Geen Fryske Dúmkes, maar Grunneger Doemkes: hoe cultuurhistorica Sanne Meijer een oud koekje nieuw leven inblaast

Op basis van geschiedenisboeken (en haar eigen fantasie) maakte Sanne Meijer een historisch koekje na: het Grunneger Doemke. Foto Sanne Meijer

Het bevatte stroop en amandelen, had ongeveer de vorm van een duim en was een razend populair koekje. Meer kon de Groningse historica en ondernemer Sanne Meijer eigenlijk niet vinden over het Grunneger Doemke. Dus verzon ze het recept maar zelf.

Hoe ben je het Grunneger Doemke op het spoor gekomen?

„In een boek uit de jaren ‘30 dat ik al een tijdje op het oog had: Brood en hunne beteekenis in de folklore van J. H. Nannings. Bij Groningen ging het heel vaak over ‘doemkes’ en daar had ik nog nooit van gehoord, terwijl ik door mijn projecten over de Groninger geschiedenis inmiddels best veel weet van streekproducten uit het Noorden.”

En wat zouden ‘doemkes’ dan geweest zijn?

„Nannings heeft het over ‘kleine stroopkoeken’. In het Nieuw Gronings Woordenboek uit 1929 staan ze omschreven als ‘kleine gebakjes voor de snoepende schooljeugd’, waarvan je er acht kon kopen voor een cent. Toen ik wat verder ging zoeken, zag ik dat de ‘doemkes’ ook in allerlei verhalen en spreekwoorden voorkomen. ‘n Bouldag zonder doemkes , letterlijk een marktdag zonder koekjes, betekent bijvoorbeeld een rel of vechtpartij. Doemkes werden kennelijk standaard verkocht op markten of evenementen.”

Doemkes klinkt eigenlijk wel een beetje als het Friese dúmkes...

„Klopt, daar dacht ik ook gelijk aan. Het betekent allebei ‘duimpjes’. Maar in het Gronings verwijst de naam naar de vorm van het koekje: ovaal en ongeveer zo groot als een duim. Fryske dúmkes heten zo omdat de bakkers hun duim in de koekjes drukten.”

Wat zat er in de koekjes?

„Ik heb allerlei bronnen doorzocht, maar ik kon maar twee ingrediënten vinden: stroop en amandelen. Verder staat er nergens iets over de smaak of de receptuur. Er is bijna niets meer over het Grunneger doemke bekend, terwijl het toch een tijdlang vrij populair moet zijn geweest. Nou ja, dacht ik, ik zit toch binnen en ik heb tijd zat; ik probeer het zelf wel te maken.”

Hoe pak je zoiets aan?

„Eerst bedacht ik hoe de structuur zou moeten zijn. Een Gronings koekje moet een beetje bros zijn, vind ik, knapperig van buiten en van binnen lekker zacht. En dan de smaak; ik wist dus dat ik stroop en amandelen moest gebruiken. Daarnaast zit er ook kaneel, kruidnagel en een beetje gember in, omdat uit onderzoek bekend is dat die specerijen al in de zeventiende eeuw echt voet aan de grond hadden in Groningen. Toen heb ik een proefpanel verzameld en ben ik gaan bakken.”

Kwamen ze meteen de oven uit zoals je wilde?

„Nee! De eerste lading smaakte prima maar zag er niet uit, de koekjes veranderden in de oven in een soort pannenkoeken. Maar ja, dan ga je wat meer meel gebruiken, leg je het deeg een uur in de koelkast, en zo blijft het mooi in duimpjesvorm.”

Waar smaakt een doemke eigenlijk naar?

„Kruidig, een beetje winters door de stroop en de specerijen. Als je ‘m proeft, denk je volgens mij meteen aan Groningen. Je eet er ook zo vier of vijf van weg bij de thee, ze zijn echt verslavend.”

En smaakt dit experiment naar meer?

„Wie weet! Dit recept slaat in elk geval aan: ik heb het gedeeld op m’n blog, Sanne Meijer Onderweg , en binnen een paar dagen kreeg ik al foto’s binnen van mensen die zelf ook aan het bakken waren geslagen. Er staat nog veel meer brood en gebak in dat boek van Nannings. Vooral over wat er vroeger gegeten werd rond de feestdagen, dat vind ik heel interessant.”

menu