Het geld rolde in Groningen na het opheffen van de lockdown sneller dan in Amsterdam

Veel mensen blijven liever thuis nu het aantal besmettingen weer oploopt. Foto: ANP

Na de opheffing van de lockdown trokken consumenten in Groningen weer sneller hun portemonnee dan in Amsterdam. Dat is de uitkomst van een onderzoek van economen van ABN Amro.

Onderzoekers bekeken onder meer het aantal pintransacties van klanten van de bank in beide steden. Ze concluderen dat gemeenten waar het coronavirus hard toesloeg het economisch moeilijker hadden dan gemeenten waar de effecten van het virus bescheiden waren. Mensen in die gemeenten waren minder bang om de deur uit te gaan.

In Groningen bleven de gevolgen van de eerste coronagolf beperkt, terwijl het virus in Amsterdam rap om zich heen greep. In de hoofdstad was het aantal pintransacties na de instelling van de lockdown op 12 maart 55 procent lager dan in dezelfde periode vorig jaar. In Groningen was het ongeveer 40 procent. En in Groningen trokken de uitgaven van consumenten al weer aan rond 5 juni, terwijl dat in Amsterdam niet gebeurde.

Snel herstel

Aan het einde van de lockdown was het aantal pintransacties in de hoofdstad nog steeds niet terug op het oude niveau, terwijl het herstel in Groningen zich dus wel vlot inzette, stellen de onderzoekers. Volgens hen houdt dat verschil geen verband met de lockdown, omdat de maatregelen immers in alle steden hetzelfde waren. Ze constateren dat consumenten minder uitgeven wanneer het virus zich sneller verspreidt, ongeacht de genomen maatregelen.

Waarom houden mensen de hand op de knip ten tijde van corona? Er kunnen verschillende oorzaken zijn, zeggen de ABN Amro-onderzoekers. Veel mensen blijven thuis uit angst om besmet te worden. Ze geven vervolgens minder uit omdat ze ook niet in winkels of de horeca komen. Wel wordt er meer online besteld, vooral in zwaar getroffen delen van Nederland.

Onzekere vooruitzichten

Een andere reden zou kunnen zijn dat consumenten tijdens de coronacrisis bewust zo weinig mogelijk uitgaven. De onzekere vooruitzichten door de onverwachte pandemie leidden ertoe dat velen hun geld liever op zak hielden en gingen sparen. Tot slot was er ook een groep die zijn baan verloor door de pandemie en plotseling aanzienlijk minder had te besteden.

Sinds de lockdown op 1 juli werd opgeheven, zijn de bestedingen nog steeds niet terug op het oude niveau. Tot in september werd er minder uitgeven vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. De nieuwe besmettingsgolf en de anderhalvemetersamenleving zijn daar vermoedelijk verantwoordelijk voor. Een aantal middelgrote en kleine gemeenten zoals Assen, Hoogeveen en Pekela wordt door die tweede golf trouwens minder hard getroffen, voorspelt de bank.

Minder bang

De overheid kan een handje helpen door strenge, lokale maatregelen te nemen. Mensen zijn daardoor minder bang voor het virus. ,,Ze krijgen wellicht het gevoel dat de overheid de situatie onder controle heeft en hebben meer vertrouwen om geld uit te geven’’, aldus de onderzoekers.

Wanneer de Nederlandse overheid niet tot een tweede lockdown over gaat, zal de tweede golf onze economie minder hard raken. ,,Door de opleving van het virus verwachten we dat de groei ook in het vierde kwartaal zwak is en tussen 1 en 1,5 procent zal bedragen. Per saldo denken we dat de economie in 2020 met 5,2 procent zal krimpen, waarna pas in 2021 weer een matige groei van 2,9 procent in het vooruitzicht ligt’’, zegt econoom Nora Neuteboom van ABN Amro.

menu