Ooit waren geroosterde, gezouten paardenbonen zo’n populair tussendoortje in Groningen dat molleboon de bijnaam werd voor stad-Groningers. Nu zie je ze niet veel meer. De Friese tuinder Henk Zuidema plant een comeback voor de snack.

H ij oogt niet bijster aantrekkelijk. Bruin, met een gespleten velletje, alsof-ie uit z’n jasje is gebarsten. Een goed geroosterd exemplaar is bros en knapperig, maar als je pech hebt moet je flink hard kauwen. En veel smaak zit er ook al niet aan, los van een snufje zout. Dus ja: het is best te begrijpen dat de molleboon , traditioneel Gronings streekproduct, nog maar door weinig mensen wordt gegeten. Toch kan daar binnenkort weleens verandering in komen, als het aan één liefhebber ligt.

Molleboon is de naam voor een geroosterde, gezouten paardenboon; een soort tuinboon die goed groeit op zilte grond en vroeger dus graag werd geteeld tussen de terpen en wierden van de kuststreek. Over de herkomst van de snack is weinig bekend: in Azië worden ook geroosterde tuinbonen gegeten, mogelijk is het recept meegebracht uit Nederlands-Indië. De naam zou zijn ontleend aan de mol, een type wok waarin de bonen werden geroosterd.

Een poëtischer verklaring is te vinden in een oud gedicht in het stad-Gronings van een onbekende auteur. Daarin wordt beschreven hoe de twaalf hongerige zoons van bakker Mol uit de Sledemennerstraat naar de haven gaan op zoek naar eten. Ze krijgen van een schipper een paar zakken bonen mee die nat zijn geworden en dus niet meer kunnen worden verkocht. De bakkersvrouw legt de bonen in de oven om ze te drogen en vindt zo de molleboon uit.

En ieder vond ze lekker

en elk sprak van ’t gewas

dat bai Mol de bakker

allain te kriegen was

Z ijn ze lekker?

Henk Scholte, consulent bij het Centrum Groninger Taal & Cultuur en kenner van Groningse streekproducten, kent het gedicht. Of er iets van waar is, heeft hij niet kunnen achterhalen. Maar één element klopt in elk geval wel, zegt hij: het roosteren van mollebonen werd inderdaad door bakkers gedaan.

Die praktijk liep in de jaren zestig al ten einde, blijkt uit een reportage van het tv-programma Van Gewest tot Gewest uit 1966. Daarin vertelt bakker Borgman dat de verkoop flink is teruggelopen sinds de geroosterde pinda zijn intrede deed in Nederland. Echt vreemd vindt hij dat niet: ,,Ik kan er met de beste wil van de wereld geen delicatesse van maken”, antwoordt hij wanneer de verslaggever hem vraagt of de molleboon lekker is.

,,Je moet er een goed gebit voor hebben”, zegt Scholte lachend. ,,De pinda gaf een makkelijker mondgevoel.” Toch moet het hapje ooit erg geliefd zijn geweest, aangezien molleboon de bijnaam werd voor stad-Groningers.

Scholte, die ervoor zorgde dat de Groningse eierbal in 2017 op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed kwam te staan, probeerde om ook de molleboon als erfgoed erkend te krijgen. ,,Maar ik kon toen geen Groningse producent vinden, en dat was een vereiste.”

loading

H eel gezonde snack

De redding van de molleboon komt m isschien wel uit een provincie verderop. Tuinder Henk Zuidema uit Jistrum ziet toekomst in de lekkernij. ,,Wist je dat een tuinboon rijk is aan eiwitten? En er zitten veel vitamines en mineralen in, dus het is een heel gezonde snack.” Hij brengt de molleboon na de zomer op de markt in een nieuw jasje. Geroosterd zonder olie, en verkrijgbaar in allerlei varianten: niet alleen met het traditionele snufje zout, maar ook met Italiaanse kruiden, hete peper of een zoet laagje, bijvoorbeeld. ,,Je kunt alle kanten op met mollebonen.”

Zuidema, die op zaterdagen met zijn kraam op de Vismarkt in Groningen staat, heeft zich met zijn tuinderij Wâldfarming gespecialiseerd in het telen van bijzondere peulvruchten, granen en aardappelen. Veelal gaat het om ‘vergeten’ regionale soorten. Hij werkt daarbij samen met twaalf andere boeren uit Groningen, Friesland en Drenthe.

De paardenboon kwam een jaar of vijf geleden in het assortiment. ,,Daarmee ben ik begonnen nadat mensen van de Rijksuniversiteit Groningen bij me langskwamen met boontjes die ze vaak vonden bij opgravingen in terpen. Of ik wist wat dat waren.” Hij was geïntrigeerd en besloot de paardenboon zelf te gaan telen.

Toen Zuidema later over de molleboon las, ging hij experimenteren met het roosteren van de bonen in zijn eigen oven. ,,Maar dan kun je telkens maar kleine hoeveelheden produceren. Het is niet moeilijk om mollebonen te maken, maar wel arbeidsintensief.”

Vanaf dit najaar pakt Zuidema het daarom groter aan: de nieuwe oogst wordt tot mollebonen verwerkt door een gecertificeerd bedrijf in de buurt. Een zuiver Gronings streekproduct is het natuurlijk niet. ,,Maar ze worden in elk geval in Noord-Nederland geproduceerd”, zegt Zuidema. ,,De mollebonen die je nu als souvenir bij de VVV kunt kopen, komen uit Azië. Die zijn veel zouter en vetter.”

Of de bewering van Zuidema klopt is niet helemaal duidelijk. De met de Groningse vlag bestickerde zakjes komen bij distributeur Aristo Promotions uit Loppersum vandaan. Daar willen ze desgevraagd geen duidelijkheid verschaffen over de herkomst van hun mollebonen.

V an wasabi tot sweet chili

Voor zo ver Henk Scholte heeft kunnen ontdekken stopte het laatste lokale bedrijf dat mollebonen bakte, de firma R. Warner in Oosterhoogebrug, daarmee in 1971. Hij vermoedt ook dat de mollebonen van de VVV-zakjes worden geïmporteerd uit het Verre Oosten. In Zuidoost-Azië, waar de molleboon waarschijnlijk zijn oorsprong heeft is de goedkope snack zeer populair. Stap een supermarktje binnen die je op elke straathoek tegenkomt en je ziet het snackschap volhangen met zakjes geroosterde tuinbonen in allerlei smaken, van wasabi tot sweet chilli .

In Groningen kan de molleboon ook weer zo geliefd worden, denkt Henk Zuidema. ,,Het boontje past in de tijdgeest, want het is een heel simpele snack, zonder allerlei rare toevoegingen. En bonen passen goed in een eetpatroon met minder vlees.” Als het aan hem ligt, blijft het trouwens niet bij geroosterde paardenbonen. ,,We hebben ook getest met groene erwten, die zijn daarvoor ook heel geschikt. We maken er een prachtige bonenmix van.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen