nederland komen er volgend jaar experimenten met regelvrije bijstand in twintig gemeentes.’’

Hoe waren de reacties eigenlijk? Je hebt in eerdere interviews gezegd dat je een dikke huid moest ontwikkelen.

,,Nou, ach, er stond een stukje op GeenStijl. Ik kende dat niet. Maar op zeker moment zei iemand: misschien moet je even kijken. Of misschien ook beter van niet. Dus ik keek. Dat stukje was best grappig, ironisch. Maar de reacties! Dat je als een mongool wordt afgeschilderd. Ik ben toch wel even van de kaart geweest.’’

,,We hadden het er over gehad, over eventuele negatieve reacties, bij MIES. Ik zei: als ik midden in de nacht wakker schrik, moet ik jullie wel kunnen bellen. Maar er is nooit iets gebeurd. In mijn dorp Feerwerd hebben ze er wel eens lacherige opmerkingen over gemaakt, zo van, nou, lekker Frans, dat geld waar je niks voor hoeft te doen. Ach... Maar daar heb ik me nooit zoveel van aangetrokken, dat is allemaal goedmoedig.’’

Geld waar je niets voor hoeft te doen. Hij heeft er het afgelopen jaar talloze discussies over gevoerd. ,,Als je over het basisinkomen praat moet je nooit over geld beginnen. Want die discussie blijft daarin hangen, zeker in Nederland. Mensen blijven rekenen en denken: a: nou dat kan nooit uit. En b: waarom krijgen die rijke mensen dat ook? En ze blijven praten over hoe hoog het bedrag moet zijn.’’

,,Terwijl je eerst zou moeten bespreken: waarom zou je het willen? Als je het basisloon invoert, zeg je tegen elkaar: we zorgen voor elkaar. We zorgen ervoor dat iedereen kan eten, een dak boven zijn hoofd heeft en dat zijn kinderen ook naar muziekles kunnen, of naar de voetbalclub, zonder dat hij daar weer een speciale aanvraag voor moet doen.’’

,,De mensen zeggen dan: we hebben toch al een goed sociaal zekerheidsstelsel? We hebben toeslagen, regelingen. Maar die regelingen zijn vaak ingewikkeld en stigmatiserend. Er zijn veel mensen die hun kind nog liever de sportclub onthouden, dan dat ze een aanvraag moeten doen voor een tegemoetkoming in de kosten.’’

,,Het probleem van armoede is nog niet eens zozeer het gebrek aan geld, maar het is ook de schaamte. Armoede stigmatiseert. Het houdt mensen gevangen in vernedering. Kinderen van die ouders zullen altijd het gevoel hebben dat ze ergens tegenop moeten boksen. Het is net als met gemin-achte minderheden; je moet beter je best doen dan een ander. Het gevaar dreigt dat je altijd zult denken: ben ik wel goed genoeg? En ik spreek uit ervaring.’’

Ja?

,,Ja. Ik kom uit een arbeidersmilieu, ik was de jongste van vier kinderen, we woonden in een wijk in Oldenzaal. Mijn ouders waren katholiek, iedereen was katholiek in Twente toen, en in de textielindustrie van Oldenzaal werkten veel Turken. Het was een arbeiderswijk, maar wel een homogene wijk. Een beetje all in the family . Alle vaders waren arbeider. Iedereen werkte in de fabriek. Als je ‘op kantoor’ werkte, nou nou nou, dan was je toch iemand.’’

Hij steekt de eerste van een schier oneindige serie sigaretten op. ,,Mijn broer en zussen gingen naar het gymnasium, daar heb ik ook nog op gezeten, en het was zelfs zo dat de familie zei: die van Willy hebben het hoog in de bol (schatert). Zo zie je maar, waar je ook bent op de wereld, er is altijd een gemeenschap die je erbij wil houden, die ervoor wil zorgen dat je je kop niet boven het maaiveld uitsteekt.’’

,,Niemand had het breed, in onze wijk. En of het nou echt zo was, weet ik niet, maar in elk geval had ik het gevoel dat wij het nog minder breed hadden. Andere mensen kregen een auto, wij niet. Bij de Heilige Communie kregen veel kinderen een horloge, dat kon er bij ons niet af. Dat zijn echt van die... ja bijna kindertrauma’s. Ik kreeg op mijn 10de een eigen fiets, een eigen fiets! Het was de afgedankte fiets van mijn zus, maar ik was zo blij dat ik er een had, dus ik reed het schoolplein op met die fiets, en alle kinderen riepen: aaaah hij heeft een meisjesfiets. Kon ik wel door de grond zakken.’’

,,Och’’, zegt hij, een insect wegwaaiend, ,,ik kan er nu wel om lachen hoor, het was ook geen treurigheid bij ons thuis en we zijn allemaal goed terecht gekomen. Maar studievrienden die ik nog steeds zie begrijpen het niet, en als je er zelf niet vandaan komt, zul je het ook nooit begrijpen.’’

Dat vindt hij het mooie van het basisinkomen. ,,Dat erkennen van elkaars bestaan, en erop te vertrouwen dat iedereen een bijdrage levert aan deze maatschappij. Terwijl we nu een competitieve samenleving hebben waarin we elkaar afrekenen. En als je die verhalen over de bijstand hoort, dat is soms bij de beesten af.’’

Heb jij wel eens een uitkering gehad?

,,Ik heb twee keer een bijstandsuitkering gehad. De eerste keer was toen ik heel jong was, 20 geloof ik, ik was met mijn opleiding jeugdwelzijnswerk gestopt. Het ging heel relaxed, je moest gewoon je briefje inleveren op vrijdag. Ik heb met theater en festivals geholpen toen, je verveelde je nooit, een uitkering was geen vetpot, het was niet meer of minder dan de studiefinanciering, maar soit. Je levensstandaard was ook niet hoog.’’

,,Uiteindelijk heb ik de bibliotheekacademie gedaan. Maar toen ik van school kwam waren er zeven bibliotheekacademies in Nederland, er was veel te weinig werk voor ons, ik heb na mijn opleiding ooit twee dagen in een bibliotheek gewerkt, als invalkracht, om de boeken binnen te rijden (schatert weer). En daar had je dan vier jaar voor geleerd. Maar goed, daarna waren er wel weer klussen, stilzitten doe ik niet.’’

Hij schokt recht. ,,En dat is raar toch? Die veronderstelling dat mensen lui zijn als ze een uitkering hebben. Ja die zijn er wel, maar dat zijn uitzonderingen. Die denken: o, ik zit hier wel lekker. Op mijn balkonnetje. Wat zal ik doen vandaag? Niks. Maar dan nog: wie doen ze kwaad, denk ik dan. Wat voor last heb je daar dan van. Maar door de bank genomen denken mensen na twee dagen toch: kom, ik ga er eens op uit, ik verveel me.’’

,,De regels van de sociale zekerheid liggen als een klamme, natte deken over de samenleving. Verstikkend. Werkloosheid wordt gezien als een individueel probleem. Het is jouw schuld dat je geen baan hebt. En dan kom je in een traject waarin je aan je tekorten gaat werken. Maar werkloosheid is een collectief maatschappelijk probleem, dus je moet ook naar collectieve oplossingen zoeken.’’

In Canada is in de jaren zeventig het zogeheten ‘Mincome’-project uitgevoerd: in een klein dorp kregen de minvermogenden een paar jaar lang hun inkomen aangevuld tot een aanvaardbaar basisniveau. De resultaten van het onderzoek verdwenen lange tijd in een archief, tot een sociologe ze onlangs ontdekte, analyseerde en tot de conclusie kwam dat het heel goed had gewerkt; de mensen waren in die tijd gezonder, gelukkiger en actiever geweest.

Frans Kerver drinkt zijn koffie en staart over de wilde stadstuin. Achter zijn stoel staat een plant met witte bloemen hartstochtelijk te geuren. Een trein dendert voorbij. ,,Hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik tot de conclusie kom: waarom voeren we het basisloon niet in gewoon in? De economie wordt altijd voorgesteld als iets groots, waarop we geen invloed hebben. Maar de economie is natuurlijk het resultaat van wat wij met ons allen doen. En dus van wat we willen doen.’’

,,Als je de economie ziet als een brood, het resultaat van al onze gezamenlijke activiteiten, je zit met zijn zessen aan tafel, en je vraagt: hoe zullen we dat brood verdelen, dan zegt iedereen automatisch: Door zessen. Eerlijk delen, dat is het menselijk niveau. Maar als je dezelfde vraag op algemeen economisch niveau zou stellen, dan zeggen mensen: gelijk verdelen? Hoe kom je erbij?’’

Maar de wereld is toch complexer dan het verdelen van een brood?

,,Maar jij leeft toch ook niet complex? Elk mens heeft een natuurlijke neiging tot simpelheid. Heel veel dingen die jij binnen jouw familie- en vriendenkring normaal vindt, zijn buiten, in de grote wereld, niet normaal. Stel, er belt een vriend op met de vraag of we hem kunnen helpen om een bank op te halen, nou, dan ga je toch niet rekenen hoeveel het je kost? Dan denk je toch alleen maar: wanneer heb ik tijd. En dan na een half jaar vraag je hem eens om je een boor te lenen. Elkaar helpen, dat zit wel degelijk in ons.’’

Je was de eerste Nederlander met een basisinkomen. Deze maand krijg je het voor het laatst. Hoe kijk je erop terug?

,,Ach, ik ben eerlijk gezegd best wel blij dat het nu voorbij is, hoor. Ik ben het laatste jaar meneer basisinkomen geweest, en nu kan ik mij weer richten op mijn eigen tekstbureau Vette Vis. Ik ben een tekstschrijver. En druktemaker. Ik kan nu weer gewoon Frans zijn. Frans! Dit is Frans!’’

Hij schatert weer.

menu